Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 3 van de 26 pagina's
College aantekeningen

Samenvatting muziekgeschiedenis I

Document preview thumbnail
Voorbeeld 3 van de 26 pagina's

Samenvatting colleges muziekgeschiedenis

Voorbeeld van de inhoud

Tentamen:
muziekgeschiedenis
I
1600-­‐1800



College
1:
De
Barok



De
Barok

Muziek
die
je
niet
heel
vaak
tegenkomt,
maar
wel
heel
erg
de
moeite
waard
is.
Het
tijdstipt

verschuift
heel
erg.
1750
is
de
sterfdatum
van
Bach
en
daarom
hebben
ze
het
gerekend
tot
het
einde

van
de
Barok,
maar
het
mag
ook
iets
ervoor.



Kenmerkende
interesses:

• Dramatiek

Rond
1600
steeds
meer
dingen
dramatiseren,
aanzetten.
Er
wordt
meer
aandacht
gegeven
aan

contrasten/
actie.


• Affecten:

Emotie.
Het
ging
niet
om
de
emotie
van
de
kunstenaar.
Een
emotie
van
een
karakter.
Op
een

efficiënte
manier
de
emotie
neerzetten.



• Contrasten:

Verschillende
emoties
achter
elkaar
laten
komen
à
Kern
van
de
Barok



Kenmerkende
techniek:

• Basso
continuo:
Bas
geeft
de
leiding.
Men
improviseerde
daarbij
de
akkoorden.
Een
makkelijke

manier
om
moeilijke
muziek
op
te
schrijven.
Als
je
de
regeltjes
kende,
dan
kom
je
de
muziek

invullen.




Belangrijke
ontwikkeling:

• Definitieve
ontwikkeling
majeur/mineur-­‐
tonaliteit:
Majeur
en
mineur
wordt
de
centrale
manier

van
denken
(definitieve
ontwikkeling).





David

Michelangelo
(1475-­‐
1564)
(1501-­‐
1504
beeld
gemaakt)

Gian
Lorenzo
Bernini
(1598-­‐1680)
(1623-­‐1624
beeld
gemaakt)

Heel
veel
expressie
in
het
beeld
van
Bernini.
Actie,
expressie
en
drama.






Bernini

Apollo
en
Daphne
(1622-­‐1625)

Apollo
wilde
Daphne
schaken.
Daphne
veranderd
dan
in
een
boom.
De
blaadjes

groeien
al
uit
haar
vingers.
De
kleding
wappert
naar
achter.
Je
ziet
dus
weer
actie.








Bernini

Extase
van
Terese
van
Avila
(1645-­‐
1652)


Je
ziet
pijn
en
geluk.
Veel
beweging,
actie
en
drama.
Licht
en
donker.
Een
verborgen

raampje
waardoor
het
licht
van
boven
komt.
Erotisch,
omdat
zij
aan
het
wachten
is

op
de
pijl
van
de
engel.





,Waarom
rond
1600?

• Nieuw
genre:
Opera


• Nieuwe
idealen:


-­‐
Seconda
pratica
Nieuwe
manier
van
omgaan
met
dissonanten,
tekst
staat
centraal.

-­‐
Monodie
Solozang
met
begeleiding



Opera
is
een
dramatisch
genre.
Toneel
in
muziek
weten
te
vatten.
Hoeveel
dramatiek
wat
in
de

muziek
wordt
verwerkt.
In
opera
wil
je
dat
mensen
verstaanbaar
zijn
à
monodie.
Een
iemand
die

een
melodie
zingt
met
instrumentale
begeleiding.
Ze
vinden
dat
je
bij
de
vocale
polyfonie
de
zangers

niet
goed
kunt
verstaan.
Bij
de
seconda
pratica
gaat
het
meer
om
de
dissonanten.
De

tekstuitdrukking
staat
ook
weer
centraal.




