HOOFDSTUK 1
INTRODUCTIE
Een psychologische test is een systematische procedure voor het vergelijken van gedrag van twee of
meer mensen. Met psychometrie evalueren we de eigenschappen van psychologische tests,
bijvoorbeeld validiteit en betrouwbaarheid.
Uitdagingen voor meting:
Identificeren en vastleggen van menselijke psychologische eigenschappen in een enkel getal
Deelnemer reactiviteit (responsebias en testbias)
Objectiviteit (test zelf, onderzoeker, interpretatie verwachtings- en biaseffecten)
Samengestelde score (is de combinatie van scores een weerspiegeling van hoe ze gewogen
worden in het echte leven?)
Scoregevoeligheid (test moet gevoelig genoeg zijn om verschillen tussen mensen te zien)
Gebrek aan bewustzijn van psychometrische informatie (begrijpt de testgebruiker hoe de test
werkt en hoe het geïnterpreteerd moet worden?)
Betrouwbaarheid
Validiteit
Responsebias
HOOFDSTUK 2
, SCHALEN
Schalen is de manier waarop numerieke waarden toegewezen worden aan psychologische
eigenschappen. Het meten van gevoelens kan moeilijker zijn dan bijvoorbeeld het meten van lengte.
Vier meetschalen:
1. Nominaal (eigenschap van identiteit om observaties te lezen in categorieën volgens
psychologische eigenschap)
2. Ordinaal (mensen rangschikken volgens psychologische eigenschap)
3. Interval (eigenschap van kwantiteit en willekeurige 0).
4. Ratio (eigenschap van kwantiteit en absolute 0).
(EIGENSCHAPPEN VAN) GETALLEN
Eigenschappen:
Identiteit
o Identiek (iedereen in dezelfde categorie is identiek met betrekking tot eigenschap)
o Wederzijds exclusief (iemand die in categorie A valt kan niet in categorie B vallen)
o Uitputtend (iedereen valt in 1 categorie)
Volgorde (cijfers zijn labels maar rangen hebben betekenis)
Kwantiteit
o Echte nummers (reële getallen in plaats van categorieën)
o Geven echte hoeveelheid van eigenschap aan (getal geeft werkelijke hoeveelheid van
eigenschap weer)
o Grootte van verschil tussen mensen (getal laat verschil zien)
o Continu (oneindig veel mogelijke waarden)
Cijfer 0:
Absolute betekenis: 0 betekent dat iets niet bestaat (lengte, gewicht, reactietijd).
Willekeurige betekenis: 0 is gewoon een waarde op een schaal (temperatuur in C, kalender).
MEETEENHEDEN
Willekeurigheid in:
Eenheidgrootte
o Meeteenheden zijn op een bepaald moment zo besloten
o Overeenstemming maakt het makkelijk voor ons om met anderen te communiceren
Type object dat gemeten moet worden
o Kilogrammen zijn niet beperkt tot het meten van één type object
Kenmerk dat gemeten wordt
o Sommige eenheden kunnen gebruikt worden om meerdere kenmerken te meten
Komen meeteenheden overeen met gelijke hoeveelheden van een eigenschap?
Paradox: we willen de hoeveelheid van een psychologische eigenschap vertalen naar een reeks
getallen om het kenmerk te meten, maar we weten niet hoeveel van de eigenschap daadwerkelijk
bestaat, omdat we de psychologische eigenschap niet rechtstreeks kunnen observeren.
, HOOFDSTUK 3
VARIABILITEIT
Twee soorten:
1. Interindividuele verschillen
2. Intraindividuele verschillen
Scoreverdeling:
Centrale tendens (gemiddelde, mediaan en modus)
Variabiliteit (variantie en standaarddeviatie spreiding)
De grootte van variantie hangt af van de mate waarin de scores in de verdeling verschillen van elkaar
en de metriek van de scores in de verdeling. Bij de interpretatie van variantie moet er rekening
gehouden worden met: variantie kan niet negatief zijn, geen simpele kleine/grote interpretatie
mogelijk, vergelijking/context is nodig om grootte te interpreteren, belangrijk voor zijn effect op
andere waarden.
ASSOCIATIES
Covariantie: geeft informatie over de richting van de associatie =
∑ ( X−X )(Y −Y )
N
c xy
Correlatie: geeft informatie over de richting en grootte van de associatie = r xy =
sx s y
VARIANTIE-COVARIANTIE MATRIX EN
SAMENGESTELDE SCORES
Elke variabele heeft een rij en kolom
Varianties zijn diagonaal
Covarianties zijn niet diagonaal
Covarianties zijn symmetrisch CXY = CXY
Een samengestelde score is opgemaakt uit andere scores.
Onoplettendheid: 1 + 0 + 0 +1 = 2
Hyperactiviteit: 1 + 1 = 2
Samengestelde score: 2 + 2 = 4
ADHD = onoplettendheid + hyperactiviteit.
2 2 2
s ADHD=s Inattention + s Hyperactivity +2 c Inattention , Hyperactivity
Variantie van samengestelde score is gelijk aan de som van alle cellen in de variatie-covariantie
matrix. In dit ADHD-voorbeeld is de variantie van ADHD: 1.333 + 0.400 + 2x0.444 = 2.621.
INTERPRETATIE VAN TESTSCORES
, We moeten de referentieverdeling weten om een score te kunnen interpreteren. Voor interpretatie is de
deviatie van het gemiddelde en relatief van andere scores belangrijk. Een score 9 op een test, is dit
hoog of laag (voor tentamen hoog, maar voor andere test?)?
We kunnen scores omzetten om ze begrijpelijker te maken om of ongewilde associaties te vermijden.
Z-scores: hoeveel standaarddeviaties een score van het gemiddelde ligt.
T-scores: T = Z(Snieuw) + Xnieuw (IQ-scores, CITO-scores)
o Genormaliseerde standaardscore
o Gemiddelde van 50 en standaarddeviatie van 10
PERCENTIELRANGEN
Percentielrangen zijn de percentages van mensen met een bepaalde score of hoger. Je kan het
berekenen met een normale verdeling (z-score) of geen normale verdeling (frequentietabel en
continuïteitscorrectie) Px = ( F x −.5 f x )× 100 )
N
Fx = cumulatieve frequentie (aantal
waarnemingen tot en met)
fx = frequentie van het gegeven aantal
symptomen
N = totaal aantal waarnemingen
Berekening:
1. Neem de cumulatieve frequentie voor ADHD = 4 (Fx).
7 + 12 + 6 + 6 + 10 = 41
2. Bepaal de frequentie van het aantal symptomen
In de tabel zie je 10 staan bij aantal symptomen = 4
3. Vul de formule in
( 41−.5 x 10)× 100
Px = = 72
50
4. Interpreteer het resultaat