samenvatting H1 t/m H6
Inhoud
Hoofdstuk 1: Beweging in beeld.............................................................................................................2
Hoofdstuk 2: Elektriciteit........................................................................................................................3
Hoofdstuk 3: Kracht en beweging...........................................................................................................5
Hoofdstuk 4: Trillingen en cirkelbewegingen.........................................................................................7
Hoofdstuk 5: Straling..............................................................................................................................9
Hoofdstuk 6: Energie en beweging.......................................................................................................13
1
, Hoofdstuk 1: Beweging in beeld
(x,t)-diagram = plaats-afstand diagram van een bewegend voorwerp. Laat zien
hoe de plaats verandert in de tijd. Maat voor de snelheid. Hoe steiler de grafiek
hoe groter de snelheid. Bij een horizontale lijn staat het voorwerp stil. De
steilheid komt overeen met de gemiddelde snelheid van het voorwerp. Dit bepaal
je door een raaklijn te tekenen en de oppervlakte eronder te berekenen.
Langzame voorwerpen stopwatch met meetlint
Snelle voorwerpen stroboscoop of videometing. Stroboscoop: een lamp die
met vaste pozen korte lichtpulsen geeft. Je kunt op de foto meten waar het
voorwerp is tijdens het flitsen. Videometing: serie foto’s die met vaste
tussenpozen is gemaakt
Verplaatsing = verandering van plaats
Eenparige beweging = beweging met constante snelheid. Dan is de lijn een
rechte lijn. De steilheid is gelijk aan de snelheid.
Eenparig rechtlijnige beweging = een eenparige beweging langs een rechte
lijn
Momentane snelheid = snelheid op een bepaald punt. Is gelijk aan de steilheid
van de raaklijn op het tijdstip t aan de grafiek
(v,t)-diagram = de snelheid van een bewegend voorwerp tegen de tijd. Kunt dit
diagram opstellen door de raaklijnen te tekenen in een xt-diagram. De
verplaatsing is gelijk aan de oppervlakte onder de grafiek. Bij het vt-diagram is
de eenparige beweging een horizontale rechte lijn. De gemiddelde snelheid kun
je bepalen door een horizontale lijn op een zodanige hoogte te tekenen dat de
oppervlakte onder de lijn even groot is als de oppervlakte onder de grafiek.
Versnelling = snelheidstoename per tijdseenheid. Is gelijk aan de steilheid van
de raaklijn van het vt-diagram op het tijdstip t
Eenparig versnelde beweging = de snelheid neemt gelijkmatig
(rechtevenredig) toe. Versnelling is constant. Vt-diagram is dan een rechte lijn.
Versnelling en snelheid zijn gelijk gericht
Eenparig vertraagde beweging = de snelheid neemt gelijkmatig af. De
versnelling is tegengesteld gericht aan de snelheid
Vrije val = voorwerp ondervindt alleen zwaartekracht. Geen andere
tegenwerkende kracht. Eenparig versnelde beweging
Valbeweging = versnelde beweging. De verplaatsing neemt namelijk steeds
sneller toe
Valversnelling = 9,81 m/s2
Een val met luchtweerstand begint als een vrije val (eenparig versnelde
beweging) en eindigt – als hij lang genoeg duurt – als een eenparige beweging.
Fkin = Fweerstand
[nog gekke shit over significantie en andere bullshit]
2