Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 3 van de 16 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Cognitieve Psychologie | thema 7 | EUR | 2026/27

Document preview thumbnail
Voorbeeld 3 van de 16 pagina's

Dit document bevat uitgebreide aantekeningen over probleem-oplossende strategieën voor het vak Cognitive Psychology aan Erasmus Universiteit Rotterdam. Het behandelt kernconcepten zoals algoritmen, heuristieken, de analogische benadering, middel-doelheuristiek, en heuvelklimheuristiek, met concrete voorbeelden en onderzoeksresultaten. Ideaal voor examenvoorbereiding en om snel inzicht te krijgen in hoe mensen problemen structureel benaderen en welke strategieën effectief zijn. Cijfer: 8.7

Voorbeeld van de inhoud

PROBLEEM 7

PROBLEEM-OPLOSSENDE STRATEGIEËN (A)

KERNBEGRIPPEN

Algoritme: een methode die altijd met een oplossing komt voor een probleem, maar het proces kan
soms niet efficiënt zijn, bijvoorbeeld de uitputtende zoektocht.

Uitputtende zoektocht (exhaustive search): alle mogelijke antwoorden uitproberen met behulp van
een systeem.

Heuristiek: een algemene regel die meestal juist is.

Probleemisomorfen (problem isomorphs): problemen die oppervlakkig anders lijken, maar
onderliggend dezelfde structuur of logica delen.

Oppervlakkige kenmerken: duidelijk kenmerken, zoals specifieke objecten en termen in de vraag.

Structurele kenmerken: de onderliggende kern die begrepen moet worden om een probleem juist te
kunnen oplossen.

Analogische benadering: een nieuw probleem oplossen door te refereren naar een eerder probleem.

Middel-doelheuristiek: het einddoel identificeren en vervolgens middelen bepalen om dit doel te
bereiken. Dit doe je door het stellen van subdoelen.

Computer simulatie: onderzoekers ontwikkelen een computerprogramma dat een taak uitvoert op
dezelfde manier als dat een mens zal doen.

Algemene Probleem Oplosser (General Problem Solver): maakt de processen na die mensen
gebruiken om een probleem op te lossen.

Heuvelklimheuristiek: een probleemoplossingsstrategie waarbij men steeds de keuze maakt die op
dat moment de grootste vooruitgang lijkt te bieden richting het einddoel, zonder rekening te houden
met mogelijke latere obstakels of dalingen in de weg naar de oplossing.

Microwerelden (micro worlds): een reeks beslissingen moeten nemen om een complex probleem op
te lossen.

SAMENVATTING

Om een probleem op te lossen kun je verschillende strategieën inzetten, zoals een algoritme (altijd een
oplossing, maar proces kan lang duren) of een heuristiek (meestal juist, maar je kan de oplossing
missen). Je moet de voordelen tegen de kosten afwegen van het gebruiken van een heuristiek. De drie
meest gebruikte heuristieken worden hieronder behandeld.

Analogische benadering

Bij de analogische benadering los je een nieuw probleem op door te refereren naar een eerder
probleem. Analogieën worden veel gebruikt in het dagelijks leven, maar ook bij creatieve doorbraken
in bijvoorbeeld de wetenschap (vleugels van vogel  vliegtuig).

,Een grote uitdaging is het bepalen van het echte probleem door irrelevante, oppervlakkige details weg
te halen en zo de kern van het probleem te vinden. Echter letten mensen vaker op oppervlakkige
kenmerken, zoals specifieke objecten en termen die gebruikt worden in de vraag, in plaats van de
onderliggende betekenis (structurele kenmerken). Onderzoek toont aan dat mensen vaak geen verband
zien tussen een opgelost probleem en een nieuw probleemisomorf (zelfde structuur). Mensen hebben
ook moeite met het oplossen van hetzelfde probleem in een ander oppervlakkig jasje/in een andere
omgeving. Gelukkig kunnen velen de analogische methode wel goed toepassen door problemen in
categorieën in te delen op basis van hun structurele overeenkomsten.

Middel-doelheuristiek

De middel-doelheuristiek houdt in dat je het gewenste eindresultaat identificeert en daarna de
middelen uitzoekt om dit eindresultaat te bereiken. Het is effectief en flexibel.

Twee belangrijke componenten:

1. Het probleem onderverdelen in een aantal kleinere problemen (subproblemen)
2. Proberen het verschil tussen de initiële toestand en doeltoestand te verminderen voor elk
subprobleem

Voorbeeld: een meisje kwam erachter dat de zoom van haar rok los zat en ze moet over 10 minuten
een presentatie geven. Ze verdeelde het probleem in twee subproblemen, namelijk het identificeren
van een object dat de zoom kon redden en het lokaliseren van dit object. Het werd uiteindelijk een
nietmachine.

