Zelfstandige examentraining & kernsamenvatting
Actueel voor examens vanaf 1 april 2026
Dit document is zelfstandig geschreven en neemt geen tekst over uit betaalde samenvattingen. Het is bedoeld als
leer- en oefenmateriaal.
Examen in het kort
Onderdeel Kenmerk
Duur 120 minuten
Vragen 42
Maximum punten 63
Slaaggrens 68% = 42,84 punten; eindcijfer 5,5 (afgerond 6)
KB 21 vragen / 21 punten
PG 2 vragen / 4 punten
VC 19 vragen / 38 punten
Bron: CDFD, kenmerken Initieel examen Basis, geldig vanaf 1 april 2026.
Wft Basis 2026 — zelfstandige examentraining Pagina 1
, 1. Het Wft-stelsel en jouw rol
Kern
De Wet op het financieel toezicht (Wft) regelt het toezicht op financiële markten en financiële ondernemingen. Voor
het examen moet je vooral kunnen onderscheiden: wie toezicht houdt, welke verplichtingen gelden en wanneer
vakbekwaamheid vereist is.
Toezicht
De AFM richt zich in hoofdlijnen op gedrag en ordelijke/zuivere marktwerking; DNB richt zich in hoofdlijnen op
prudentieel toezicht en financiële soliditeit. In vragen moet je goed kijken naar het soort toezicht.
Vakbekwaamheid
De module Basis is een bouwsteen binnen beroepskwalificaties. Sinds 1 april 2019 bestaat de afzonderlijke
beroepskwalificatie ‘Adviseur Basis’ niet meer; Basis is een module.
Examentip
Lees bij een casus eerst wie de financiële dienst verleent, voor welk product en aan welke klant. Pas daarna
bepaal je welke Wft-regel relevant is.
2. Zorgplicht en klantbelang
Kern
De centrale gedachte is dat financiële dienstverlening zorgvuldig, passend en begrijpelijk moet zijn. De adviseur of
bemiddelaar moet handelen in het belang van de klant binnen de wettelijke kaders.
Informatie
De klant moet tijdig beschikken over relevante informatie om een geïnformeerde beslissing te kunnen nemen.
Denk aan kenmerken, risico’s, kosten, voorwaarden en relevante beperkingen.
Passendheid versus advies
Bij advies gaat het om een aanbeveling die aansluit bij de persoonlijke situatie en doelstellingen van de klant. Bij
een dienst zonder advies ligt de toets anders: let op de specifieke wettelijke regels voor die dienst.
Valkuil
‘De klant heeft getekend’ betekent niet automatisch dat aan de zorgplicht is voldaan. In veel casussen draait het
om de kwaliteit, timing en begrijpelijkheid van de informatie en dienstverlening.
3. Professioneel gedrag, integriteit en belangenconflicten
Integriteit
Een financieel dienstverlener hoort betrouwbaar, zorgvuldig en professioneel te handelen. Herken signalen van
fraude, belangenverstrengeling, misleiding en ongebruikelijke situaties.
Belangenconflict
Een conflict ontstaat wanneer het belang van de onderneming, medewerker of een andere klant kan botsen met
het klantbelang. Denk aan beloningen, verkoopdruk of voorkeur voor een bepaald product.
Melden en vastleggen
Wft Basis 2026 — zelfstandige examentraining Pagina 2