Biosociale criminologie
Deze wetenschappelijke discipline onderzoekt de oorzaken van misdaad door te kijken naar de
wisselwerking tussen biologische factoren en de sociale omgeving. Het doel is om wetmatigheden te
vinden die verklaren waarom specifieke individuen overgaan tot delinquent gedrag.
Classicisme
Deze stroming uit de Verlichting beschouwt de mens als een rationele actor die beschikt over een vrije
wil. Criminaliteit wordt hierbij gezien als een bewuste keuze waarbij het individu een afweging maakt
tussen de opbrengsten en de strafmaat.
Nutsmaximalisatie
Dit principe stelt dat daders rationeel kiezen voor misdaad wanneer de voordelen groter zijn dan de
verwachte kosten van de straf. Denkers zoals Jeremy Bentham en Cesare Beccaria legden hiermee de
basis voor het moderne strafrechtelijke denken.
Positivisme
Vanaf de 19e eeuw verschoof de focus naar de persoon van de dader en de deterministische factoren
waar hij geen controle over heeft. Het gaat ervan uit dat gedrag wordt bepaald door biologische,
psychologische of sociale oorzaken in plaats van vrije wil.
Biologisch positivisme
Binnen deze tak van het positivisme zoekt men de oorzaak van criminaliteit in het menselijk lichaam, de
constitutie of erfelijkheid. Het gaat ervan uit dat fysieke afwijkingen of genetische aanleg direct leiden
tot antisociaal gedrag.
Psychologisch positivisme
Deze benadering stelt dat de wortels van crimineel gedrag liggen in de psyche of de
persoonlijkheidsstructuur van het individu. Het focust op mentale processen en psychische stoornissen
als drijfveer voor delinquentie.
Sociaal positivisme
Hier ligt de nadruk op de invloed van de sociale leefomgeving en externe omstandigheden op het gedrag
van mensen. Factoren zoals armoede, opvoeding en sociale structuur worden gezien als de primaire
oorzaken van misdaad.
2
,Biologisch determinisme
Dit is de extreme opvatting dat menselijk gedrag volledig en onvermijdelijk wordt vastgelegd door
iemands genen en biologische eigenschappen. In de vroege criminologie leidde dit tot de misvatting dat
criminelen fundamenteel anders zijn dan normale burgers.
Atavisme
Cesare Lombroso introduceerde dit concept om de "geboren crimineel" te beschrijven als een
evolutionaire terugslag of oermens. Deze individuen zouden fysieke kenmerken vertonen die typerend
zijn voor een vroeger stadium van de menselijke evolutie.
Degeneratie
Dit begrip verwijst naar de veronderstelde biologische achteruitgang van groepen mensen of families
over generaties heen. Men geloofde dat bepaalde individuen biologisch minderwaardig waren, wat hun
criminele neigingen zou verklaren.
Eugenetica
Dit is de praktijk van het streven naar de verbetering van de genetische samenstelling van een populatie
door bepaalde groepen uit te sluiten van voortplanting. Historisch leidde dit tot controversiële
maatregelen zoals gedwongen sterilisatie van mensen die als "minderwaardig" werden beschouwd.
Transhumanisme
Geïntroduceerd door Julian Huxley, streeft deze beweging naar het verbeteren van de menselijke natuur
via wetenschappelijke en technologische weg. Het poogt de fysieke en mentale vermogens van de mens
te vergroten buiten de natuurlijke grenzen.
Fysionomie
Deze pseudowetenschap probeert het karakter of criminele aanleg van een persoon af te leiden uit de
gelaatstrekken en lichaamsbouw. Jean Baptiste della Porte en Johan Kasper Lavater waren belangrijke
vroege voorvechters van deze methode.
Frenologie
Deze theorie stelt dat de vorm van de schedel en de aanwezigheid van specifieke "bobbels" een indicatie
zijn voor de ontwikkeling van hersenfuncties en karaktertrekken. Franz J. Gall en J. Spurzheim gebruikten
cranioscopie om op deze wijze criminaliteit te voorspellen.
2. De vroege criminele antropologie van lombroso
3
, Cesare lombroso
Hij wordt beschouwd als de vader van de moderne criminologie omdat hij de wetenschappelijke
methode introduceerde bij het bestuderen van daders. Zijn focus lag op het identificeren van fysieke
afwijkingen die zouden wijzen op een aangeboren neiging tot misdaad.
Stigmata
Dit zijn de uiterlijke lichamelijke kenmerken, zoals grote kaken of diepliggende ogen, die volgens
Lombroso wezen op atavisme. Hij geloofde dat men aan deze fysieke signalen een geboren crimineel
direct kon herkennen.
Charles goring
Deze Britse onderzoeker leverde in 1913 de definitieve kritiek op Lombroso door aan te tonen dat er
geen fysiek verschil bestaat tussen gevangenen en gewone burgers. Hiermee ontkrachtte hij de theorie
dat criminaliteit aan de buitenkant van het lichaam afleesbaar is.
3. De criminologie van enrico ferri
Enrico ferri
Als leerling van Lombroso pleitte hij voor een bredere kijk op misdaad door naast biologie ook
psychologie en sociale factoren te betrekken. Hij wordt gezien als de grondlegger van de biosociale
interactiegedachte binnen de criminologie.
Denial of the free will
Ferri verwierp het idee van de vrije wil en stelde dat menselijk gedrag het onvermijdelijke resultaat is van
factoren buiten de eigen controle. Dit vormde de kern van zijn positivistische visie op misdaad en straf.
Interactie
Dit kernbegrip van Ferri beschrijft hoe antisociaal gedrag ontstaat door de constante wisselwerking
tussen aanleg en omgeving. Hij stelde dat een misdaad nooit door slechts één factor kan worden
verklaard.
Geboren crimineel (ferri)
In Ferri's typologie is dit de dader die vanuit een biologische afwijking of atavisme tot misdaad komt. Dit
type sluit het dichtst aan bij de oorspronkelijke theorieën van zijn leermeester Lombroso.
Geesteszieke dader
Dit type dader pleegt misdrijven als gevolg van een klinisch vaststelbare mentale ziekte of psychische
4