Basso
continuo
(Becijferde
bas)

Je
komt
het
keer
op
keer
tegen
in
de
partituur
en
in
de
muziek.
Men
schrijft

vooral
een
bas
op.
Deze
is
eenstemmig,
maar
men
voert
dat
meerstemmig

uit.
Eén
of
meerdere
instrumenten
spelen
de
baslijn.
Het
is
bij
uitstek
het

middel
om
de
monodie
uit
te
voeren.
De
solist
kan
het
dan
spannender

maken.



• Bas
wordt
genoteerd
voor
één
of
meerdere
instrumenten.
Vaak:
luit,
theorbe,
klavecimbel/orgel.

• Harmonie
wordt
door
middel
van
improvisatie
ingevuld.

• Als
akkoorden
niet
in
grondligging
moeten,
dan
is
dat
aangegeven
door
cijfers
onder
de
noten.



In
de
Barok
wordt
heel
veel
geïmproviseerd.
Het
versieren
van
melodieën
was
heel
normaal
om
daar

iets
mee
te
doen.
VB.
In
het
boek:
p.
305.
-­‐>
ook
een
voorbeeld
van
Basso
Continuo.
Alleen
de
bas

was
opgeschreven.
De
andere
nootjes
zijn
erbij
geïmproviseerd.




Becijferde
bas:
je
bepaalt
duidelijk
wat
de
grondligging
is.
Als
je
een
akkoord
niet
in
de
grondligging

wil
hebben,
dan
staan
er
cijfertjes
onder.
Een
becijferde
bas
zie
je
op
blz.
302.
De
10
in
een
decime

en
een
11
is
een
undecime.
Een
10
en
een
11
kom
je
niet
vaak
tegen.
Eerder
kleinere
getallen.
Als
je

in
de
Barok
werkte
moest
je
dit
heel
goed
weten.
Iedereen
was
er
heel
erg
handig
in.
Als
er
een
kruis

of
een
mol
staat
heeft
het
altijd
betrekking
op
de
terts.
Alles
is
een
grondligging
tenzij
het
becijferd

is.
Voorhouding:
een
noot
die
is
blijven,
maar
die
naar
beneden
toe
wil.




De
voorgeschiedenis
van
de
opera

Van
de
17e
eeuw
tot
en
met
de
19e
eeuw.
Het
begint
allemaal
zo
rond
1600.
Opera
is
een
verschijnsel

waar
je
allerlei
bronnen
en
voorgeschiedenis
voor
kunt
zien.
Je
gaat
theater
maken,
op
muziek

zetten,
op
de
eigen
tijd.
Je
spreek
echt
van
vernieuwingen
à
Monodie.
Libretto:
Tekst
in
de
opera.

• Interesse
in
de
Griekse
oudheid
en
Grieks
drama

• Pastoraal
drama:
bekende
verschijnsel
van
dat
mensen
gingen
kijken
naar
een
geïdealiseerd

landschap.
Griekse
godheid
die
voorbij
komt.
Die
thematiek
kom
je
in
de
eerste
opera’s
tegen.

• Madrigalencyclus:
Uitdrukking
van
tekst
stond
al
heel
erg
centraal.
Je
pakte
meerdere
gedichten

die
samen
een
verhaal
vertegenwoordigen.
En
misschien
ook
wel
meerdere
karakters.
Zo
kom
je

dichter
bij
de
opera.
Madrigalen
zijn
heel
erg
belangrijk.
De
tekst
zo
goed
mogelijk
uitdrukken.

• Intermedi:
Apart
genre.
Kunnen
we
ons
nu
niet
meer
zo
goed
voorstellen.
Bestond
omdat
in
het

theater
in
de
renaissance
nog
geen
doek
was.
In
de
pauzes
bleef
het
toneel
leeg.
Er
waren

komische
stukjes
tussendoor.
Een
stukje
spektakel.
Het
gewone
theaterstuk
stond
dan
even
stil.

Het
werd
steeds
groter
en
spectaculairder.
Er
is
een
hele
beroemde
la
pellegrina
1589.
Voor
de

medici
familie.
Een
adellijk
huwelijk.
Een
groots
spektakel
opvoeren.
Ze
lieten
daarmee
zien

hoeveel
geld
ze
hadden.


