Vraag 1: geef aan welke chemische bestandsdelen er met de ruwe celstof- en NDF methode
worden bepaald en waarom zijn deze belangrijk in het rantsoen van melkvee?
Daar worden hemicellulose, cellulose en lignine aangegeven, dit zijn de vezels in voer. Het aandeel
bepaald de passage snelheid van het rantsoen.
Ruwe celstof geeft vooral de cellulose en gedeeltelijk de hemicellulose en lignine aan. NDF is
nauwkeuriger en geeft al deze punten aan. Bij een te snelle passage is de opname niet optimaal,
voedingsstoffen worden niet goed opgenomen en raken verloren. Ook de buffering daalt en kans op
pensverzuring.
Vraag 2: vul onderstaande tabel in over de 4 belangrijkste groepen micro-organismen in de pens
Groep van micro-organismen Functies in de pens
bacterien Cellulolytische: afbraak vezels
Amylolytische: afbraak van zetmeel
Proteolytische: afbraak van eiwit
protozoa Zetten bacterien om tot micobieel eiwit
schimmels Kleinste groep en breken vezels af
Archea Methaan regulatie in de pens
vraag 3: leg uit wat in de onderstaande grafiek wordt geillustreerd met betrekking tot
voeropnameregulatie in melkvee
Het optimale NDF voor hoogproductieve koeien ligt bij
punt B, voor laagproductieven bij punt D. Dan bestaat
het rantsoen uit een maximale hoeveelheid ruwvoer,
hetgeen goed is om pensverzuring te voorkomen,
maar ook goed voor de portemonnee. Het verschil
tussen B en D van 40 tot 50% komt doordat
hoogproductieve koeien niet voldoende energie
kunnen halen uit een rantsoen met 50% NDF.
Laagproductieve dieren kunnen dat wel, daarom dat
verschil in optimale NDF gehalte.
Vraag 4: vul onderstaande tabel verder in met vermelding van de drie belangrijkste vluchtige
vetzuren die in de pens worden geproduceerd. Geef tevens aan voor elk van de substraten
(zetmeel, cellulose en hemicellulose) weer welk vetzuur vooral wijzigt en wat voor invloed dat
heeft op de melkproductie of melksamenstelling
Substraat Vetzuur: Vetzuur: Vetzuur: melk
boterzuur propionzuur azijnzuur
Zetmeel stijgt Lactose/meer melk
Cellulose stijgt melkvet
Hemicellulose stijgt melkvet
Vraag 5: op welke manier kan de lever glucose maken en hoe heet dit proces?
Gluconeogenese: propionzuur wordt in de vorm van onbestendig zetmeel opgenomen en gaat via de
penswand naar de lever, daar is het proces van gluconeogenese (glucosevorming). Vanuit de lever
gaat glucose naar het uier en daar vormt het lactose.
worden bepaald en waarom zijn deze belangrijk in het rantsoen van melkvee?
Daar worden hemicellulose, cellulose en lignine aangegeven, dit zijn de vezels in voer. Het aandeel
bepaald de passage snelheid van het rantsoen.
Ruwe celstof geeft vooral de cellulose en gedeeltelijk de hemicellulose en lignine aan. NDF is
nauwkeuriger en geeft al deze punten aan. Bij een te snelle passage is de opname niet optimaal,
voedingsstoffen worden niet goed opgenomen en raken verloren. Ook de buffering daalt en kans op
pensverzuring.
Vraag 2: vul onderstaande tabel in over de 4 belangrijkste groepen micro-organismen in de pens
Groep van micro-organismen Functies in de pens
bacterien Cellulolytische: afbraak vezels
Amylolytische: afbraak van zetmeel
Proteolytische: afbraak van eiwit
protozoa Zetten bacterien om tot micobieel eiwit
schimmels Kleinste groep en breken vezels af
Archea Methaan regulatie in de pens
vraag 3: leg uit wat in de onderstaande grafiek wordt geillustreerd met betrekking tot
voeropnameregulatie in melkvee
Het optimale NDF voor hoogproductieve koeien ligt bij
punt B, voor laagproductieven bij punt D. Dan bestaat
het rantsoen uit een maximale hoeveelheid ruwvoer,
hetgeen goed is om pensverzuring te voorkomen,
maar ook goed voor de portemonnee. Het verschil
tussen B en D van 40 tot 50% komt doordat
hoogproductieve koeien niet voldoende energie
kunnen halen uit een rantsoen met 50% NDF.
Laagproductieve dieren kunnen dat wel, daarom dat
verschil in optimale NDF gehalte.
Vraag 4: vul onderstaande tabel verder in met vermelding van de drie belangrijkste vluchtige
vetzuren die in de pens worden geproduceerd. Geef tevens aan voor elk van de substraten
(zetmeel, cellulose en hemicellulose) weer welk vetzuur vooral wijzigt en wat voor invloed dat
heeft op de melkproductie of melksamenstelling
Substraat Vetzuur: Vetzuur: Vetzuur: melk
boterzuur propionzuur azijnzuur
Zetmeel stijgt Lactose/meer melk
Cellulose stijgt melkvet
Hemicellulose stijgt melkvet
Vraag 5: op welke manier kan de lever glucose maken en hoe heet dit proces?
Gluconeogenese: propionzuur wordt in de vorm van onbestendig zetmeel opgenomen en gaat via de
penswand naar de lever, daar is het proces van gluconeogenese (glucosevorming). Vanuit de lever
gaat glucose naar het uier en daar vormt het lactose.