10. NIERFUNCTIE, INTEGRATIE
Inhoud
Hoorcolleges
Acute nierinsufficiëntie
Regulatie van de kalium uitscheiding
Ethisch dilemma orgaandonatie
Klinische zuur-base stoornissen
Tubulaire aandoeningen
Wat is een lichaam? Lichaamsbeelden en lichamelijkheid
Integratie/responsiecollege
Zelfstudieopdrachten
Acute nierinsufficiëntie
Kaliumhuishouding
Integratie casus nierfunctie
Vaardigheidsonderwijs
Acute ontregelingen van het milieu interieur
Samenvatting week 10 – Judith Bus – BA1B2 1
,HOORCOLLEGES
Acute nierinsufficiëntie
Casus 1
Een 56-jarige man wordt opgenomen met een acuut gescheurd aneurysma van de
aorta. Na een langdurige operatie komt hij op de IC terecht. Het valt hier de volgende
dag op dat hij weinig plast (oligurie= < 300cc/d). De bloeddruk is 80/40mmHg
(normaal 120/80).
Waarschijnlijk is de GFR gedaald want niet plassen is geen nierfunctie.
Aanvullend bloedonderzoek:
- creatinine 140 mmol/L (< 120)
- natrium 140 mmol/L (136 – 148)
- kalium 7.2 mmol/L (3.6 – 5.1)
Een patiënt met acute NI overlijdt niet snel aan een volume-expansie omdat je veel
intracellulair kwijt kunt maar eerder door problemen met K+ (hartritmestoornissen).
Het creatinine is verhoogd, maar niet heel erg (1000 is dialyse). Het duurt even
voordat creatinine ophoopt, er komt iedere dag een beetje bij.
Aanvullend urineonderzoek:
- natrium 2 mmol/L (normaal bestaat niet)
Altijd bedenken wat je als nier zou doen. De bloeddruk is erg verlaagd dus zal het
RAAS systeem aan staan. Een normale reactie is natriumretentie, wat bij deze
patiënt het geval is. De nier doet dus wat hij moet doen alleen beschikt hij niet over
voldoende aanbod van bloed.
De diagnose is dan ook een pre-renale NI.
Soorten acute nierinsufficiëntie
Pre-renaal: oorzaak buiten de nier; de NI heeft te maken met verminderde
bloedflow, bijvoorbeeld als gevolg van een lage bloeddruk (bijv. shock). Er
zijn geen structurele afwijkingen aan de nier en het herstelt zodra het
probleem wordt opgelost (de bloeddruk weer stijgt). De tubulusfunctie
(natriumreabsorptie) is ongestoord.
Renaal: de nier disfunctioneert (altijd bij chronische NI).
Post-renaal: oorzaak buiten de nier; de NI heeft te maken met een
afvloedbelemmering door bijv. nierstenen (echo).
Casus 2
Een 56-jarige man wordt opgenomen met een acuut gescheurd aneurysma van de
aorta. Na een langdurige operatie komt hij op de IC terecht. Het valt hier de volgende
dag op dat hij weinig plast (oligurie= < 300cc/d). De bloeddruk is 150/80mmHg
(normaal 120/80).
Aanvullend bloedonderzoek:
- creatinine 140 mmol/L (< 120)
- natrium 140 mmol/L (136 – 148)
- kalium 7.2 mmol/L (3.6 – 5.1)
Hetzelfde.
Aanvullend urineonderzoek:
- natrium 90 mmol/L (normaal bestaat niet; 20 is hoog/laag grens)
90 is in ieder geval niet laag!
In de urine wordt een afgietsel met necrotische tubuluscellen (brown muddy
casts/cylinders) erin gevonden.
Samenvatting week 10 – Judith Bus – BA1B2 2
, Er is hier sprake van renale NI in dit geval wel ontstaan uit pre-renale factoren.
Acute tubulus necrose
ATN is een vorm van acute NI waarbij door pre-renale factoren ischemie is
ontstaan die tot structurele schade aan de nier heeft geleid. Het is in de regel
reversibel na een aantal dagen tot weken. Een nierbiopt is niet noodzakelijk omdat
de nierfunctie meestal weer herstelt. Ondersteunende behandeling met eventuele
tijdelijke dialyse is mogelijk.
