Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 59 pagina's
College aantekeningen

Hoorcollege aantekeningen: Inleiding Rechtsfilosofie

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 59 pagina's

Uitgebreide en overzichtelijke aantekeningen van week 1 t/m 7 van Rechtsfilosofie. De stof is duidelijk en makkelijk uitgelegd, met veel voorbeelden om de soms lastige theorie beter te begrijpen. Ik heb bijna alles wat de docent tijdens de hoorcolleges heeft besproken meegenomen. Hierdoor bevatten de aantekeningen niet alleen de belangrijkste begrippen en theorieën, maar ook extra uitleg en voorbeelden die tijdens het college zijn gegeven. Persoonlijk heb ik met alleen het doornemen van deze hoorcollege-aantekeningen een 9 gehaald, dus ze zijn ideaal als je de stof op een duidelijke manier wilt leren en begrijpen. Perfect om te gebruiken voor het leren van het tentamen of als aanvulling op je eigen aantekeningen

Voorbeeld van de inhoud

Week 1: austins bevelstheorie


-​ Bonusopdracht tot hoorcollege
-​ 7 weken

Wat is rechtsfilosofie?

Rechtsfilosofie is geen gewone rechtswetenschap. Het is een vak dat niet primair gaat over
wat het geldende recht is, maar over waarom het recht zo is en waarop het steunt.

Bij “gewone” rechtswetenschap kun je denken aan: uitspraak → HR → wat is de regel?​
Rechtsfilosofie vraagt juist:

●​ Welke argumenten?
●​ Welke veronderstellingen?
●​ Welk beeld over de taak van het recht?

1) Geen positiefrechtelijk vak: Rechtsfilosofie geeft je niet de “antwoorden” van het
geldende recht (zoals een positiefrechtelijk vak dat doet).

-​ In plaats daarvan stelt ze de vraag: waar steunen die antwoorden op? Welke
uitgangspunten, waarden en redeneringen liggen eronder?

2) Geen empirische wetenschap: Rechtsfilosofie is ook geen empirische wetenschap (dus
niet: data verzamelen, meten, “traditioneel” wetenschappelijk onderzoek).​
Het gaat niet om het verzamelen van feiten, maar om onderzoek naar de vragen zelf.

●​ Vragen verbreden: je stelt niet alleen de gebruikelijke vragen (“rood of blauw?”), maar
onderzoekt ook alternatieven (“waarom niet groen?”).
●​ Afstand nemen: je kijkt van buitenaf naar “het recht” om de onderliggende aannames
zichtbaar te maken.

3) Ook geen rechtssociologie: Rechtsfilosofie is ook geen rechtssociologie.​
Waar rechtssociologie vaak kijkt naar verklaringen (oorzaken, sociale effecten, patronen), richt
rechtsfilosofie zich op redenen en ‘waarom’.

De rechtsfilosoof is vooral geïnteresseerd in de redenen achter regels, uitspraken en instituties.​
Hierbij hoort het onderscheid tussen:

●​ verklaren en rechtvaardigen
●​ oorzaken en redenen

4) Mensgerichte blik: Recht draait uiteindelijk om mensen: hun waardigheid, belangen en
verantwoordelijkheid.​
Rechtsfilosofie kijkt daarom ook naar het mensbeeld dat in het recht meespeelt (impliciet of
expliciet).

5) Bewust van aannames: Veel dingen nemen we als vanzelfsprekend aan binnen het recht.
Rechtsfilosofie maakt die veronderstellingen expliciet en bevraagt ze.

,6) Rol van de rechter: Het gaat niet om leren óf wat een rechter doet “goed” is, maar om de
vraag: welke maatstaven en redenen gebruikt een rechter om tot een oordeel te komen?​
Dus: welke argumenten, aannames en opvattingen over de taak van het recht zitten
daarachter?

7) Niet politiek partijdig: Rechtsfilosofie is geen politieke mening.​
Iets is niet goed of slecht “omdat je dat vindt”. Het gaat om beargumenteren, niet om smaak of
voorkeur.

Niet alleen een standpunt uitdragen, maar juist expliciteren van:

●​ argumenten
●​ vooronderstellingen
●​ en onderzoeken of vragen geherformuleerd kunnen worden zodat ze toegankelijker
zijn.




Belangrijke startvraag: wat is recht?

●​ “Recht” wordt door mensen op allerlei manieren omschreven, bijvoorbeeld als:
○​ een stelsel voor rechtvaardiging
○​ een systeem dat de normen en waarden van een samenleving weerspiegelt
●​ In de rechtsfilosofie kijken we juist niet vanuit een “wetboek-perspectief” (dus niet
meteen: wat staat er in de wet?), maar proberen we eerst te begrijpen wat recht
eigenlijk is.

Austin’s idee: analytisch, maar heel bruikbaar

●​ Austin heeft hier een (best analytische) maar juist daardoor makkelijke en heldere
benadering voor.
●​ Hij probeert het recht te beschrijven vanuit het marsmannetjes-perspectief: het recht
uitleggen zónder juridische voorkennis en zónder juridische begrippen (zoals Grondwet
of ‘wet’).
●​ Logica daarachter: je moet eerst kunnen uitleggen wat recht is, vóór je met juridische
termen kunt werken.
●​ Daarom bekijkt Austin het recht vanuit een extern perspectief.

