Mens – Zelfstudie
Inhoud
BMW Organisme - ZS Vroege ontwikkeling van het zenuwstelsel – Thema 6........................................2
BMW Organisme – ZS Late ontwikkeling van het CZS van gewervelden – Thema 6...............................5
BMW Organisme – ZS Ventrikelsysteem en liquorcirculatie – Thema 6.................................................9
BMW Organisme – ZS Hersen- en ruggenmergvliezen – Thema 6........................................................11
BMW Organisme – ZS Kleine en grote hersenen en diencephalon – Thema 6.....................................13
BMW Organisme – ZS Relatie ruggenmerg met de wervelkolom – Thema 6.......................................15
BMW Organisme – ZS Bouw en organisatie ruggenmerg – Thema 6....................................................16
BMW Organisme – ZS Hersenstam en hersenzenuwen – Thema 6......................................................17
BMW Organisme – Practicum 11 Neuroanatomie – Thema 6..............................................................19
1
,BMW Organisme - ZS Vroege ontwikkeling van het
zenuwstelsel – Thema 6
Zenuwstelsel bij verschillende organismen:
Diploblasten = organismen met 3 weefsellagen
primitieve zenuwstelsel bestaat uit een neuronaal netwerk dat diffuus door
het organisme verspreid ligt (hydra/poliepen en kwallen)
netwerk bestaat uit;
- sensibele zenuwen tactiele, chemische en visuele informatie
- motorische neuronen bewegen en actie
- interneuronen communiceren tussen de sensibele en motorische
neuronen
Triploblasten = organismen met 2 weefsellagen
centralisatie = centraal gecoördineerde structuur
tussenvorm bij stekelhuidigen
Overige ongewervelden = organismen zonder wervels
behoren tot de triploblasten
1 of 2 ventraal gelegen centrale strengen (ruggenmerg met ganglia)
Cephalisatie = proces waarbij het meest craniaal gelegen ganglion de
rest van het zenuwstelse gaat domieren. Dit zijn tekenen van het ontstaan
van de hersenen
Gewervelden = organismen met wervels
Hebben een ruggenmerg (dorsaal gelegen enkele streng)
Er is een groot ganglion die de hersenens voorstellen die dominantie
hebben over het zenuwstelsel
Ontwikkeling van het centraal zenuwstelsel (CZS) start in de ectoderm
(embryo)
Neurulatie = proces waarbij vanuit het ectodeerm de voorloper van het
CSZ wordt gevormd
- bestaat uit 4 stappen
Proces neurulatie vanuit het ecoderm
1. Vorming neurale plaat
Neuro-ectoderm = ectoderm van de neurale plaat
Oppervlakte ectoderm = ectoderm naast de neurale plaat
Chorda dorsalis gaat inducerende factoren uitscheiden ectoderm gaat
prolifereren vorming neurale plaat
2
, 2. Vorming neutrale groeve
Neutrale groeve = een groeve in het midden van de neurale plaat
In het midden van de neurale plaat (craniaal naar caudaal) ontstaat de
groeve
3. Vorming neurale wallen
Somietvorming = verdikking van het mesoderm
Apicale constrictie = neuro-ectoderm cellen maken zich aan de
bovenkant smaller dan aan de onderkant
mesoderm naar chorda dorsalis verdikt en het bovenliggende
neuroectoderm omhoog duwt / neuroectoderm cellen ondergaan apicale
constrictie ectoderm aan zijdes neurale groeve gaat zich verheffen
vorming neurale wallen.
Daarnaast komen er neurale lijstcellen vrij
4. Fusie neurale wallen
de toppen van de neurale wallen fuseren met elkaar waardoor de neurale
buis wordt gesloten. Oppervlakte ectoderm gaat over de neurale buis heen
en vormt de huid.
Neurale lijstcellen = neuro-ectoderm cellen die (vóór stap 4) aan de top van de
neurale wallen vrijkomen en door het embryo migreren. Maken onderdeel uit van
verschillende organen/structuren
Oefenvragen
1. Centralisatie = er ontstaat een structuur die centraal gelegen is in het
organisme
2. Cephalisatie = proces waarbij het meest craniaal gelegen ganglion de rest
van het zenuwstelse gaat domieren. Dit zijn tekenen van het ontstaan van
de hersenen
3. Neurulatie waarbij er een vorming is van de neurale plaat, neurale groeve,
neurale wallen en daarna de fusie van de neurale wallen
4. Dit zijn cellen van het neuronaal ectoderm die zich door het embryo
migreren. Ze leveren een bijdragen aan:
3