Cellen in de PT en TAL zullen het eerst necrotiseren omdat zij het meeste zuurstof
nodig hebben. De schade is wel reversibel. Eerst verliezen cellen hun polariteit,
dan gaan ze dood en vallen in de urine waar ze nog voor een obstructie kunnen
zorgen. Vaak treedt er reflexmatig constrictie van de afferente arteriole op. Daarna
kunnen cellen zich weer uitspreiden en repolariseren.
Casus 3
Een 56-jarige man wordt opgenomen met een acuut gescheurd aneurysma van de
aorta. Na een langdurige operatie komt hij op de IC terecht. Na een redelijk
voorspoedig beloop ontwikkelt hij op dag zeven een infectie van de longen waarvoor
hij wordt behandeld met antibiotica. Een week later ontwikkelt hij rode vlekken en
blijkt hij veel minder te plassen. De bloeddruk is 130/70mmHg (normaal 120/80).
Exanteem kan ontstaan bij geneesmiddelen overgevoeligheid.
Aanvullend bloedonderzoek:
- creatinine 140 mmol/L (< 120)
- natrium 140 mmol/L (136 – 148)
- kalium 7.2 mmol/L (3.6 – 5.1)
Hetzelfde.
Aanvullend urineonderzoek:
- natrium 25 mmol/L (grens hoog/laag = 20)
- eiwit 2g/L
Proteïnurie is altijd een teken van renale NI. Er is sprake van acute
tubulointerstitiele nefritis door antibiotica gebruik (allergische reactie).
Na drie weken kan de patiënt helemaal niet meer plassen.
Aanvullend bloedonderzoek:
- creatinine 350 mmol/L (< 120)
- natrium 140 mmol/L (136 – 148)
- kalium 7.2 mmol/L (3.6 – 5.1)
Er is geen urineonderzoek mogelijk omdat de patiënt niet kan plassen, dat betekent
dat er ook geen nierfunctie is. Op de echo is een uitgezet verzamelsysteem te zien
(nierbekken vergroot) wat duidt op een afvloedbelemmering.
Samenvatting week 10 – Judith Bus – BA1B2 3
Inhoud
Hoorcolleges
Acute nierinsufficiëntie
Regulatie van de kalium uitscheiding
Ethisch dilemma orgaandonatie
Klinische zuur-base stoornissen
Tubulaire aandoeningen
Wat is een lichaam? Lichaamsbeelden en lichamelijkheid
Integratie/responsiecollege
Zelfstudieopdrachten
Acute nierinsufficiëntie
Kaliumhuishouding
Integratie casus nierfunctie
Vaardigheidsonderwijs
Acute ontregelingen van het milieu interieur
Samenvatting week 10 – Judith Bus – BA1B2 1
,HOORCOLLEGES
Acute nierinsufficiëntie
Casus 1
Een 56-jarige man wordt opgenomen met een acuut gescheurd aneurysma van de
aorta. Na een langdurige operatie komt hij op de IC terecht. Het valt hier de volgende
dag op dat hij weinig plast (oligurie= < 300cc/d). De bloeddruk is 80/40mmHg
(normaal 120/80).
Waarschijnlijk is de GFR gedaald want niet plassen is geen nierfunctie.
Aanvullend bloedonderzoek:
- creatinine 140 mmol/L (< 120)
- natrium 140 mmol/L (136 – 148)
- kalium 7.2 mmol/L (3.6 – 5.1)
Een patiënt met acute NI overlijdt niet snel aan een volume-expansie omdat je veel
intracellulair kwijt kunt maar eerder door problemen met K+ (hartritmestoornissen).
Het creatinine is verhoogd, maar niet heel erg (1000 is dialyse). Het duurt even
voordat creatinine ophoopt, er komt iedere dag een beetje bij.
Aanvullend urineonderzoek:
- natrium 2 mmol/L (normaal bestaat niet)
Altijd bedenken wat je als nier zou doen. De bloeddruk is erg verlaagd dus zal het
RAAS systeem aan staan. Een normale reactie is natriumretentie, wat bij deze
patiënt het geval is. De nier doet dus wat hij moet doen alleen beschikt hij niet over
voldoende aanbod van bloed.
