Hoofdstuk 14 Budgettering en verschillenanalyse
§3 Verschillenanalyse
Hoewel het budgetteringsproces primair gericht is op het realiseren van de
ondernemingsdoelstellingen, zijn budgetten ook van belang in het kader van
kostenbeheersing. Als de nadruk of de efficiency ligt, het zo doelmatig mogelijk aanwenden
van productiemiddelen, dan spreekt men meestal van kostenbudgettering. Een belangrijke
factor daarbij is het aandeel van elke kostensoort in de totale productiekosten. De nadruk
moet in eerste instantie liggen op de beheersing van de kostensoort waar de totale kosten
het meeste uit bestaat.
Hiertoe kunnen kostennormen worden geformuleerd, die tot uitdrukking worden gebracht in
een kostenbudget per verantwoordelijke functionaris. Bij het opstellen van deze
kostenbudgetten moet rekening worden gehouden met de wijze waarop de kosten variëren
met de productieomvang, het onderscheid naar het gedrag van de diverse kosten.
In het geval van vaste kosten zal een bepaald bedrag per periode gebudgetteerd worden, in
het geval van variabele kosten een bedrag per eenheid. Na afloop van een budgetperiode
moet worden nagegaan in hoeverre de uitvoering overeenkomstig de planning is verlopen.
Indien daarbij afwijkingen worden geconstateerd, dienen de oorzaken daarvan te worden
opgespoord en zullen de verantwoordelijke functionarissen de verschillen moeten verklaren.
Het budget heeft in dat geval de functie van verantwoordings- en beoordelingsmiddel.
Het uit een oogpunt van kostenbeheersing opstellen van budgetten per organisatorische
eenheid of functionaris maakt deel uit van het systeem van responsibility accounting.
Daarbij wordt een functionaris alleen verantwoordelijk gesteld voor de kosten die hij kan
beïnvloeden, de beheersbare kosten. De niet-beheersbare kosten behoren in principe dan
ook niet in een budget te worden opgenomen.
Soms worden deze niet-beheersbare kosten toch in het budget vermeld, waardoor een
afdelingsmanager inzicht wordt verschaft in de totale omvang van de kosten die op zijn
afdeling betrekking hebben, waarmee het kostenbewustzijn wellicht wordt bevorderd.
In het kader van kostenbeheersing kunnen we onderscheid maken tussen statische
budgetten en flexibele budgetten. Een statisch budget is gebaseerd op het verwachte
productieniveau en wordt later niet aangepast als de werkelijke productie afwijkt van de
verwachting. Uiteraard zal een vergelijking van gebudgetteerde en werkelijke kosten dan
niet erg zinvol zijn. Daarom dient een flexibel budget gebruikt te worden: een budget dat
achteraf aangepast wordt om aan te sluiten bij het werkelijke productieniveau.
Van groot belang bij de vaststelling van normen is dat de juiste factoren worden gevonden
die het gebruik bepalen. Uitgangspunt is in ieder geval dat de norm niet te scherp mag
worden vastgesteld. Te scherpe normen werken namelijk demotiverend, aangezien deze
slechts onder ideale omstandigheden kunnen worden gehaald.
Het budgetteringsproces heeft onder andere tot doel om de uitvoering van de diverse
activiteiten te evalueren. Eventuele verschillen tussen de budgetten en de werkelijke cijfers
zullen nader moeten worden onderzocht om de oorzaken ervan op te sporen. Een
geconstateerd verschil roept namelijk vragen op die beantwoord dienen te worden, omdat op
basis daarvan wellicht bijsturende maatregelen kunnen worden genomen. Deze
verschillenanalyse is zowel van toepassing op de verkoopactiviteiten als op het
productieproces.
§3 Verschillenanalyse
Hoewel het budgetteringsproces primair gericht is op het realiseren van de
ondernemingsdoelstellingen, zijn budgetten ook van belang in het kader van
kostenbeheersing. Als de nadruk of de efficiency ligt, het zo doelmatig mogelijk aanwenden
van productiemiddelen, dan spreekt men meestal van kostenbudgettering. Een belangrijke
factor daarbij is het aandeel van elke kostensoort in de totale productiekosten. De nadruk
moet in eerste instantie liggen op de beheersing van de kostensoort waar de totale kosten
het meeste uit bestaat.
Hiertoe kunnen kostennormen worden geformuleerd, die tot uitdrukking worden gebracht in
een kostenbudget per verantwoordelijke functionaris. Bij het opstellen van deze
kostenbudgetten moet rekening worden gehouden met de wijze waarop de kosten variëren
met de productieomvang, het onderscheid naar het gedrag van de diverse kosten.
In het geval van vaste kosten zal een bepaald bedrag per periode gebudgetteerd worden, in
het geval van variabele kosten een bedrag per eenheid. Na afloop van een budgetperiode
moet worden nagegaan in hoeverre de uitvoering overeenkomstig de planning is verlopen.
Indien daarbij afwijkingen worden geconstateerd, dienen de oorzaken daarvan te worden
opgespoord en zullen de verantwoordelijke functionarissen de verschillen moeten verklaren.
Het budget heeft in dat geval de functie van verantwoordings- en beoordelingsmiddel.
Het uit een oogpunt van kostenbeheersing opstellen van budgetten per organisatorische
eenheid of functionaris maakt deel uit van het systeem van responsibility accounting.
Daarbij wordt een functionaris alleen verantwoordelijk gesteld voor de kosten die hij kan
beïnvloeden, de beheersbare kosten. De niet-beheersbare kosten behoren in principe dan
ook niet in een budget te worden opgenomen.
Soms worden deze niet-beheersbare kosten toch in het budget vermeld, waardoor een
afdelingsmanager inzicht wordt verschaft in de totale omvang van de kosten die op zijn
afdeling betrekking hebben, waarmee het kostenbewustzijn wellicht wordt bevorderd.
In het kader van kostenbeheersing kunnen we onderscheid maken tussen statische
budgetten en flexibele budgetten. Een statisch budget is gebaseerd op het verwachte
productieniveau en wordt later niet aangepast als de werkelijke productie afwijkt van de
verwachting. Uiteraard zal een vergelijking van gebudgetteerde en werkelijke kosten dan
niet erg zinvol zijn. Daarom dient een flexibel budget gebruikt te worden: een budget dat
achteraf aangepast wordt om aan te sluiten bij het werkelijke productieniveau.
Van groot belang bij de vaststelling van normen is dat de juiste factoren worden gevonden
die het gebruik bepalen. Uitgangspunt is in ieder geval dat de norm niet te scherp mag
worden vastgesteld. Te scherpe normen werken namelijk demotiverend, aangezien deze
slechts onder ideale omstandigheden kunnen worden gehaald.
Het budgetteringsproces heeft onder andere tot doel om de uitvoering van de diverse
activiteiten te evalueren. Eventuele verschillen tussen de budgetten en de werkelijke cijfers
zullen nader moeten worden onderzocht om de oorzaken ervan op te sporen. Een
geconstateerd verschil roept namelijk vragen op die beantwoord dienen te worden, omdat op
basis daarvan wellicht bijsturende maatregelen kunnen worden genomen. Deze
verschillenanalyse is zowel van toepassing op de verkoopactiviteiten als op het
productieproces.