Wondgenezing, decubitusclassificatie en brandwonden
Dit document is een origineel geschreven samenvatting bedoeld als ondersteunend studiemateriaal bij het vak
Wondzorg (HBO-Verpleegkunde), gebaseerd op algemeen aanvaarde wondzorgtheorie (bijvoorbeeld het Handboek
Wondzorg). Dit document behandelt algemene classificatiesystemen en fysiologie op conceptueel niveau, bevat geen
individueel behandeladvies en vervangt geen klinische training of het protocol van je instelling. Niet gebaseerd op één
specifieke druk.
Inhoud: 1. Wat is een wond — 2. Fase 1: hemostase — 3. Fase 2: inflammatie — 4. Fase 3: proliferatie — 5.
Fase 4: remodellering — 6. Acute versus chronische wonden — 7. Decubitus: wat en waardoor — 8. Decubitus:
categorieën — 9. Brandwonden: classificatie — 10. Begrippenlijst — 11. Oefenvragen
1. Wat is een wond?
Een wond is een onderbreking van de normale anatomische structuur en functie van de huid of
onderliggend weefsel, en is op zichzelf geen diagnose, maar een bevinding bij lichamelijk onderzoek.
Wondgenezing verloopt via vier opeenvolgende, gedeeltelijk overlappende fasen: hemostase,
inflammatie, proliferatie en remodellering. Bij een ongecompliceerde wond doorlopen deze fasen
elkaar in de juiste volgorde en tijdsperiode, zonder onderbreking.
, 2. Fase 1: hemostase
Hemostase (bloedstolling) begint onmiddellijk na het ontstaan van een wond, en is gericht op het
stoppen van bloedverlies.
Bloedvaten trekken zich lokaal samen, en bloedplaatjes klonteren samen om een fibrineprop te
vormen. In de bloedprop en het omringende weefsel komen groeifactoren vrij (zoals door
bloedplaatjes afgegeven groeifactoren), die de volgende fase — de inflammatiefase — in gang
zetten. Deze fase verloopt doorgaans binnen minuten na het ontstaan van de wond.