, Waarom
was
La
pellegrina
zo
belangrijk?


Omdat
er
een
intellectuele
club
achter
zat
die
zelf
de
opera
zijn
gaan
ontwikkelen
en
omdat
het
een

spektakel
was.




Een
kring
van
intellectuelen:
De
Florentijnse
Camerata

• Giovanni
de
‘Bardi
(1550-­‐
1602)

-­‐
Graaf,
gastheer,
organisator
intermedi

• Vincenzo
Galilei
(ca.
1520-­‐
1591)

-­‐
Theoreticus,
componist
(Dialogo
della
musica
antica
et
della
moderna
1581)

• Giulio
Caccini
(ca.
1550-­‐
1680)

-­‐

Zanger/
componist

• Mogelijk
ook
Jacopo
Peri
(1561-­‐
1633)

-­‐
Zanger/
componist



De
eerste
opera:

• Dafne
(Componist:
Jacopo
Peri,
Tekst:
Otavio
Rinuccini
Florence,
1598)

Hier
zijn
helaas
geen
partituur
van.
Daar
kunnen
ze
vrij
weinig
over
zeggen,
maar
wordt
wel

gezien
als
de
eerste
opera.
Emilio
de’
Cavalieri
was
ook
actief
bij
de
intermedi.


• Rapressentiatone
di
Anima
et
di
Corpo
(Componist/
Tekst:
Emilio
de’
Cavalieri
Rome,
1600)

• L’Euridice:
(Componist/
Tekst:
Jacopo
Peri
en
Otavio
Rinuccini
Florence,
1600)

Hier
hebben
ze
de
partituur
van.
Dus
daar
kunnen
ze
echt
nog
wat
mee.


• L’Orfeo:
(Componist/
Tekst:
Claudio
Monteverdi
Mantua,
1607)



Om
zo’n
opera
te
maken
heb
je
een
aantal
nieuwe

technieken
nodig:

• Muziekinstrument
uitgevonden:
Theorbe.

Belangrijke
rol
gespeeld

• Peri
ging
er
als
eerst
mee
bezig.
Recitatief.

Vorm
van
muzikaal
declameren
à
vrij
zingen.

Een
dialoog
op
een
snelle
overtuigende
manier

zingen
(Zie
hier
rechts
op
het
voorbeeld
een

recitatief).



Technische
eigenschappen:

• Alleen
aangegeven
met
Basso
continuo

• Bovenin
zijn
noten
die
gezongen
worden.
Die

zijn
kort,
maar
die
mag
je
vrij
uitvoeren.


• De
dissonanten
kan
je
heel
vrij
inzetten.
Je
kan
de
noten
zingen
die
je
wilt
als
je
maar
weer
terug

komt
op
de
goede
noot.


• Je
denkt
in
deze
muziek
heel
erg
vanuit
akkoorden.
Harmonie.
In
de
Barok
denkt
met
aan
een

dissonant
als
een
noot
die
niet
in
een
akkoord
past.
Zolang
de
noot
goed
klinkt
kan
je
ertussen

doen
wat
je
zelf
leuk
vindt.
Dus
veel
vrijheid
voor
de
solist.




Claudio
Monteverdi

1567

Geboren
in
Cremona

1590

In
dienst
Vincenzo
Gonzaga,
hertog
van
Mantua

1612

Ontslagen
in
Mantua

1613

Kapelmeester
San
Marco
(Venetië)

1632

Werd
priester

1643

Overlijdt
in
Venetië

Documentinformatie

Geüpload op
16 december 2014
Aantal pagina's
26
Geschreven in
2013/2014
Type
College aantekeningen
Docent(en)
Rutger helmers
Bevat
Alle colleges
€5,99

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
anoukoverman
4,3
(4)
Verkocht
36
Volgers
23
Items
13
Laatst verkocht
2 jaar geleden

Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.


Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen