- Handboek ontwikkelingspsychopathologie bij kinderen en jeugdigen’ tweede herziene
druk, Jakop Rigter. ISBN 978 90 469 0707 8
Inhoudsopgave
- Week 1: Inleiding en kader taalontwikkelingsstoornissen
H1: Introductie
H2: Classificatie, diagnostiek en epidemiologie
H3: Theorieën over ontwikkeling
H10: Taal-en leerstoornissen
- Week 2: Austismespectrumstoornissen (ASS)
H8: Austismespectrumstoornissen (ASS)
- Week 3: Aandachtsdeficiëntie-/hyperactiviteitsstoornis (ADHD)
H11: Zelfregulatie en aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit (ADHD)
H16: Middelengebruik en middelenmisbruik
- Week 4: Medische psychologie en kindermishandeling
H4: De invloed van zwangerschap en geboorte op de ontwikkeling van het
kind
H5: Slaapstoornissen en slaapproblemen
H7: Gehechtheid en hechtingsstoornissen
H9: Zindelijk worden en zindelijkheidsstoornissen
- Week 5: Eetstoornissen en gedragsstoornissen
H6: Voedings- en eetstoornissen bij het jongste kind
H12: Agressie en gedragsstoornissen
H15: Eten en eetstoornissen
- Week 6: Angst en depressie
H13: Angst en angststoornissen
H14: Stemming en stemmingsstoornissen
H18: Suïcidaliteit bij kinderen en jongeren
- Week 7: Psychose in ontwikkelingsperspectief &
ontwikkelingspsychopathologie in een breder perspectief
H17; Psychotische stoornissen bij jongeren
,Week 1: Inleiding en kader taalontwikkelingsstoornissen
H1: Introductie
H2: Classificatie, diagnostiek en epidemiologie
H3: Theorieën over ontwikkeling
Ontwikkeling = opeenvolging van veranderingen gedurende de hele levensperiode van een individu > gaat via
transacties = dynamische, wederzijdse interacties tussen het kind en diens sociale context
- Ontwikkelingspsychopathologie = studie van ontwikkelingsprocessen die bijdragen aan de totstandkoming
van, of het weerstand bieden tegen, psychopathologie > ontstaan en beloop van psychische stoornissen
worden onderzocht
(1) vroeger en nu, (2) dynamisch gezichtspunt (betekenis gedrag afhankelijk situatie en leeftijd), (3)
elk kind is uniek (unieke ervaringen)
1. De ontwikkeling van gedrag moet begrepen worden vanuit het samenspel en de wisselwerking
tussen de kenmerken van het kind en de context waarin het kind zich bevindt > Bio-ecologische
systeemtheorie van Bronfenbrenner
2. Gedrag kan in de loop van de ontwikkeling verschillende vormen aannemen en andere
betekenissen krijgen > theorie over ontwikkelingsopgaven
3. Er zijn altijd meerdere factoren van invloed op ontwikkeling en gedrag > theorie over risico- en
beschermingsfactoren
4. Elk kind is uniek
Psychopathologie: houdt zich bezig met de theorie over psychische stoornissen
Psychiatrie: houdt zich bezig met de hulpverleningspraktijk aan mensen met een psychische stoornis
Abnormaal gedrag: 7 kenmerken
- Persoonlijk lijden: kunnen jonge kinderen moeilijk aangeven
- Disfunctionaliteit van gedrag: wordt bij kinderen vaak zichtbaar in slecht presteren op school
- Irrationeel en onbegrijpelijk: voor de persoon zelf en voor de omgeving
- Onvoorspelbaarheid en controleverlies
- Opvallend, onconventioneel
- Gedrag geeft anderen ongemakkelijk gevoel
- Uitsluitingscriterium: gedrag komt niet voort uit een cultureel aanvaarde reactie op een gebeurtenis
Categoriale benadering: ja of nee (bijv DSM) > klachten in hokjes onderverdelen
- Voordelen: ontwikkeld als een betrouwbare maat voor stoornissen
- Nadelen: Is deze benadering juist? + comorbiditeit + geen aandacht voor de context
Dimensionele benadering: continue maat (gaat over de ernst van bepaalde stoornissen) > ‘gradaties’
- Voordelen: reflecteert de werkelijkheid beter dan categoriale
- Nadelen: meer complex + vaak categorische beslissingen nodig > behandeling of niet? + houdt (nog steeds)
weinig rekening met context (bijv Achenbach CBCL lijst)
Procesbenadering: rekening houden met (interactie met) omgeving
Informaten: kind, ouders & leerkrachten