Primaire vraag bij Austin

●​ Wat is recht precies, en waarin onderscheidt het zich van andere (sociale) regels?
●​ Dus: wanneer is iets een rechtsregel, en wanneer is het “gewoon” een sociale regel?

Voorbeeld sociale regel (geen rechtsregel)

●​ Een hand geven of terug groeten.
●​ Nergens staat dat het móet; het is een ongeschreven sociale regel.

Waar Austin echt in geïnteresseerd is

, ●​ Neem “je mag niet stelen”: is dat nu wezenlijk anders dan een sociale regel?
●​ Is het überhaupt anders, en zo ja: waar zit dan het verschil?
●​ De essentie bij Austin is niet om het recht te beoordelen (dus niet: “is de wetgever goed
bezig?”), maar om te vragen:
○​ is wat de wetgever maakt eigenlijk wel recht?
○​ en hoe definieer je dat op een algemene manier?
●​ Austin probeert dus vooral structurele eigenschappen van recht te beschrijven, niet
morele eigenschappen.

De facto-focus

●​ Austin kijkt vooral naar wat we feitelijk kunnen waarnemen (de facto): wat gebeurt er in
werkelijkheid?
●​ Men kan van alles beweren, maar als je het niet kunt terugzien in wat er daadwerkelijk
gebeurt, dan telt het niet mee voor zijn definitie.
●​ (Bijv. bij bepaalde ideologische claims: als het niet zichtbaar is in de werkelijkheid, dan
gebruikt Austin het niet als basis.)

Austins bevelstheorie:

●​ Rechtsregels zijn bevelen, uitgevaardigd door een superieur en gericht aan een
ondergeschikte.
●​ Een bevel van de soeverein genereert automatisch een plicht bij de onderdaan.
●​ Rechtsregels zijn dus geen afspraken of overleg, maar eenrichtingsverkeer: van boven
naar beneden.

Wat is een bevel volgens Austin?

●​ Een bevel is een wensuiting,
●​ gepaard met een sanctie in geval van niet-naleving.
●​ En soeverein
●​ Essentieel zijn:
○​ de macht om sancties op te leggen
○​ én de wil om die macht ook daadwerkelijk te gebruiken

Zonder echte sanctiemacht is iets géén rechtsregel.



Wanneer zijn bevelen rechtsregels?

Niet elk bevel is recht. Alleen bevelen zijn rechtsregels als ze:

1.​ Algemeen zijn
○​ betrekking hebben op een algemene klasse van handelingen
○​ dus niet puur ad hoc of persoonlijk
2.​ Uitgevaardigd worden door een soeverein
○​ en niet door zomaar “iemand met gezag”

, Sidenotes:

a.​ Eenrichtingsverkeer
●​ Recht wordt gemaakt door de overheid (van één kant).
●​ Bevelen: “je moet iets doen” of “je mag iets niet doen”.



b.​ Het ‘dansje’-probleem
●​ “Je moet een dansje doen” is wel een bevel, maar geen recht.
●​ Austin zag dit zelf ook → er moet meer bij.>>> sanctie



c.​ Sanctie is cruciaal
●​ Bevelen moeten gepaard gaan met een sanctie.
●​ Als onderdanen het niet doen, moet er “iets zwaaien”.



d.​ 19e-eeuws perspectief: Austin moet je plaatsen in de 19e eeuw: ander type staat,
ander machtsbeeld.



e.​ Docentvoorbeeld
●​ “Als je geen dansje doet, krijg je een 3.”
●​ Nog steeds geen recht.
●​ Austin zou zeggen:
○​ er mist algemeenheid
○​ én twijfel over echte sanctiemacht (examencommissie kan overrulen)



f.​Bevel ⇒ plicht (weinig wederkerigheid)
●​ Zodra de soeverein een bevel uitvaardigt, ontstaat er automatisch een plicht.
●​ Austin ziet het recht als een grote constellatie van plichten.
●​ Weinig wederkerigheid:
○​ vrijheid = doen wat de soeverein wil
●​ Dit maakt Austins theorie vrij autoriteit-gericht.



g.​ Macht en sanctie (marsmannetjes-perspectief)
●​ Vanuit het marsmannetje kijk je puur feitelijk:
○​ Ik zie iemand bevelen geven
○​ Ik zie sancties
○​ Ik zie gehoorzaamheid
●​ Iemand die boos kijkt maar geen echte macht heeft, telt niet.
●​ Onderdanen moeten bang zijn voor sancties.
●​ De soeverein moet die macht de facto gebruiken.

Gekoppeld boek
 image
Pauline Westerman Recht als raadsel
Uitgever: december 2013 ISBN: 9789490962876 Druk: 2

Documentinformatie

Geüpload op
16 augustus 2026
Aantal pagina's
59
Geschreven in
2026/2027
Type
College aantekeningen
Docent(en)
Prof dr p.c. westerman , dr mr s.f. hartkamp
Bevat
Alle colleges
€6,49

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
0
Volgers
0
Items
15
Laatst verkocht
-

Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.


Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen