SAMENVATTING JAARREKENING 2.1
BOEK: JAARVERSLAGGEVING 9e DRUK, DOOR DR. PETER EPE RA . ISBN: 9789001590567.
STOF: H1, H3, H4, H5, H6, H7, H8, H9, H10 (10.1 T/M 10.5)
LET OP! ALLEEN DE NEDERLANDSE WET- EN REGELGEVING WORDT GETOETS, DUS DE DUTCH GAAP.
DIT OMVAT DE NEDERLANDSE WETGEVER + RJ. VAN DE IFRS HOEF JE ALLEEN TE WETEN WIE VAN DE
REGELGEVING GEBRUIK MOETEN EN MOGEN MAKEN.
LEERDOELEN:
• Basisprincipes
• Kengetallen
• Regelgeving jaarrapport
• Gebeurtenissen na balansdatum
• Schattings- en stelselwijzigingen
• Vaste activa: inclusief leasing, componentenmethode, bijzondere waardevermindering
• Vlottende activa; inclusief OHW
• Eigen Vermogen
• Vreemd vermogen
• Resultatenrekening, inclusief bijzondere resultaten
1
, Niels Kattenpoel Oude Heerink
H1: EXTERNE VERSLAGGEVING + H3: VERSLAGGEVINGSPRINCIPES
Externe verslaggeving dient er toe inzicht te geven in het vermogen en het resultaat van een
onderneming.
Wet- en regelgeving
- Beursgenoteerde bedrijven (NV’s) = IFRS (Let op! niet alle NV’s zijn beursgenoteerd)
- Overige Nederlandse bedrijven = BW2, titel 9 + Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving (RJ) +
jurisprudentie (= samen Dutch GAAP)
- Buitenlandse bedrijven = bedrijven kennen hun eigen wetgeving (bijv. US GAAP)
→ In het boek worden zowel de Dutch GAAP als de IFRS behandeld, maar in deze samenvatting komt
alleen de Dutch GAAP aan bod.
Kapstokartikel = art 2:362 BW
De jaarrekening heeft volgens normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden
beschouwd, een zodanig inzicht, dat een verantwoord oordeel kan worden gevorm omtrent het
vermogen en het resultaat, alsmede voor zover de aard van een jaarrekening dat toelaat, omtrent de
solvabiliteit en de liquiditeit van de rechtspersoon.
Financiële ratio’s zijn een hulpmiddel bij het inzicht in resultaat en vermogen, zoals:
- Rentabiliteit = resultaat relateren aan het vermogen waarmee dit is behaald
▪ Rentabiliteit van het totale vermogen (RTV) = winst voor aftrek van interest en belasting /
gemiddeld totaal vermogen
▪ Rentabiliteit van het eigen vermogen (REV) = nettowinst / gemiddeld eigen vermogen
▪ Rentabiliteit van het vreemd vermogen (RVV) = rentelasten / gemiddeld vreemd vermogen
De RVV ligt in principe vast (want rentepercentages worden van tevoren bepaald) en de REV is
afhankelijk van het presteren van de onderneming (dus van de RTV). Indien de RTV dus hoger is dan
de RVV, komt dit ten goede aan de eigenvermogenverschaffers → financiële hefboomwerking
- Solvabiliteit = mate waarin de onderneming in staat is aan haar verplichtingen jegens schuldeisers
te voldoen. De bufferfunctie van het eigen vermogen staat hierbij centraal. In geval van liquidatie
krijgen de eigenvermogenverschaffers hun inleg pas als laatst terug, na de schuldeisers. Hoe groter
dus de relatieve omvang van het eigen vermogen, des te beter de solvabiliteit.
→ Berekening = eigen vermogen / totaal vermogen
→ een norm bepalen is lastig, maar voor kapitaalintensieve bedrijven wordt ongeveer 33%
aangehouden en voor arbeidsintensieve bedrijven 25%. Bij een hogere rentabiliteit zal daarnaast een
lagere solvabiliteit acceptabel zijn.
- Liquiditeit = mate waarin de onderneming in staat is aan haar lopende betalingsverplichtingen te
voldoen
▪ Dynamische liquiditeit = prognose van de verwachte ontvangsten en uitgaven
▪ Statische liquiditeit = verhouding tussen vlottende activa en kort vreemd vermogen (uit de
balans af te leiden) → Current ratio. Vuistregel = minimaal 1,5 tot 2.
Echter, deze ratio’s zijn pas zinvol als er zekerheid is over de jaarrekeningposten.
Doel van jaar 2 = meer duiding geven bij de ratio’s. In jaar 1 was het voldoende om alleen de ratio’s
te kunnen berekenen. In het tweede jaar moet er verder worden gekeken dan alleen de cijfers. Er
moet bijv. worden gekeken naar de opbouw van de vlottende activa bij het berekenen van de
liquiditeit. Zijn er posten met een verschillende mate van liquiditeit (liquide middelen, debiteuren,
voorraden, OHW). Maar ook dieper ingaan op het kort vreemd vermogen: is die wel volledig of is er
bijvoorbeeld nog een rekening-courant krediet dat niet op de balans staat.
2
, Niels Kattenpoel Oude Heerink
Een andere belangrijke vraag is: ‘Wat gebeurt er met de ratio als men de vorderingen versneld gaat
innen?’ → De bijbehorende journaalpost is bank (debet), aan debiteuren (credit). Aan de ene kant
nemen de vlottende activa dus toe, en aan de andere kant met hetzelfde bedrag af → er gebeurt
niets, dus de ratio blijft hetzelfde.
Management accounting vs. Financial accounting
Management accounting Financial accounting
Missie, visie en strategie Informatie en verantwoording
Interne berichtgeving Externe verslaggeving
Geen wettelijke voorschriften Wettelijke voorschriften
Doorlopend verstrekt Periodieke verstrekking
Zeer gedetailleerd Meer global
Geen neiging tot creative accounting Mogelijke neiging tot creative accounting
→ Jaarrekening 2.1 heeft betrekking op de externe verslaggeving = financial accounting
Doel extern jaarrapport =
- Verantwoordingsfunctie
- Informatiefunctie
Verslaggevingsprincipes = om te kunnen voldoen aan de informatie en verantwoordingsfunctie moet
een financieel overzicht voldoen aan de volgende beginselen/principes:
- Toerekeningsbeginsel: te splitsen in het realisatieprincipe en matchingprincipe
▪ Realisatieprincipe = opbrengsten nemen nadat is verkocht en geleverd (in het algemeen
loopt de verkoper hierna geen risico’s meer)
▪ Matchingprincipe = kosten in dezelfde periode als de bijbehorende opbrengsten
o Productmatching = kosten toerekenen aan producten (en uiteindelijk geactiveerd
onder de voorraden)(wordt vaak toegepast op grondstofkosten en directe lonen)
o Periodmatching = kosten toerekenen aan de periode (als deze niet direct zijn toe te
rekenen aan de producten, zoals een investering in een gebouw)(kosten vaak in de
vorm van afschrijvingen)
- Continuïteitsbeginsel = de onderneming zal haar activiteiten in de afzienbare toekomst voortzetten.
De activa van de onderneming zullen dan ook gewaardeerd worden volgens het
continuïteitsprincipe, en pas als er een vrijwel zekere situatie van discontinuïteit is (bijv.
faillissement) zal worden overgestapt op de liquidatiewaarde (= directe opbrengstwaarde)
- Bestendigheidsbeginsel = om een zinvolle tijdsvergelijking te kunnen maken van de resultaten van
een onderneming, is het van belang dat dezelfde grondslagen voor waardering en winstbepaling
worden gebruikt door de jaren heen.
