Thema 7 Infectie
en
infectieprefentie
Inhoud
coOZ1 thema 7.......................................................................................................................................2
coOZ1 thema 7 zelfstudie.......................................................................................................................7
coOZ2 thema 7.......................................................................................................................................8
coOZ3 thema 7.....................................................................................................................................11
coOZ3 thema 7 zelfstudie.....................................................................................................................14
prOZ4 thema 7 zelfstudie.....................................................................................................................16
Infectiepreventie zelfstudie thema 7....................................................................................................17
Boek vragen thema 7............................................................................................................................19
Zelfstudie OZ kwaliteitszorg.................................................................................................................25
1
,coOZ1 thema 7
kenmerken immuunsysteem:
o Ziekteverwekkers zijn overal, maar we zijn niet altijd ziek
o Sommige ziekten krijg je één keer en nooit weer (je bent immuun
geworden)
o We kunnen ons inenten tegen bepaalde ziekten, zodat we deze niet
zullen krijgen.
o Speelt een rol bij kanker
Taken immuunsysteem:
o Ziekteverwekkers herkennen en uitschakelen
o Onderscheid maken tussen lichaamsvreemde lichaamseigen cellen
o Afwijkende cellen uitschakelen
Bacteriën zijn over het algemeen groter. Bacteriën hebben een cel. Een virus heeft
dat niet. Een virus leeft niet, en is niet zelfstandig.
Infectie een ziekteverwekker dringt ons lichaam binnen.
Antigenen op ziekteverwekkers kunnen een immuunreactie veroorzaken. Antigenen
zitten op membranen van alle cellen; systeem herkent lichaamsvreemde antigenen
Immuunsysteem maakt antistoffen tegen antigenen
Het menselijk lichaam heeft twee typen afweermechanismen:
1. Niet specifieke immuniteit
o Reageert op verschillende prikkels
o Reageert altijd op dezelfde manier
o Geen onderscheid tussen bedreigingen
o Vanaf de geboorte aanwezig
o Bestaat uit verschillende samenwerkende onderdelen:
Fysieke barrières
- Houden gevaarlijke organismen en stoffen buiten het lichaam
- Afwijkende cellen uitschakelen
- Bacteriën in de darmen (er is geen plek meer voor de slechte bacteriën)
- De huid is de eerste fysieke barrière
Fagocyten (opetende cellen)
- Eerste lijn verdediging: vallen binnendringende stoffen of ziekteverwekkers
aan en verwijderen deze
- Twee soorten: microfagen en macrofagen
2
, - Kunnen fagocytose (= het opnemen van ziekteverwekkers/stoffen van buiten
de cel)
Natural killer cellen
- Voortdurende bewaking van gezonde weefsels (immunologische surveillance)
- Cellen: Natural Killer cellen (NK-cellen), vallen afwijkende (lichaamseigen)
cellen aan zoals tumorcellen of als je besmet bent met een ziekteverwekker
- Vertragen virale en bacteriële infecties
Interferonen
- Kleine eiwitten die de weerstand van cellen verhogen
- Worden afgegeven door lymfocyten, macrofagen of geïnfecteerde cellen
- Reactie gezonde cellen gaan antivirale stoffen maken, gezonde cellen
gaan zich dus wapenen tegen infectie
Complementsysteem
- Eiwitten binden aan celwand bacterie kettingreactie
1. Vult werking intistoffen aan
2. Trekt fagocyten aan en bevordert fagocytose
3. Breekt celwand af
4. Bevordert ontstekingsreactie
Ontstekingsreactie
- Plaatselijke weefselreactie op een verwonding/beschadiging
- Start: mestcellen knappen en geven histamine en heparine af
- Doelen: tijdelijk herstel, verspreiding ziekteverwekkers vertragen,
verdedigingsmechanismen activeren
- Kenmerken: roodheid, pijn, warmte en zwelling
- Pus: celresten en dode cellen
Koorts
- Verhogen lichaamstemperatuur
- Hierdoor hogere stofwisselingssnelheid, fagocytose wordt hierdoor bevordert.
Enzymatische reacties verlopen sneller.
