H7
Om free riders te voorkomen moet er een instantie zijn die goederen kan afdwingen,
zo’n actor heeft macht nodig.
Macht heeft twee kanten:
- Een actor met macht heeft de mogelijkheid om hulpbronnen in te zetten om
zijn doel te bereiken
- Iemand met macht kan een andere actor beperken in zijn mogelijkheden of
hem juist meer mogelijkheden geven
Bij macht is er sprake van een asymmetrische relatie tussen actoren.
Verschillende soorten hulp- of machtsbronnen:
- Affectieve: Invloed op basis van gevoel of emoties
- Cognitieve: Invloed op basis van kennis
- Economische: Invloed op basis van geld of het bezit van schaarse goederen
- Politieke: Invloed van de overheid of politieke macht dragers
Onderscheid formele en informele macht:
- Formele: Macht die is vastgelegd in regels of wetten
- Informele: Macht die niet officieel is vastgelegd
Een institutie is een regel over hoe mensen zich moeten gedragen in de
samenleving. Als het gaat over het gedrag dat te maken heeft met macht heet het
een politieke institutie.
Paradigma’s over macht
Functionalisme-paradigma:
- Macht speelt een rol bij relaties tussen actoren. Het kan manifest (duidelijk) of
latent (verborgen) zijn en zit in de structuur van de samenleving. Macht is een
aanwezig verschijnsel en positief voor de samenleving, het zorgt ervoor dat
de samenleving blijft bestaan.
Conflict-paradigma:
- De strijd tussen machthebbers en minder machtigen staat centraal. Er wordt
gekeken naar welke actoren het voor het zeggen hebben in een samenleving.
Sociaal Constructivisme-paradigma:
- Hier wordt gekeken naar de betekenis die actoren geven aan macht en
machtsverhoudingen. “Je gedraagt je naar wat jij denkt dat waar is.”
Om free riders te voorkomen moet er een instantie zijn die goederen kan afdwingen,
zo’n actor heeft macht nodig.
Macht heeft twee kanten:
- Een actor met macht heeft de mogelijkheid om hulpbronnen in te zetten om
zijn doel te bereiken
- Iemand met macht kan een andere actor beperken in zijn mogelijkheden of
hem juist meer mogelijkheden geven
Bij macht is er sprake van een asymmetrische relatie tussen actoren.
Verschillende soorten hulp- of machtsbronnen:
- Affectieve: Invloed op basis van gevoel of emoties
- Cognitieve: Invloed op basis van kennis
- Economische: Invloed op basis van geld of het bezit van schaarse goederen
- Politieke: Invloed van de overheid of politieke macht dragers
Onderscheid formele en informele macht:
- Formele: Macht die is vastgelegd in regels of wetten
- Informele: Macht die niet officieel is vastgelegd
Een institutie is een regel over hoe mensen zich moeten gedragen in de
samenleving. Als het gaat over het gedrag dat te maken heeft met macht heet het
een politieke institutie.
Paradigma’s over macht
Functionalisme-paradigma:
- Macht speelt een rol bij relaties tussen actoren. Het kan manifest (duidelijk) of
latent (verborgen) zijn en zit in de structuur van de samenleving. Macht is een
aanwezig verschijnsel en positief voor de samenleving, het zorgt ervoor dat
de samenleving blijft bestaan.
Conflict-paradigma:
- De strijd tussen machthebbers en minder machtigen staat centraal. Er wordt
gekeken naar welke actoren het voor het zeggen hebben in een samenleving.
Sociaal Constructivisme-paradigma:
- Hier wordt gekeken naar de betekenis die actoren geven aan macht en
machtsverhoudingen. “Je gedraagt je naar wat jij denkt dat waar is.”