Onderzoek in de gezondheidszorg
Hoofdstuk 1 Onderwerp en probleemstelling
1.1 een onderwerp kiezen
Vaak een aanleiding om een onderwerp te kiezen voor onderzoek.
Onderwerp gekozen? verkenning uitvoeren:
- Past het onderwerp binnen het onderzoekskader van het vakgebied of de opleiding?
- Is het onderwerp geschikt om te onderzoeken met de gegeven randvoorwaarden?
Randvoorwaarden zijn: beschikbare gegevens, tijd, budget, begeleiding,
onderzoekspopulatie.
- Is het onderwerp (theoretisch of maatschappelijk) relevant?
- Wie heeft er belang bij dat dit onderzoek gedaan wordt?
- Wat is er bekend over het onderwerp? Is er al een bestaande theorie? Is er al eerder
onderzoek gedaan waarop je kunt voortbouwen?
- Is onderzoek naar het onderwerp ethisch verantwoord?
Hierna ga je het onderzoek afbakenen. Wat ga je wel en niet onderzoeken?
- Algemene discipline bepalen waarbinnen je het onderzoek gaat uitvoeren.
- Aspecten kiezen die je gaat onderzoeken.
- Op basis van bestaande onderzoeken en theorieën besluit je of je het onderwerp nog
verder moet afbakenen.
1.2 Probleemstelling
Probleemstelling aanleiding van het onderzoek en een korte schets van de situatie, het
probleem of de onduidelijkheid die in het onderzoek centraal staat.
Wanneer er sprake is van een klinisch probleem nadruk ligt meestal op één van de
volgende aspecten:
- Etiologie de vraag naar de oorzaken of determinanten (risicofactoren of risico-
indicatoren) van een aandoening staan centraal.
- Diagnose richten op de verschijnselen die een indicatie of voorspelling geven van
de aanwezigheid van een bepaalde aandoening.
- Prognose bestuderen van de factoren die van invloed zijn op het verdere beloop
van de ziekte (prognostische factoren).
- Therapie of interventie het bekijken van het effect van een therapeutische
interventie of behandeling, of het richten op de effectiviteit van een interventie om het
ontstaan van ziekten te voorkomen (preventie).
Vragen bij het opstelling van de probleemstelling:
- Wat is het probleem of de situatie waarover je uitspraken wil doen?
- Wat is de aanleiding om hier onderzoek naar te doen?
- Hoe groot is het probleem of hoe vaak komt de situatie voor?
- Wie zijn er bij het probleem of de situatie betrokken?
- Op welke manier kan onderzoek bijdragen aan het oplossen van het probleem of het
veranderen van de situatie?
Uit de probleemstellingen komen de doelstelling (externe doel) en een vraagstelling (intern
doel) naar voren.
Doelstelling: Waarom wil je dit onderzoek uitvoeren en wat is het belang van de kennis die
het onderzoek voortbrengt.
Vraagstelling: Wat wordt er onderzocht (inhoud van het onderzoek).
1.3 Doelstelling
Met de doelstelling wordt de relevantie van het onderzoek weergegeven en wordt de
verantwoording voor het doen van het onderzoek afgelegd.
Doelstelling geeft antwoord op de vragen:
- Waarom wordt het onderzoek uitgevoerd?
- Wat wordt er bereikt met het onderzoek?
Hoofdstuk 1 Onderwerp en probleemstelling
1.1 een onderwerp kiezen
Vaak een aanleiding om een onderwerp te kiezen voor onderzoek.
Onderwerp gekozen? verkenning uitvoeren:
- Past het onderwerp binnen het onderzoekskader van het vakgebied of de opleiding?
- Is het onderwerp geschikt om te onderzoeken met de gegeven randvoorwaarden?
Randvoorwaarden zijn: beschikbare gegevens, tijd, budget, begeleiding,
onderzoekspopulatie.
- Is het onderwerp (theoretisch of maatschappelijk) relevant?
- Wie heeft er belang bij dat dit onderzoek gedaan wordt?
- Wat is er bekend over het onderwerp? Is er al een bestaande theorie? Is er al eerder
onderzoek gedaan waarop je kunt voortbouwen?
- Is onderzoek naar het onderwerp ethisch verantwoord?
Hierna ga je het onderzoek afbakenen. Wat ga je wel en niet onderzoeken?
- Algemene discipline bepalen waarbinnen je het onderzoek gaat uitvoeren.
- Aspecten kiezen die je gaat onderzoeken.
- Op basis van bestaande onderzoeken en theorieën besluit je of je het onderwerp nog
verder moet afbakenen.
1.2 Probleemstelling
Probleemstelling aanleiding van het onderzoek en een korte schets van de situatie, het
probleem of de onduidelijkheid die in het onderzoek centraal staat.
Wanneer er sprake is van een klinisch probleem nadruk ligt meestal op één van de
volgende aspecten:
- Etiologie de vraag naar de oorzaken of determinanten (risicofactoren of risico-
indicatoren) van een aandoening staan centraal.
- Diagnose richten op de verschijnselen die een indicatie of voorspelling geven van
de aanwezigheid van een bepaalde aandoening.
- Prognose bestuderen van de factoren die van invloed zijn op het verdere beloop
van de ziekte (prognostische factoren).
- Therapie of interventie het bekijken van het effect van een therapeutische
interventie of behandeling, of het richten op de effectiviteit van een interventie om het
ontstaan van ziekten te voorkomen (preventie).
Vragen bij het opstelling van de probleemstelling:
- Wat is het probleem of de situatie waarover je uitspraken wil doen?
- Wat is de aanleiding om hier onderzoek naar te doen?
- Hoe groot is het probleem of hoe vaak komt de situatie voor?
- Wie zijn er bij het probleem of de situatie betrokken?
- Op welke manier kan onderzoek bijdragen aan het oplossen van het probleem of het
veranderen van de situatie?
Uit de probleemstellingen komen de doelstelling (externe doel) en een vraagstelling (intern
doel) naar voren.
Doelstelling: Waarom wil je dit onderzoek uitvoeren en wat is het belang van de kennis die
het onderzoek voortbrengt.
Vraagstelling: Wat wordt er onderzocht (inhoud van het onderzoek).
1.3 Doelstelling
Met de doelstelling wordt de relevantie van het onderzoek weergegeven en wordt de
verantwoording voor het doen van het onderzoek afgelegd.
Doelstelling geeft antwoord op de vragen:
- Waarom wordt het onderzoek uitgevoerd?
- Wat wordt er bereikt met het onderzoek?