▪ Stelselwijziging: grondslag van waardering, winstbepaling of presentatie wordt gewijzigd.
o Prospectieve benadering: nieuwe grondslag alleen toepassen op activa en passiva die
na de stelselwijzing ontstaan, terwijl de bestaande posten gewaardeerd blijven
volgens het oude stelsel → mag niet, er zouden identieke posten op de balans
kunnen voorkomen, die verschillend worden gewaardeerd
3
, Niels Kattenpoel Oude Heerink
o Retrospectieve benadering: op moment van stelselwijziging wordt de balans
aangepast naar de situatie alsof al vanaf het begin het nieuwe stelsel in gebruik was.
Er ontstaat hierdoor een ‘waardesprong’, het cumulatief effect van de wijziging. Dit
dient niet in het resultaat van het lopende boekjaar, maar rechtstreeks in de
winstreserves verwerkt te worden. Het jaareffect dient wel te worden opgenomen in
de resultatenrekening. Dit is het verschil in resultaat over het lopende boekjaar als
gevolg van de wijziging.
▪ Schattingswijzing = de bestaande grondslagen blijven in stand, maar bepaalde aannames
worden herzien (bijv. een gewijzigde levensduur van een machine). Dit wordt prospectief
verwerkt.
- Voorzichtigheidsbeginsel = winsten pas boeken als voldoende zeker is dat ze zijn behaald (bij
verkoop dus het realisatieprincipe toepassen) en verliezen nemen zodra ze geconstateerd worden.
Extern jaarrapport
Het externe jaarrapport bestaat uit de volgende onderdelen:
- Bestuursverslag (verleden, heden en toekomst)
- Jaarrekening (balans, winst- en verliesrekening, kasstaat + toelichting)
- Overige gegevens (winstbestemming en controleverklaring)
En inrichtings- en publicatievereisten zijn afhankelijk van de grootte van de onderneming. Dit verschil
voor kleine, middelgrote of grote ondernemingen.
Kwalitatieve kenmerken van het jaarrapport
- Begrijpelijkheid = met toelichtingen
- Vergelijkbaarheid = cijfers van vorig boekjaar
- Betrouwbaarheid = volgens de wet- en regelgeving en evt. met accountantscontrole
- Relevantie = waardevolle informatie waar de lezer wat mee kan
Er is een conflict tussen relevantie en betrouwbaarheid: betrouwbare gegevens zijn eigenlijk alleen
gegevens over het verleden, want de toekomst laat zich lastig voorspellen. Maar hoe relevant zijn
deze gegevens nog? Bijv.
- Er is 100.000 geïnvesteerd in Wimpé BV. Je wilt graag weten wat het bedrijf aan activa heeft. Dit
valt te lezen in de balans, en het zijn betrouwbare cijfers. Je wilt echter ook weten wat de
winstverwachting is: dit is heel relevant, maar niet betrouwbaar vast te stellen.
Er worden drie modellen gehanteerd om de positie van een onderneming binnen de samenleving
vorm te geven. Dit zijn:
- Bezitsmodel = geen sprake van scheiding tussen leiding en eigendom. De ondernemer zelf en de
fiscus zijn de belanghebbenden (eenmanszaken en vof’s)
- Klassieke (of gesloten) model = scheiding van leiding en eigendom. Er is sprake van twee partijen,
namelijk kapitaalverschaffers en kapitaalbeheerders. De kapitaalverschaffers willen graag weten wat
de kapitaalbeheerders met hun kapitaal doen → verantwoordingsfunctie
- Moderne (of open) model = beursgenoteerde bedrijven, die hun kapitaal uit een grote kring van
beleggers ontvangen. De onderneming is een coalitie van kapitaalverschaffers, kapitaalbeheerders,
werknemers, vakbonden, overheid, potentiële beleggers en publiek. Al deze belanghebbenden willen
geïnformeerd worden → informatie- en beslissingsondersteunende functie.
Creative accounting = manipuleren van de jaarrekening, door het opwaarts of neerwaarts bijstellen
van de winst. Andere vormen van creative accounting zijn:
4