- > 40 graden = beschadiging
Samengevat:
o Niet specifiek reageert altijd hetzelfde
o Bevat cellen om ziekteverwekkers aan te vallen
o Bevat cellen om afwijkende cellen aan te vallen
o Bevat hulpmiddelen om de reactie te ondersteunen
3
en
infectieprefentie
Inhoud
coOZ1 thema 7.......................................................................................................................................2
coOZ1 thema 7 zelfstudie.......................................................................................................................7
coOZ2 thema 7.......................................................................................................................................8
coOZ3 thema 7.....................................................................................................................................11
coOZ3 thema 7 zelfstudie.....................................................................................................................14
prOZ4 thema 7 zelfstudie.....................................................................................................................16
Infectiepreventie zelfstudie thema 7....................................................................................................17
Boek vragen thema 7............................................................................................................................19
Zelfstudie OZ kwaliteitszorg.................................................................................................................25
1
,coOZ1 thema 7
kenmerken immuunsysteem:
o Ziekteverwekkers zijn overal, maar we zijn niet altijd ziek
o Sommige ziekten krijg je één keer en nooit weer (je bent immuun
geworden)
o We kunnen ons inenten tegen bepaalde ziekten, zodat we deze niet
zullen krijgen.
o Speelt een rol bij kanker
Taken immuunsysteem:
o Ziekteverwekkers herkennen en uitschakelen
o Onderscheid maken tussen lichaamsvreemde lichaamseigen cellen
o Afwijkende cellen uitschakelen
Bacteriën zijn over het algemeen groter. Bacteriën hebben een cel. Een virus heeft
dat niet. Een virus leeft niet, en is niet zelfstandig.
Infectie een ziekteverwekker dringt ons lichaam binnen.
Antigenen op ziekteverwekkers kunnen een immuunreactie veroorzaken. Antigenen
zitten op membranen van alle cellen; systeem herkent lichaamsvreemde antigenen
Immuunsysteem maakt antistoffen tegen antigenen
Het menselijk lichaam heeft twee typen afweermechanismen:
1. Niet specifieke immuniteit
o Reageert op verschillende prikkels
o Reageert altijd op dezelfde manier
o Geen onderscheid tussen bedreigingen
o Vanaf de geboorte aanwezig
o Bestaat uit verschillende samenwerkende onderdelen:
Fysieke barrières
- Houden gevaarlijke organismen en stoffen buiten het lichaam
- Afwijkende cellen uitschakelen
- Bacteriën in de darmen (er is geen plek meer voor de slechte bacteriën)
- De huid is de eerste fysieke barrière
Fagocyten (opetende cellen)
- Eerste lijn verdediging: vallen binnendringende stoffen of ziekteverwekkers
aan en verwijderen deze
- Twee soorten: microfagen en macrofagen
2
, - Kunnen fagocytose (= het opnemen van ziekteverwekkers/stoffen van buiten
de cel)
Natural killer cellen
- Voortdurende bewaking van gezonde weefsels (immunologische surveillance)
- Cellen: Natural Killer cellen (NK-cellen), vallen afwijkende (lichaamseigen)
cellen aan zoals tumorcellen of als je besmet bent met een ziekteverwekker
- Vertragen virale en bacteriële infecties
Interferonen
- Kleine eiwitten die de weerstand van cellen verhogen
- Worden afgegeven door lymfocyten, macrofagen of geïnfecteerde cellen
- Reactie gezonde cellen gaan antivirale stoffen maken, gezonde cellen
gaan zich dus wapenen tegen infectie
Complementsysteem
- Eiwitten binden aan celwand bacterie kettingreactie
1. Vult werking intistoffen aan
2. Trekt fagocyten aan en bevordert fagocytose
3. Breekt celwand af
4. Bevordert ontstekingsreactie
Ontstekingsreactie
- Plaatselijke weefselreactie op een verwonding/beschadiging
- Start: mestcellen knappen en geven histamine en heparine af
- Doelen: tijdelijk herstel, verspreiding ziekteverwekkers vertragen,
verdedigingsmechanismen activeren
- Kenmerken: roodheid, pijn, warmte en zwelling
- Pus: celresten en dode cellen
Koorts
- Verhogen lichaamstemperatuur
- Hierdoor hogere stofwisselingssnelheid, fagocytose wordt hierdoor bevordert.
Enzymatische reacties verlopen sneller.
- > 40 graden = beschadiging
Samengevat:
o Niet specifiek reageert altijd hetzelfde
o Bevat cellen om ziekteverwekkers aan te vallen
o Bevat cellen om afwijkende cellen aan te vallen
o Bevat hulpmiddelen om de reactie te ondersteunen
3