H8
Religie zorgt voor cohesie tussen mensen. Toch kan religie ook voor conflict
zorgen.
Bij de analyse van religies worden de kernconcepten sociale cohesie, cultuur en
sociale institutie gebruikt.
Sociale cohesie: Mensen voelden zich verbonden met elkaar omdat ze dezelfde
religie hadden. Door de bindingen tussen mensen zijn er minder conflicten in een
samenleving. Wel kan sterke sociale cohesie in kleine groepen ertoe leiden dat de
sociale cohesie van de hele gemeenschap verzwakt.
Cultuur: Die bindingen komen tot stand doordat mensen dezelfde normen en
waarden delen.
Sociale institutie: Naast regels in de politiek zijn er ook regels in de sociale
gemeenschappen, sociale instituties. Sociale instituties bepalen het gedrag van
mensen zo dat het ervoor zorgt dat de mensen voorspelbaar worden. Een sociale
institutie is een aanvaarde set van normen rondom een bepaald aspect van het
samenleven van mensen. Instituties kunnen ook niet zomaar worden veranderd,
omdat het deel uitmaakt van de cultuur en dus wordt overgedragen door
socialisatie.
Kijk op sociale cohesie volgens de paradigma’s:
Functionalisme-paradigma:
- Sociale cohesie is nodig, anders kan de samenleving niet voortbestaan.
Volgens Emile Durkheim horen mensen bij groepen en hebben dus een
collectieve bewustzijn. Groepen hebben een functie en zorgen ervoor dat de
samenleving bij elkaar blijft en omdat er binding nodig is om groepen te laten
ontstaan is sociale cohesie belangrijk. Volgens Durkheim neemt cohesie toe
als een samenleving een dominante cultuur heeft en als mensen de waarden
en normen van die cultuur naleven.
Conflict-paradigma:
- Hier wordt juist meer nadruk gelegd op conflict dan op consensus en staat de
afwezigheid van sociale cohesie centraal. Hier wordt ook gezegd dat sociale
cohesie groepen vormt, maar gaat het er hier om hoe verschillende groepen
tegen elkaar ingaan.
Religie zorgt voor cohesie tussen mensen. Toch kan religie ook voor conflict
zorgen.
Bij de analyse van religies worden de kernconcepten sociale cohesie, cultuur en
sociale institutie gebruikt.
Sociale cohesie: Mensen voelden zich verbonden met elkaar omdat ze dezelfde
religie hadden. Door de bindingen tussen mensen zijn er minder conflicten in een
samenleving. Wel kan sterke sociale cohesie in kleine groepen ertoe leiden dat de
sociale cohesie van de hele gemeenschap verzwakt.
Cultuur: Die bindingen komen tot stand doordat mensen dezelfde normen en
waarden delen.
Sociale institutie: Naast regels in de politiek zijn er ook regels in de sociale
gemeenschappen, sociale instituties. Sociale instituties bepalen het gedrag van
mensen zo dat het ervoor zorgt dat de mensen voorspelbaar worden. Een sociale
institutie is een aanvaarde set van normen rondom een bepaald aspect van het
samenleven van mensen. Instituties kunnen ook niet zomaar worden veranderd,
omdat het deel uitmaakt van de cultuur en dus wordt overgedragen door
socialisatie.
Kijk op sociale cohesie volgens de paradigma’s:
Functionalisme-paradigma:
- Sociale cohesie is nodig, anders kan de samenleving niet voortbestaan.
Volgens Emile Durkheim horen mensen bij groepen en hebben dus een
collectieve bewustzijn. Groepen hebben een functie en zorgen ervoor dat de
samenleving bij elkaar blijft en omdat er binding nodig is om groepen te laten
ontstaan is sociale cohesie belangrijk. Volgens Durkheim neemt cohesie toe
als een samenleving een dominante cultuur heeft en als mensen de waarden
en normen van die cultuur naleven.
Conflict-paradigma:
- Hier wordt juist meer nadruk gelegd op conflict dan op consensus en staat de
afwezigheid van sociale cohesie centraal. Hier wordt ook gezegd dat sociale
cohesie groepen vormt, maar gaat het er hier om hoe verschillende groepen
tegen elkaar ingaan.