Ontwikkelingsbenadering = men gaat ervan uit dat gedrag in de loop van iemands leven veranderen en complexer
worden > vooral de organisatie van gedrag verandert > bij veranderen en complexer worden van gedrag spelen
vroegere ervaringen (geschiedenis vh kind) en kenmerken en eisen van de huidige situatie een rol
Theorieën over ontwikkeling
(1). Bio-ecologisch systeemmodel van Brongenbrenner = ontwikkeling van gedrag vindt altijd binnen meerdere
contexten plaats
- Gebaseerd op biopsychosociale model = gedrag wordt beïnvloedt door zowel biologische, psychische als
sociale aspecten en de interactie hiertussen
- Ecologie = ontwikkeling kind kan alleen in zijn natuurlijke sociale context adequaat worden bestudeerd
- 1. Intrapersoonlijke kenmerken
In de kern staat de persoon zelf met zijn persoonlijke kenmerken (gedragskenmerken/uiterlijke
kenmerken) > kunnen ontstaan zijn door erfelijke aanleg/processen tijdens de zwangerschap. Deze
, kenmerken zijn niet voor eeuwig gegeven, door beïnvloedingsprocessen uit verschillende systemen
en het verlopen van tijd veranderen de kenmerken van het kind
- 2. Microsysteem
De ontwikkeling van de relaties tussen het kind en de personen uit zijn directe omgeving. Een kind is
onderdeel van meerdere microsystemen (ouders, broertjes/zusjes, docenten etc). Kenmerkend aan
het microsysteem is de face-to-face relatie. Om een microsysteem van invloed te laten zijn, moet er
regelmatige interactie over tijd zijn. Zowel het kind als zijn microsystemen ontwikkelen
- 3. Mesosysteem
De ontwikkeling van relaties tussen de verschillende microsystemen waarvan het kind deel uitmaakt.
Ook deze systemen beïnvloeden elkaar (bijv ouder bevordert een vrolijk kind, die zijn vrolijkheid
meeneemt naar andere microsystemen zoals de leerkracht)
- 4. Exosysteem
Betreft meerdere maatschappelijke systemen, waarvan het kind niet direct deel uitmaakt. Maar ze
beïnvloeden wel via de micro en mesosystemen de ontwikkeling indirect (bijv beide ouders hebben
veeleisende baan, heeft indirect invloed hebben op de ontwikkeling van het kind)
- 5. Macrosysteem
Systeemlaag zonder mensen, maar wel met wetten, instituties en de daarbij horende waarden en
normen (bijv leerplicht van een land, maar ook culturele politieke en religieuze normen die van
invloed zijn op de opvoeding. Andere voorbeelden: mode, rages, sociale media)
- 6. Chronosysteem
Ontwikkeling vindt altijd plaats in de tijd : verandering en continuïteit. Hieronder valt ook de
tijdsperiode waarin een kind opgroeit > maatschappelijke periode waarin een kind opgroeit, is van
invloed op zijn persoonlijkheidsvorming (het verloop van tijd)
- Lineaire causaliteit verklaart ontwikkeling onvoldoende > ontwikkeling kan alleen begrepen worden vanuit
circulaire oorzaak-en-gevolgredeneringen
- De context (omgeving) ontwikkelt mee met de persoon
- Subjectieve interpretatie: objectieve dingen zoals vriendenclub, scheiding, tweeoudergezin etc hebben een
subjectieve invloed op individuele kinderen
- Interne locus of control: kind met hoge interne locus of control heeft het idee dat hij veel invloed heeft op
zijn leven. Iemand met een lage interne locus of control heeft het idee dat wat hij meemaakt wordt bepaald
door factoren buiten hemzelf
- Directe en indirecte invloed van het exosysteem en het macrosysteem via opvoeders
- Synergie = er zijn altijd meerdere factoren die invloed uitoefenen op de ontwikkeling van een kind en deze
factoren kunnen elkaar versterken en remmen
(2). Theorie over ontwikkelingsopgaven en opvoedingstalen = kind moet in elke leeftijdsfase opgaven zien te
volbrengen
- 3 veronderstellingen:
1. Een bepaalde ontwikkelingsopgave verschijnt in een bepaalde periode (levensfase)
2. Sommige ontwikkelingsopgaven zijn cultureel beïnvloed
3. Het wel of niet adequaat volbrengen van de opgaven is van invloed op het gedrag van een kind in
een latere levensperiode