Uit onderzoek blijkt dat mensen soms terughoudend zijn om af te wijken van de doeltoestand, zelfs als
de juiste oplossing vraagt om een tijdelijke stap terug te doen, zoals in het dilemma van de elfen en
kobolden.

Een computersimulatie kan gebruikt worden om de stappen te identificeren die nodig zijn om een
probleem op te lossen, dezelfde stappen als die een mens zou nemen. Newell en Simon ontwikkelden
de Algemene Probleem Oplosser (GPS) dat de processen namaakt die mensen gebruiken om een
probleem op te lossen, maar ze hebben de GPS verworpen omdat het niet op alle problemen
toepasbaar is.

Heuvelklimheuristiek

De heuvelklimheuristiek is een probleemoplossingsstrategie waarbij men steeds de keuze maakt die op
dat moment de grootste vooruitgang lijkt te bieden richting het einddoel, zonder rekening te houden
met mogelijke latere obstakels of dalingen in de weg naar de oplossing. Het stimuleert dus
kortetermijndoelen in plaats van langetermijndoelen.

Omdat je elke keer het pad kiest dat de grootste vooruitgang lijkt te bieden richting je einddoel, kan
het zijn dat je het pad mist dat grotere langetermijn voordelen heeft. Dus deze methode biedt je geen
garantie voor het bereiken van je einddoel.

Individuele verschillen: verschillen tussen landen in probleemoplossingsstrategieën

In een onderzoek met studenten uit vijf landen (n = 100) werd de denk-hardop-methode gebruikt om
microwerelden te bestuderen, waarbij deelnemers een reeks beslissingen moesten nemen om een
complex probleem op te lossen. Een voorbeeld is de rol van bevelvoerende officier bij de brandweer.
De hypothese was dat culturen met meer economische middelen (VS en Duitsland) meer zouden
plannen dan landen met beperkte middelen (Brazilië, Filipijnen en India). Duitse studenten focusten
het meest op plannen; Amerikanen, Brazilianen en Indiërs matig; en Filipino's het minst. Amerikanen

, legden meer nadruk op directe bevrediging dan op langetermijnplanning. Een beperking is dat groepen
mensen op veel aspecten kunnen verschillen naast de doelvariabele.

CONCLUSIE

De drie meest gebruikte heuristieken voor problemen oplossen:

1. Analogische benadering
o Nieuw probleem oplossen door te refereren naar eerder probleem
o Mensen neigen te focussen op oppervlakkige kenmerken in plaats van onderliggende
betekenissen/structuren
o Mensen hebben problemen met oplossen van zelfde probleem in een ander jasje
(probleem isomorf)
2. Middel-doelheuristiek
o Het gewenste eindresultaat identificeren en daarna middelen uitzoeken om dit
resultaat te bereiken
o Problemen worden onderverdeeld in subproblemen en het verschil tussen initiële
toestand en doeltoestand wordt verminderd
o We willen niet afwijken van de doeltoestand, ook al is dit nodig
o Computersimulatie kan gebruikt worden om de stappen in kaart te brengen die
betrokken zijn bij het probleem oplossen
3. Heuvelklimheuristiek
o Keuze maken die de grootste vooruitgang lijkt te bieden richting het einddoel 
kortetermijndoelen
o Geen garantie voor het bereiken van je einddoel

In een onderzoek naar probleem oplossen in vijf landen, is naar voren gekomen dat er verschillen zijn
in de mate van focus op plannen: Duitsland  VS, Brazilië en India  Filipijnen.




ANALOGIEËN (A)

KERNBEGRIPPEN

Schema-inductie: de connectie in kaart brengen tussen twee verschillende problemen, wat nodig is
voor analogisch redeneren.

Schema: een mentale representatie van feiten en procedures die toegepast worden op een specifiek
object of situatie.

Kinesthetische informatie: informatie die verkregen wordt uit lichamelijke beweging.

Systeem 1: automatisch, op je gevoel, holistisch (naar het geheel kijken).

Systeem 2: bewust, overwegend, analytisch.

SAMENVATTING

Als je analogieën gebruikt, gebruik je eerder opgeloste problemen om nieuwe problemen op te lossen.
Je moet wel doorhebben dat er een verband is tussen de twee problemen.

Documentinformatie

Geüpload op
11 augustus 2026
Aantal pagina's
16
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€13,49

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
1
Volgers
1
Items
20
Laatst verkocht
2 jaar geleden


Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.


Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen