Arresten week 1. Persoonlijke aansprakelijkheid
Gevalscategorie OD: Gevaarzetting
1. HR 5 november 1965 (Kelderluik)
à gevaarzetting: ‘wanneer iemand een situatie in het leven roept welke voor anderen bij niet inachtneming
van de vereiste oplettendheid en voorzichtigheid gevaarlijk is.’
De kelderluikcriteria:
a. Waarschijnlijkheid dat schade zal ontstaan;
b. Aard en omvang van de gevreesde schade;
c. Bezwaarlijkheid van voorzorgsmaatregelen (kosten, tijd, moeite);
d. Aard van de gedraging.
2. HR 27 mei 1988 (Staat/Daalder of Veenbroei)
à ‘Degene die de zorg voor een terrein heeft, handelt in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het
maatschappelijk verkeer betaamt, wanneer hij, terwijl hij moet verwachten dat publiek dit terrein zal betreden
en weet dat zich op dit terrein een voor het publiek niet steeds waarneembaar gevaar als het onderhavige
voordoet, dat aan het publiek niet bekend is, niettemin nalaat maatregelen te nemen zoals een ter plaatse
kenbaar verbod het terrein te betreden of waarschuwing voor dit gevaar.’
3. HR 8 januari 1982 (Natronloog of Dorpshuis Kamerik)
à Het is onzorgvuldig om een emmertje met onbekende vloeistof in de kartonnen doos met daaromheen een
vuilniszak buiten te zetten, tenzij je weet dat de stof niet gevaarlijk is of gegronde redenen hebt om dat aan te
nemen; of je de vuilniszak onder controle houdt en degene die de zak oppakt waarschuwt.
4. HR 22 april 1994 (Taxusstruik)
à Het is niet onzorgvuldig om planten of struiken waarvan men de giftigheid niet kent en waarvan de
giftigheid ook niet van algemene bekendheid is op een afvalhoop te deponeren. De in het maatschappelijk
verkeer betamende zorgvuldigheid reikt niet zó ver dat degene die een plant of struik waarvan hij de giftigheid
niet kent of behoeft te kennen, onder zich heeft, verplicht zou zijn om deze plant of struik op zodanige wijze
onder zijn controle te houden dat zij geen gevaar kan opleveren, tenzij hem na onderzoek is gebleken dat de
plant of struik ongevaarlijk is
5. HR 12 mei 2000 (Verhuizende zusjes of Jansen/Jansen)
à Niet reeds enkele mogelijkheid van ongeval als verwezenlijking van gevaar dat aan bepaald gedrag inherent
is, doet dat gedrag onrechtmatig zijn. Zodanig gevaarscheppend gedrag is slechts onrechtmatig indien de mate
van waarschijnlijkheid van een ongeval (het oplopen van letsel door een ander) als gevolg van dat gedrag zo
groot is, dat de dader zich naar maatstaven van zorgvuldigheid van dat gedrag had behoren te onthouden.
Gevalscategorie OD: Sport en spel (verhoogde aansprakelijkheidsdrempel)
6. HR 28 juni 1991 (Natrappen)
à Gedraging in het kader van voetballen waarbij iemand schade wordt toegebracht wordt minder gauw
onrechtmatig gekwalificeerd. Reden is dat deelnemers de gedragingen waartoe het spel uitlokt tot op zekere
hoogte van elkaar hebben te verwachten. Daarom is het aanvaardbaar. Enkele overtreding van de spelregels is
niet voldoende voor onrechtmatigheid. In casu wel aansprakelijkheid.
7. HR 28 maart 2003 (Witmarsummer Merke)
à Aangezien de door die sport of dat spel bepaalde verhouding tussen de deelnemers daaraan niet direct en
geheel hoeft te veranderen doordat en op het moment waarop aan die sport of dat spel volgens de daarvoor
geldende regels, een einde komt, houdt ook verhoogde drempel om aansprakelijkheid te kunnen aannemen,
dan niet steeds direct en geheel op te gelden. Een (korte) tijd daarna kan het feit dat partijen zo-even nog met
elkaar hebben gewedijverd of in spelsituatie waren verwikkeld, de verwachtingen die zij van elkaar mogen of
moeten hebben, blijven beïnvloeden, afhankelijk van de aard van die activiteit en de verdere omstandigheden
van het geval. Verwachtingen onderling wegen zwaarder dan de spelregels.