Voorbeelden van perioden die gepaard gaan met 1 of meer ontwikkelingsopgaven: overgang naar leren
lopen/basisschool naar middelbare school/lichamelijke rijping
Voor het volbrengen van ontwikkelingsopgaven zijn de omgeving en opvoeding belangrijk
- Psychische stoornis is een ontwikkeling die is vastgelopen of scheefgegroeid = dynamisch
Uitwerking van een belangrijk uitgangspunt vd ontwikkelingspsychopathologie: gedrag is altijd het
product van zowel vroegere ervaringen als de eisen die de huidige situatie aan het kind stelt
(3). Theorie over risico en beschermingsfactoren (effect dat ze hebben op een groep)
- Risicofactor = factor die een negatieve invloed heeft op de (normale) ontwikkeling van een kind > kans op
het ontwikkeling stoornis is statistisch gezien groter dan wanneer risicofactor afwezig is
Vergroten kans op stoornissen: psychische stoornis kent nooit maar 1 oorzaak, en is altijd het
resultaat van een wisselwerking tussen biologische en omgevingsfactoren
Marker = iedereen met die marker (factor met een statistisch gegeven) behoort tot de risicogroep
(bijv sekse of laag geboortegewicht)
, - Beschermingsfactor = factor die in een situatie van risico de negatieve invloed vd risicofactoren op de
ontwikkeling geheel of gedeeltelijk tenietdoet
- De ernst van probleemgedrag of een psychische stoornis is afhankelijk van:
1. Aantal risicofactoren (hoe meer des te ernstiger)
2. Verhouding risicofactoren en beschermingsfactoren (risicofactoren zijn bestendiger dan
beschermingsfactoren)
3. Dosis-responsrelatie (hoe ernstiger risicofactor of hoe langer aanwezig > groter
problematiek)
- Gaat niet om het optellen van invloed, maar ze beïnvloeden elkaar: synergie = de grootte van de totale
invloed is eerder een kwestie van vermenigvuldigen dan van optellen
- Invloed risico- en beschermingsfactoren zijn afhankelijk van leeftijd en eventuele sensitieve periode
Risicofactoren op het niveau van het kind
- Biologische factoren
Erfelijke voorbereiding: genetische aanleg (genoeg bij autisme)
Prenatale programmering: processen tijdens de zwangerschap
Sekse (meisjes internaliserend en jongens externaliserend)
- Gedragskenmerken
Temperament: moeilijk temperament relatie latere problemen
Hechting: onveilig gehecht
- Ingrijpende gebeurtenissen
Overgangen tussen levensfasen: aanpassingsproblemen vormen risico (niet overgang zelf)
Langdurig gescheiden worden van opvoeders
Mishandeling, verwaarlozing en misbruik
Angstaanjagende gebeurtenissen: trauma
Risicofactoren op het niveau vd ouders en gezin
- Structurele kenmerken
Kinderen met een ouder met (ernstige) psychische problematiek: stoornis zelf geen risico, maar
vergroot de kans dat ouders minder goed in staat zijn opvoedkundige taken uit te voeren
Echtscheiding
Eenoudergezinnen
- Proces kenmerken
Opvoedingsgedrag/opvoedingsstijl
Ouderlijke warmte
Ouderlijke controle: bieden van structuur
1. Autoritatief: veel warmte, veel controle
2. Autoritair: weinig warmte, veel controle
3. Permissief: veel warmte, weinig controle > risicofactor
4. Verwaarlozend > weinig warmte, weinig controle > grootste risicofactor
Risicofactoren op het niveau vd omgeving
- Omstandigheden waarin de kinderen opgroeien
SES
Armoede
Achterstandbuurt
- Kenmerken van onderwijs
Kwaliteit onderwijs
Contact tussen ouders en leerkrachten
- Peergroup
Gepest worden door leeftijdsgenoten
Negatief voorbeeld
- Normen en waarden van een cultuur
Het gevaar van een lijstje risicofactoren is dat mensen zich ernaar gaan gedragen = selffulfilling prophecy = zichzelf
bevestige voorspelling; bepaalde opvattingen over andere mensen met bepaalde kenmerken > deze verwachting
beïnvloedt de manier waarop ze zich naar deze mensen gaan gedragen > waardoor die mensen zich naar de
verwachtingen gaan gedragen > waardoor de verwachting uitkomt
Indelen van beschermingsfactoren
Beschermingsfactoren op het niveau van het kind