Het behouden huis
1. titel: behouden betekent bewaren of gespaard. Het huis in dit verhaal is tijdens de oorlog blijven
staan en dus is het een behouden huis.
ondertitel: is er niet
motto: is er niet
opdracht: is er niet
2. thema: chaos door de oorlog. De soldaat zit midden in de tweede wereldoorlog en overal hoort hij
bommen vallen en schoten. Hij spreekt een andere taal dan zijn medesoldaten dus hij krijgt ook niks
mee.
3. motieven: angst, dit komt steeds terug in het verhaal. Angst aan het front voor het gevaar. Angst
toen hij in het huis kwam, omdat het leek of er nog mensen waren. Angst voor de duitsers in de
badplaats.
Oorlogsgeluiden zijn ook een motief, dit gaat het hele verhaal door, zoals de schoten van geweren of
het vallen van bommen.
Eenzaamheid, de hoofdpersoon is het hele boek eigenlijk alleen. Bij de partisanen kan hij niemand
verstaan en dus met niemand praten en later bij de Duitsers moet hij ook zo min mogelijk contact met
hen zoeken omdat hij zichzelf anders kan verraden.
4. personages: Over de hoofdpersoon is niet veel bekend, er is geen naam of leeftijd genoemd. Wel
weet je dat het een Nederlandse soldaat is. Hij heeft een tijd in duitsland gezeten, eerst als spion en
toen als gevangene.
5. perspectief: Het verhaal wordt verteld vanuit een ik-perspectief.
6. structuur:
7. tijdsduur: Het verhaal speelt zich af gedurende meerdere maanden (“ik wist wat ik zou zeggen,
wanneer zij vroegen waar ik al die maanden was geweest”).
Voordat hij het huis binnengaat, verstrekken een paar uur. Vervolgens blijft hij daar tot aan de
verovering van het dorp door de partizanen.
8. historische tijd: het verhaal speelt zich af aan het einde van de tweede wereldoorlog. De ik-
persoon zat sinds november 1940 al vier jaar in het leger.
1. titel: behouden betekent bewaren of gespaard. Het huis in dit verhaal is tijdens de oorlog blijven
staan en dus is het een behouden huis.
ondertitel: is er niet
motto: is er niet
opdracht: is er niet
2. thema: chaos door de oorlog. De soldaat zit midden in de tweede wereldoorlog en overal hoort hij
bommen vallen en schoten. Hij spreekt een andere taal dan zijn medesoldaten dus hij krijgt ook niks
mee.
3. motieven: angst, dit komt steeds terug in het verhaal. Angst aan het front voor het gevaar. Angst
toen hij in het huis kwam, omdat het leek of er nog mensen waren. Angst voor de duitsers in de
badplaats.
Oorlogsgeluiden zijn ook een motief, dit gaat het hele verhaal door, zoals de schoten van geweren of
het vallen van bommen.
Eenzaamheid, de hoofdpersoon is het hele boek eigenlijk alleen. Bij de partisanen kan hij niemand
verstaan en dus met niemand praten en later bij de Duitsers moet hij ook zo min mogelijk contact met
hen zoeken omdat hij zichzelf anders kan verraden.
4. personages: Over de hoofdpersoon is niet veel bekend, er is geen naam of leeftijd genoemd. Wel
weet je dat het een Nederlandse soldaat is. Hij heeft een tijd in duitsland gezeten, eerst als spion en
toen als gevangene.
5. perspectief: Het verhaal wordt verteld vanuit een ik-perspectief.
6. structuur:
7. tijdsduur: Het verhaal speelt zich af gedurende meerdere maanden (“ik wist wat ik zou zeggen,
wanneer zij vroegen waar ik al die maanden was geweest”).
Voordat hij het huis binnengaat, verstrekken een paar uur. Vervolgens blijft hij daar tot aan de
verovering van het dorp door de partizanen.
8. historische tijd: het verhaal speelt zich af aan het einde van de tweede wereldoorlog. De ik-
persoon zat sinds november 1940 al vier jaar in het leger.