PP week 1 Benadering vrije tijd 1/2.....................................................................................2
PP week 1: Historisch perspectief 2/2.................................................................................2
PP week 2: Sociologisch perspectief..................................................................................4
PP week 3: Psychologisch perspectief................................................................................5
PP week 4: Economisch, geografisch en tijdruimtelijk perspectief....................................10
PP week 5: Vrijetijdsdomeinen en bestedingen................................................................12
PP week 6: Vrijetijdstrends 1/2.........................................................................................15
PP week 6: De nieuwe leisure consument 2/2..................................................................17
PP: Powerpoint
1
Gemaakt door: Georgina van Dijk
,PP week 1 Benadering vrije tijd 1/2
Wat is vrije tijd?
Objectieve benadering: Vrije tijd is alle tijd die je hebt min arbeid, onderwijs, zorgtaken en
persoonlijke verzorging tijd. Dit wordt ook wel een residuele definitie van vrije tijd genoemd.
Een objectieve benadering is gebaseerd op feiten.
Hierbij kijken we naar:
- Residu-defitie: Alle tijd die je overhoudt buiten werk, studie, bijbaan, zorgtaken,
persoonlijke verzorging en noodzakelijk vervoer.
- Kwantitatief onderzoek: Onderzoek gebaseerd op getallen
- Economisch perspectief: Vrije tijd als tijdsbesteding
Subjectieve benadering: Activiteiten of ervaringen die door mensen als vrije tijd wordt
ervaren.
Hierbij kijken we naar:
- Individuele beleving (wat iemand ervaart)
- Kwalitatieve benadering (motieven en mate van beleving begrijpen)
- Psychologisch perspectief (vrijetijd als beleving)
Contextuele benadering: Bekijkt vrije tijd vanuit je culturele achtergrond.
Hierbij ben je afhankelijk van:
- Culturele context (elke cultuur heeft zijn eigen opvattingen over vrije tijd.)
- De Zeitgeist (elke tijd heeft zijn eigen opvattingen over vrije tijd, beïnvloed door
trends en mode)
- Sociologisch en historisch perspectief
Leisure: Al het gedrag van mensen dat zich onderscheidt van het gedrag dat in de
betreffende cultuur bedoeld is om te overleven of gericht is op andere praktische
noodzakelijkheden in het leven.
PP week 1: Historisch perspectief 2/2
Vroeger tijdens de oudheid bestond er geen echte individuele vrijheid, wel
werd er vermaak georganiseerd voor het volk. Denk aan:
2
Gemaakt door: Georgina van Dijk
, - Olympische spelen
- Gladiator gevechten
- Ontspanning dmv thermen
Tijdens de middeleeuwen bestond er nog steeds geen echte individuele vrijheid.
Mensen woonde op hun werkplek (op het platteland).
Cyclisch tijdsbesef: De seizoenen gaven bepaalde tradities aan. Adel hoefde niet te
werken en mensen waren alleen vrij op een kerkelijke vrije dag en dronken dan veel
bier en vermaakte zich met hoeren.
In de moderne pre-industriële tijd (1500-1870) werden veel nieuwe delen in de
wereld ontdekt ontstaat er handel en was er veel geld in omloop.
In de wereldhandel ontstaat er een nieuwe doelgroep: de burgerij. Zij vestigen zich in
de stad voor de handel en verdienen veel geld.
Vrije tijd voor het volk bestond uit: kerkelijke feestdagen, kermissen, zang,
straattheater en opera.
In de moderne contemporaine tijd (19e eeuw) ontstond de industriële revolutie,
waarbij de boeren verhuizen naar de stad. I.p.v. een standenmaatschappij ontstaat
een klassenmaatschappij, als je meer ging verdienen ging je omhoog in de klassen.
In de moderne contemporaine tijd (eind 19e eeuw) was er tijd eind 19e eeuw
sprake van kinderarbeid. Er kwam een scheiding tussen arbeid en vrije tijd nodig om
de werknemers te laten rusten.
De moderne contemporaine tijd (20e eeuw)
In 1919 werd de 8-urige werkdag ingevoerd.
In 1960 werd de 5-daagse werkweek ingevoerd (zaterdag vrij).
Er ontstaat tijd om leuke dingen te doen.
Tussen 1920-1950 organiseert de kerk liefdadigheids events, komen er sportscholen
en koren.
Na de 2e wereldoorlog, rond jaren 50-60 ontstaat de jeugdcultuur, de jeugd houdt
zich in hun vrije tijd bezig met muziek, kunst, roken en tv.
Er worden bibliotheken, zwembaden, en discotheken gebouwd.
De samenleving wordt opgesplitst in zuilen.
Moderne tijd (eind 20e eeuw)
Vanaf jaren 70 brokkelen de zuilen af tegelijk met de ontkerkelijking.
Er was geen geld, subsidies werden minder en verzorgingsstaat brokkelt af, vanaf
toen moesten de burgers zelf beslissen waar ze geld aan uitgaven.
In de jaren 90 ontstaat er een groot vrijetijdsaanbod.
Er is veel sociale ongelijkheid.
21e eeuw
Burgers hebben steeds meer een eigen mening, zijn kritischer en mobieler dan ooit.
3
Gemaakt door: Georgina van Dijk