HEURISTIEKEN
Heuristieken zijn strategieën om snel en efficiënt beslissing te nemen of problemen op te lossen. Je
maakt dan gebruik van simplificaties om sneller tot een conclusie te komen. Het is handig omdat je in
complexe situaties snel keuzes kunt maken, maar het kan ook tot cognitieve biases leiden.
REPRESENTATIEVE HEURISTIEK
Representatieve heuristiek: mensen beoordelen de kans dat iets tot een bepaalde categorie behoort
op basis van hoe sterk het lijkt op een typisch voorbeeld of stereotype van die categorie. Lijkt de
gebeurtenis wat er in de populatie gebeurt en laat het zien wat ik verwacht?
Bij de representatieve heuristiek wordt base-rate informatie vaak vergeten. Base-rate informatie geeft
de relatieve frequentie aan van een bepaalde gebeurtenis binnen een gegeven populatie.
Voorbeeld: als iemand bijvoorbeeld veel leest en rustig is, kunnen mensen aannemen dat hij
bibliothecaris is, ook al is het statistisch gezien waarschijnlijker dat hij een andere baan heeft.
Voorbeeld: de geboortevolgorde MJMJJM komt meer overeen met de populatie en lijkt willekeuriger
dan de volgorde JMJJJJ. Bij een geboortevolgorde verwachte we toevallige gebeurtenissen. Daarom
denken we dat de volgorde MJMJJM vaker zal voorkomen, maar de kans dat beide reeksen
voorkomen is hetzelfde.
BESCHIKBAARHEIDSHEURISTIEK
Beschikbaarheidsheuristiek: mensen schatten de waarschijnlijkheid van een gebeurtenis in op basis
van hoe gemakkelijk ze voorbeelden van die gebeurtenis uit hun geheugen kunnen oproepen.
Recentheid en bekendheid spelen hierbij een rol (denk aan de media).
Voorbeeld: moord wordt vaak overschat als doodsoorzaak omdat het meer publiciteit krijgt dan
zelfmoord, terwijl zelfmoord vaker voorkomt.
Voorbeeld: zijn er meer woorden die beginnen met een R of meer woorden die een R als derde letter
hebben? Veel mensen denken dat er meer woorden zijn die beginnen met een R, maar dit is alleen
maar omdat ze sneller op zulke woorden kunnen komen.
BEVREDIGEND KIEZEN (SATISFICING)
Bevredigend kiezen: mensen kiezen niet altijd de beste optie, maar de eerste optie die aan hun
minimumvereiste voldoet, wat hen snel tevreden stelt.
Voorbeeld: je zit in een restaurant en wil graag droge witte wijn. De ober vraagt welke witte wijn en
begint met de wijnen op te noemen die ze hebben: ‘’Chardonnay, verdejo, sauvignon blanc…’’ Je zegt
ja bij sauvignon blanc, niet wetende dat ze ook nog pinot grigio hebben.
, ELIMINATIE DOOR ASPECTEN
Eliminatie door aspecten: mensen elimineren opties die niet aan bepaalde criteria voldoen, één aspect
tegelijk, totdat er slechts één optie overblijft.
Voorbeeld: je wil een school kiezen en besluit om de criteria ‘’schoolgeld < €2.000 per jaar’’ te
kiezen. Je gaat alle scholen langs en schrapt de scholen die niet aan deze eis voldoen. Daarna kies je
een nieuwe criteria, etc. totdat je één school overhoudt.
FRAMING
Framing: de manier waarop informatie wordt gepresenteerd (bijvoorbeeld positief of negatief)
beïnvloedt de keuzes die mensen maken, zelfs als de informatie inhoudelijk hetzelfde is. We neigen
een optie te kiezen die een kleine maar zekere winst biedt, in plaats van een grotere maar onzekere
winst.
Voorbeeld: er is een pandemie. Er zijn vier vaccins die gebruikt kunnen worden. Welke zal kiezen?
Vaccin A: 200 mensen zullen gered worden
Vaccin B: kans van 0.33 dat alle 600 mensen gered worden, maar ook kans van 0.66 dat alle
600 mensen dood gaan
Vaccin C: 400 mensen zullen dood gaan
Vaccin D: kans van 0.33 dat niemand dood zal gaan, maar kans van 0.66 dat alle 600 mensen
dood zullen gaan
A en C zijn gelijk en B en D ook. Maar toch zullen de meesten voor A en D kiezen, omdat daar er
gesproken wordt in termen van winst.
Voorbeeld: je wil naar een concert en een kaartje kost €20. In de eerste context ben je je ticket kwijt
geraakt waardoor je nog een keer €20 moet uitgeven als je naar het concert wil. In de tweede context
moet je nog een ticket kopen maar ben je €20 uit je portemonnee verloren. Zou in beide gevallen een
ticket kopen? Uit een onderzoek is gebleken dat meer mensen in de tweede context een ticket zouden
kopen, omdat het verliezen van de €20 als niet-relevant voor de ticket zagen.
ANKER- EN AANPASSINGSHEURISTIEK
Ankeren: mensen baseren hun beslissingen op het eerste stukje informatie dat ze krijgen (het anker),
zelfs als dit niet relevant is.
Voorbeeld: stel je voor dat je de prijs van een product moet schatten. Je ziet eerst een duur product
(bijvoorbeeld €1000) en daarna moet je de prijs van een goedkopere variant inschatten. Je schatting
van de goedkopere variant zal waarschijnlijk dichter bij €1000 liggen dan als je geen prijsinformatie
had gezien.
Voorbeeld: mensen denken dat het antwoord op de som ‘’ 8x7x6x5x4x3x2x1’’ groter is dan de som ‘’
1x2x3x4x5x6x7x8’’, terwijl het hetzelfde antwoord is. Dit komt omdat in de eerste reeks de mediaan
hoger is, waardoor de aanpassing groter wordt.
HERKENNINGSHEURISTIEK
Herkenningsheuristiek: als mensen tussen twee opties moeten kiezen, kiezen ze vaak degene die ze
het beste herkennen, omdat herkenning wordt gezien als een teken van waarde of belang.