De diagnose is dan ook een pre-renale NI.
Soorten acute nierinsufficiëntie
Pre-renaal: oorzaak buiten de nier; de NI heeft te maken met verminderde
bloedflow, bijvoorbeeld als gevolg van een lage bloeddruk (bijv. shock). Er
zijn geen structurele afwijkingen aan de nier en het herstelt zodra het
probleem wordt opgelost (de bloeddruk weer stijgt). De tubulusfunctie
(natriumreabsorptie) is ongestoord.
Renaal: de nier disfunctioneert (altijd bij chronische NI).
Post-renaal: oorzaak buiten de nier; de NI heeft te maken met een
afvloedbelemmering door bijv. nierstenen (echo).
Casus 2
Een 56-jarige man wordt opgenomen met een acuut gescheurd aneurysma van de
aorta. Na een langdurige operatie komt hij op de IC terecht. Het valt hier de volgende
dag op dat hij weinig plast (oligurie= < 300cc/d). De bloeddruk is 150/80mmHg
(normaal 120/80).
Aanvullend bloedonderzoek:
- creatinine 140 mmol/L (< 120)
- natrium 140 mmol/L (136 – 148)
- kalium 7.2 mmol/L (3.6 – 5.1)
Hetzelfde.
Aanvullend urineonderzoek:
- natrium 90 mmol/L (normaal bestaat niet; 20 is hoog/laag grens)
90 is in ieder geval niet laag!
In de urine wordt een afgietsel met necrotische tubuluscellen (brown muddy
casts/cylinders) erin gevonden.
Samenvatting week 10 – Judith Bus – BA1B2 2
, Er is hier sprake van renale NI in dit geval wel ontstaan uit pre-renale factoren.
Acute tubulus necrose
ATN is een vorm van acute NI waarbij door pre-renale factoren ischemie is
ontstaan die tot structurele schade aan de nier heeft geleid. Het is in de regel
reversibel na een aantal dagen tot weken. Een nierbiopt is niet noodzakelijk omdat
de nierfunctie meestal weer herstelt. Ondersteunende behandeling met eventuele
tijdelijke dialyse is mogelijk.
Cellen in de PT en TAL zullen het eerst necrotiseren omdat zij het meeste zuurstof
nodig hebben. De schade is wel reversibel. Eerst verliezen cellen hun polariteit,
dan gaan ze dood en vallen in de urine waar ze nog voor een obstructie kunnen
zorgen. Vaak treedt er reflexmatig constrictie van de afferente arteriole op. Daarna
kunnen cellen zich weer uitspreiden en repolariseren.
Casus 3
Een 56-jarige man wordt opgenomen met een acuut gescheurd aneurysma van de
aorta. Na een langdurige operatie komt hij op de IC terecht. Na een redelijk
voorspoedig beloop ontwikkelt hij op dag zeven een infectie van de longen waarvoor
hij wordt behandeld met antibiotica. Een week later ontwikkelt hij rode vlekken en
blijkt hij veel minder te plassen. De bloeddruk is 130/70mmHg (normaal 120/80).
Exanteem kan ontstaan bij geneesmiddelen overgevoeligheid.
Aanvullend bloedonderzoek:
- creatinine 140 mmol/L (< 120)
- natrium 140 mmol/L (136 – 148)
- kalium 7.2 mmol/L (3.6 – 5.1)
Hetzelfde.
Aanvullend urineonderzoek:
- natrium 25 mmol/L (grens hoog/laag = 20)
- eiwit 2g/L
Proteïnurie is altijd een teken van renale NI. Er is sprake van acute
tubulointerstitiele nefritis door antibiotica gebruik (allergische reactie).
Na drie weken kan de patiënt helemaal niet meer plassen.
Aanvullend bloedonderzoek:
- creatinine 350 mmol/L (< 120)
- natrium 140 mmol/L (136 – 148)
- kalium 7.2 mmol/L (3.6 – 5.1)
Er is geen urineonderzoek mogelijk omdat de patiënt niet kan plassen, dat betekent
dat er ook geen nierfunctie is. Op de echo is een uitgezet verzamelsysteem te zien
(nierbekken vergroot) wat duidt op een afvloedbelemmering.
Samenvatting week 10 – Judith Bus – BA1B2 3