IGRV-samenvatting
- Vierstappenplan
➢ Het vaststellen van de feiten en het formuleren van de rechtsvraag.
➢ Het zoeken naar een algemene oplossing.
➢ Het toepassen van de algemene oplossing op de casus.
➢ Het formuleren van een conclusie.
- Wat zijn goederen: art. 3:1 BW
➢ Zaken: art. 3:2 BW
• Voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten.
❖ Roerend
o Kun je verplaatsen.
❖ Onroerend
o Kun je niet verplaatsen, met de grond verenigbaar.
➢ Vermogensrechten: art. 3:6 BW
• Een vermogensrecht is onstoffelijk.
❖ Absolute rechten
o Werken tegenover iedereen
o Men krijgt bepaalde bevoegdheden met betrekking tot het object
van het recht.
o Exclusief: als enige het recht hebben.
o Droit de suite/ zaaksgevolg: het absolute recht volgt de zaak en niet
de persoon.
o Prioriteit: ouder recht gaat voor jonger recht.
o Bevoorrechte positie: gerechtigde neemt in faillissement een
bevoorrechte positie in. Recht uitoefenen alsof er geen faillissement
is.
❖ Relatieve rechten
o Werken tegenover 1 bepaalde persoon.
,
- Vierstappenplan
➢ Het vaststellen van de feiten en het formuleren van de rechtsvraag.
➢ Het zoeken naar een algemene oplossing.
➢ Het toepassen van de algemene oplossing op de casus.
➢ Het formuleren van een conclusie.
- Wat zijn goederen: art. 3:1 BW
➢ Zaken: art. 3:2 BW
• Voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten.
❖ Roerend
o Kun je verplaatsen.
❖ Onroerend
o Kun je niet verplaatsen, met de grond verenigbaar.
➢ Vermogensrechten: art. 3:6 BW
• Een vermogensrecht is onstoffelijk.
❖ Absolute rechten
o Werken tegenover iedereen
o Men krijgt bepaalde bevoegdheden met betrekking tot het object
van het recht.
o Exclusief: als enige het recht hebben.
o Droit de suite/ zaaksgevolg: het absolute recht volgt de zaak en niet
de persoon.
o Prioriteit: ouder recht gaat voor jonger recht.
o Bevoorrechte positie: gerechtigde neemt in faillissement een
bevoorrechte positie in. Recht uitoefenen alsof er geen faillissement
is.
❖ Relatieve rechten
o Werken tegenover 1 bepaalde persoon.
,