,Meerkeuzevragen
Vraag 1: Welke specifieke maatschappelijke gevolgen van pestproblematiek
worden in het artikel genoemd naast depressies en antisociaal gedrag?
A) Lichamelijke vermoeidheid en burn-out
B) Suïcidale gedachten
C) Verminderde cognitieve vaardigheden
D) Financiële instabiliteit
Vraag 2: Wat is de functie van de 'logische brug' in een op theorie en praktijk
gebaseerde methodiek?
A) Het verbinden van de epidemiologische analyse met de risicofactoren
B) Het koppelen van gekozen doelen aan de feitelijke uitvoering in de school
C) Het overbruggen van het verschil tussen primaire en secundaire preventie
D) Het vertalen van wetenschappelijk bewijs naar landelijk beleid
Vraag 3: Hoe wordt een 'erkende interventie' in de context van professioneel
handelen gedefinieerd?
A) Als een eenmalige activiteit die succesvol is afgerond
B) Als een experimentele methode die nog in de testfase verkeert
C) Als een overdraagbaar pakket aan activiteiten voor de eigen lokale context
D) Als een wettelijk verplicht protocol voor alle scholen
Vraag 4: Wat is, naast het inzicht geven in kwaliteit, een belangrijk doel van het
erkenningstraject?
A) Het verlagen van de kosten voor schoolinterventies
B) Het stimuleren van een lerende beweging in het werkveld
C) Het vervangen van professionele autonomie door protocollen
D) Het beperken van het aantal beschikbare methodieken
Vraag 5: Waardoor worden 'witte vlekken' in landelijke databanken met
interventies veroorzaakt?
A) Door een teveel aan geaccrediteerde programma's
B) Door een gebrek aan erkende aanpakken voor bepaalde thema's
C) Door het uitsluitend opnemen van bottom-up innovaties
D) Door strikte wetgeving die nieuwe methoden verbiedt
Vraag 6: Waarom is kwaliteitsontwikkeling door periodieke herbeoordeling
noodzakelijk voor interventies?
A) Om te controleren of de eigenaar nog steeds actief is in de politiek
B) Om de kosten voor het gebruik van de handleiding te verhogen
C) Om aan te sluiten bij nieuwe maatschappelijke contexten en doelgroepen
D) Om te voorkomen dat de methodiek overdraagbaar wordt
Vraag 7: Wat is het primaire doel van het gestandaardiseerde 'format
interventiebeschrijving'?
2
, A) Het verminderen van de administratieve last voor leerkrachten
B) Het dienen als centrale informatiebron voor beoordelaars en gebruikers
C) Het vervangen van de noodzaak voor een praktijkpanel
D) Het vastleggen van de financiële begroting van de interventie
Vraag 8: Welke eis wordt gesteld aan een interventie om toegelaten te worden tot
de screening voor erkenning?
A) De aanwezigheid van een Nederlandse handleiding en actief eigenaarschap
B) Minimaal tien jaar bewezen effectiviteit in het buitenland
C) Een positieve beoordeling door minimaal drie universiteiten
D) De status van 'goed onderbouwd' moet reeds behaald zijn
Vraag 9: Welke specifieke vuistregel hanteert de commissie voor het behalen van
de status 'erkend' op het niveau 'goed beschreven'?
A) Er mag geen enkele negatieve beoordeling op subcriteria zijn
B) Er mogen maximaal drie negatieve beoordelingen op subcriteria zijn
C) De interventie moet door minimaal 50 scholen worden gebruikt
D) Het praktijkpanel moet unaniem positief stemmen
Vraag 10: Wat gebeurt er bij een interventie die 'erkend onder voorbehoud' is na de
aanpassing door de eigenaar?
A) De gehele interventie wordt volledig opnieuw getoetst
B) De interventie krijgt automatisch de hoogste effectiviteitstatus
C) Alleen de eerder onvoldoende beoordeelde criteria worden opnieuw getoetst
D) De interventie wordt voor vijf jaar vrijgesteld van evaluatie
Vraag 11: Wat is het gevolg voor een eigenaar wanneer een interventie de status
'niet erkend' krijgt?
A) De eigenaar mag de methodiek nooit meer indienen voor toetsing
B) De eigenaar mag de methodiek na verbetering opnieuw indienen
C) De eigenaar verliest onmiddellijk het intellectueel eigendom
D) De eigenaar wordt verplicht de methodiek uit de praktijk te halen
Vraag 12: Hoe wordt de overdraagbaarheid van een interventie in de praktijk
gewaarborgd?
A) Door mondelinge overdracht tussen professionals
B) Door het uitvoeren van een grootschalige RCT
C) Door de inzet van een onafhankelijk praktijkpanel op elke school
D) Door een handleiding die de volgorde, duur en inhoud van activiteiten specificeert
Vraag 13: Wat moet een procesevaluatie volgens de criteria aantonen?
A) Hoe de interventie feitelijk verloopt en wat de praktijkervaringen zijn
B) Dat de interventie heeft geleid tot een significante daling van incidenten
C) Welke theoretische bronnen zijn gebruikt voor de onderbouwing
D) Dat de kosten per deelnemer lager zijn dan bij vergelijkbare methoden
3
Vraag 1: Welke specifieke maatschappelijke gevolgen van pestproblematiek
worden in het artikel genoemd naast depressies en antisociaal gedrag?
