Samenvatti ng per hoofdstuk van het boek “Medicati e in de Prakti jk”
Hoofdstuk 1 – Inleiding van geneesmiddelen
, 1.1 - Wat zijn geneesmiddelen
Geneesmiddelen: Stoffen die worden gebruikt voor een medisch doel
(Diagnose, behandeling of preventie van ziekten en klachten)
1.2 – Vormen en toedieningswijzen
Geneesmiddelen zijn beschikbaar in de volgende vormen:
Tablet
Capsule
Dragee (met een suiker laag)
Inhalatiemiddel (Spray of poeder)
Pleister
Vloeistof voor injectie of infuus
Wanneer welke vorm van toediening bij geneesmiddelen?
Insulinepen (subcutaan injecteren) Insuline werkt niet bij orale inname
omdat het geneesmiddel dan wordt
afgebroken. Hierdoor wordt het
geneesmiddel subcutaan toegediend.
Capsule Wanneer het geneesmiddel in een
capsule zit zorgt dit ervoor dat het
langs de maag komt. (Door de
gelatine laag wordt de capsule niet
aangetast)
Een capsule kan de vieze smaak van
het geneesmiddel ook verminderen.
Zetpil Een middel wat moeilijk via het Maag-
darmstelsel ingenomen kan worden
(bijvoorbeeld bij misselijkheid) wordt
gegeven door middel van een zetpil.
Een zetpil heeft een snelle werking,
bijna alle stoffen van het
geneesmiddel komen direct in de
bloedbaan terecht en worden pas
laster afgebroken door de lever.
Inhalatie Worden gebruikt wanneer de
luchtwegen verwijdt moeten worden.
Dit gaat sneller wanneer de
geneesmiddelen worden ingeademd.
Crème of Zalf Worden gebruikt bij een lokale
toediening.
Kan gebruikt worden bij vele
huidaandoeningen.
De toedieningswijze van geneesmiddelen kent twee hoofdroutes:
Enteraal = Via het Maag-darmstelsel
Parenteraal = Via een andere route dan het maagdarmstelsel.
(Op de huid, inhalatie, oogdruppels, neusdruppels, injecteren,
transdermaal)