Criminologie
Deze wetenschap bestudeert criminaliteit in de breedste zin van het woord door te kijken naar menselijk
gedrag en maatschappelijke structuren. Het vakgebied analyseert de relatie tussen feiten, daders,
slachtoffers en de manieren waarop de overheid hierop reageert.
Criminaliteit
Binnen de criminologie wordt dit gedefinieerd als het feitelijke gedrag dat door de wetgever strafbaar is
gesteld. Het vormt het centrale onderzoeksobject waarbij wordt gekeken naar de aard en omvang van
wetsovertredingen.
Dader
Dit element van de criminologie richt zich op de persoon die het strafbare feit pleegt en de
achterliggende motieven voor dit gedrag. Onderzoek naar de dader probeert te achterhalen wie de wet
overtreedt en welke individuele kenmerken hierbij een rol spelen.
Slachtoffer
Dit betreft de persoon of instantie die nadeel of schade ondervindt als gevolg van een misdrijf. De focus
ligt hierbij op de impact van het delict en de positie van de benadeelde binnen het strafrechtelijk proces.
Etiologie
Dit onderdeel van de criminologie zoekt naar de diepere oorzaken en verklaringen voor het ontstaan van
crimineel gedrag. Het probeert de vraag te beantwoorden waarom bepaalde individuen of groepen
overgaan tot het plegen van strafbare feiten.
Reactie
Dit beschrijft hoe de samenleving en de overheid antwoorden op criminaliteit, variërend van preventie
tot formele bestraffing. Het omvat de studie naar het beleid van politie, justitie en de effectiviteit van
verschillende sancties.
Wetenschappelijke criteria
Criminologie wordt als volwaardige wetenschap beschouwd omdat het voldoet aan theoretische
vorming, een eigen kennisobject heeft en een methodologisch instrumentarium hanteert. Deze drie
pijlers zorgen ervoor dat onderzoek systematisch en controleerbaar kan worden uitgevoerd.
Bastaardwetenschap
2
,Deze term wordt soms gebruikt omdat de criminologie veel van haar theorieën leent uit andere
disciplines zoals de sociologie en psychologie. Critici stellen dat de discipline hierdoor weinig eigen
theoretische vernieuwing biedt en vooral bestaande kennis toepast op misdaad.
Historische criminologie
Deze specialisatie onderzoekt misdaad en straf door de eeuwen heen om patronen en ontwikkelingen in
de tijd te identificeren. Het combineert criminologische vraagstellingen met historisch
bronnenonderzoek om het heden beter te begrijpen.
Criminologie en de geschiedenis
Futurisme
Dit is een fout die criminologen maken wanneer zij zich uitsluitend richten op de huidige situatie en de
nabije toekomst. Door het verleden te negeren, verliezen zij het zicht op hoe historische processen het
huidige beleid hebben gevormd.
Chronocentrisme
Dit begrip beschrijft de neiging van onderzoekers om alleen recente literatuur en data serieus te nemen,
vaak beperkt tot de laatste vijftien jaar. Het gevolg is een gebrek aan historisch besef, waardoor
onderzoekers soms patronen over het hoofd zien die al veel langer bestaan.
Verleden
In academische context duidt dit op de totale verzameling van alles wat daadwerkelijk is gebeurd in de
tijd voor het nu. Het is een objectieve werkelijkheid die echter nooit volledig kenbaar is voor de huidige
generatie.
Geschiedenis
Dit is de actieve constructie en interpretatie van het verleden door middel van geschiedschrijving in
boeken en documentaires. Omdat het altijd gebaseerd is op een selectie van bronnen, is geschiedenis
per definitie een onvolledige weergave van wat er echt gebeurd is.
Mondelinge geschiedenis
Dit is een onderzoeksmethode waarbij historici interviews afnemen met mensen over hun persoonlijke
ervaringen in het verleden. Deze methode is waardevol voor het vastleggen van niet-gedocumenteerde
verhalen, maar is beperkt tot de levensduur van de betrokken generaties.
Levend verleden
Dit concept stelt dat oude ideeën en historische praktijken nog steeds een actieve invloed hebben op het
3
, huidige strafrechtsysteem. Het begrijpen van deze doorwerking is essentieel om de huidige werking van
politie en justitie te verklaren.
Continuïteit en discontinuïteit
Deze begrippen worden gebruikt om te analyseren wat door de tijd heen hetzelfde blijft en wat er
fundamenteel verandert in de aanpak van misdaad. Een voorbeeld van discontinuïteit is de verschuiving
van lijfstraffen naar opsluiting, terwijl de oververtegenwoordiging van jonge mannen in de statistieken
een vorm van continuïteit is.
Dark number
Dit staat voor de verborgen criminaliteit die nooit wordt aangegeven of geregistreerd door de
autoriteiten. In historisch onderzoek is dit problematisch omdat archieven slechts een fractie tonen van
de werkelijke misdaadcijfers uit die tijd.
Bias in bronnen
Dit verwijst naar de systematische vertekening in historische archieven, waarbij bepaalde groepen zoals
vrouwen en kinderen vaak onzichtbaar blijven. Daarentegen zijn ernstige geweldsdelicten vaak
overbelicht omdat deze vaker werden opgeschreven en beter bewaard zijn gebleven.
Domeinen van de historische criminologie
Sociale constructie
Dit principe stelt dat criminaliteit geen vaststaand feit is, maar een product van menselijke keuzes en
maatschappelijke afspraken. Wat in de ene eeuw als een misdaad wordt gezien, zoals overspel, kan in
een andere periode volledig gelegaliseerd zijn.
Lombrosiaanse traditie
Vernoemd naar Cesare Lombroso, richtte deze vroege stroming zich op de biologische en uiterlijke
kenmerken van de individuele dader. In de historische criminologie wordt dit nu bekritiseerd door de
focus te verleggen naar de sociale en economische omstandigheden waarin iemand leefde.
Civilisatieproces
Geïntroduceerd door Norbert Elias, beschrijft dit proces hoe mensen door de eeuwen heen leerden hun
driften en geweld beter te beheersen. Deze internalisering van zelfbeheersing wordt vaak gebruikt om
de daling van geweldscijfers in de westerse geschiedenis te verklaren.
Randolph roth
Deze onderzoeker verklaart schommelingen in moordcijfers door te kijken naar macro-structuren zoals
4