A) Lichamelijke vermoeidheid en burn-out
B) Suïcidale gedachten
C) Verminderde cognitieve vaardigheden
D) Financiële instabiliteit
Vraag 2: Wat is de functie van de 'logische brug' in een op theorie en praktijk
gebaseerde methodiek?
A) Het verbinden van de epidemiologische analyse met de risicofactoren
B) Het koppelen van gekozen doelen aan de feitelijke uitvoering in de school
C) Het overbruggen van het verschil tussen primaire en secundaire preventie
D) Het vertalen van wetenschappelijk bewijs naar landelijk beleid
Vraag 3: Hoe wordt een 'erkende interventie' in de context van professioneel
handelen gedefinieerd?
A) Als een eenmalige activiteit die succesvol is afgerond
B) Als een experimentele methode die nog in de testfase verkeert
C) Als een overdraagbaar pakket aan activiteiten voor de eigen lokale context
D) Als een wettelijk verplicht protocol voor alle scholen
Vraag 4: Wat is, naast het inzicht geven in kwaliteit, een belangrijk doel van het
erkenningstraject?
A) Het verlagen van de kosten voor schoolinterventies
B) Het stimuleren van een lerende beweging in het werkveld
C) Het vervangen van professionele autonomie door protocollen
D) Het beperken van het aantal beschikbare methodieken
Vraag 5: Waardoor worden 'witte vlekken' in landelijke databanken met
interventies veroorzaakt?
A) Door een teveel aan geaccrediteerde programma's
B) Door een gebrek aan erkende aanpakken voor bepaalde thema's
C) Door het uitsluitend opnemen van bottom-up innovaties
D) Door strikte wetgeving die nieuwe methoden verbiedt
Vraag 6: Waarom is kwaliteitsontwikkeling door periodieke herbeoordeling
noodzakelijk voor interventies?
A) Om te controleren of de eigenaar nog steeds actief is in de politiek
B) Om de kosten voor het gebruik van de handleiding te verhogen
C) Om aan te sluiten bij nieuwe maatschappelijke contexten en doelgroepen
D) Om te voorkomen dat de methodiek overdraagbaar wordt
Vraag 7: Wat is het primaire doel van het gestandaardiseerde 'format
interventiebeschrijving'?
2
, A) Het verminderen van de administratieve last voor leerkrachten
B) Het dienen als centrale informatiebron voor beoordelaars en gebruikers
C) Het vervangen van de noodzaak voor een praktijkpanel
D) Het vastleggen van de financiële begroting van de interventie
Vraag 8: Welke eis wordt gesteld aan een interventie om toegelaten te worden tot
de screening voor erkenning?
A) De aanwezigheid van een Nederlandse handleiding en actief eigenaarschap
B) Minimaal tien jaar bewezen effectiviteit in het buitenland
C) Een positieve beoordeling door minimaal drie universiteiten
D) De status van 'goed onderbouwd' moet reeds behaald zijn
Vraag 9: Welke specifieke vuistregel hanteert de commissie voor het behalen van
de status 'erkend' op het niveau 'goed beschreven'?
A) Er mag geen enkele negatieve beoordeling op subcriteria zijn
B) Er mogen maximaal drie negatieve beoordelingen op subcriteria zijn
C) De interventie moet door minimaal 50 scholen worden gebruikt
D) Het praktijkpanel moet unaniem positief stemmen
Vraag 10: Wat gebeurt er bij een interventie die 'erkend onder voorbehoud' is na de
aanpassing door de eigenaar?
A) De gehele interventie wordt volledig opnieuw getoetst
B) De interventie krijgt automatisch de hoogste effectiviteitstatus
C) Alleen de eerder onvoldoende beoordeelde criteria worden opnieuw getoetst
D) De interventie wordt voor vijf jaar vrijgesteld van evaluatie
Vraag 11: Wat is het gevolg voor een eigenaar wanneer een interventie de status
'niet erkend' krijgt?
A) De eigenaar mag de methodiek nooit meer indienen voor toetsing
B) De eigenaar mag de methodiek na verbetering opnieuw indienen
C) De eigenaar verliest onmiddellijk het intellectueel eigendom
D) De eigenaar wordt verplicht de methodiek uit de praktijk te halen
Vraag 12: Hoe wordt de overdraagbaarheid van een interventie in de praktijk
gewaarborgd?
A) Door mondelinge overdracht tussen professionals
B) Door het uitvoeren van een grootschalige RCT
C) Door de inzet van een onafhankelijk praktijkpanel op elke school
D) Door een handleiding die de volgorde, duur en inhoud van activiteiten specificeert
Vraag 13: Wat moet een procesevaluatie volgens de criteria aantonen?
A) Hoe de interventie feitelijk verloopt en wat de praktijkervaringen zijn
B) Dat de interventie heeft geleid tot een significante daling van incidenten
C) Welke theoretische bronnen zijn gebruikt voor de onderbouwing
D) Dat de kosten per deelnemer lager zijn dan bij vergelijkbare methoden
3