Hoofdstuk 6: Microbiële ecologie
Inhoud
1.1 Mineralisatie en C- en N-cyclus...........................................................2
1.1.1 Mineralisatie van organische verbindingen..................................2
1.1.2 Koolstofcyclus...............................................................................2
1.1.3 Stikstofcyclus................................................................................3
1.2 Bodemmicrobiologie...........................................................................5
1.2.1 Samenstelling...............................................................................6
1.2.2 Beïnvloeding van het bodemleven...............................................6
1.3 Symbiose............................................................................................7
1.3.1 Samenleven van bacteriën met hogere planten...........................7
1.3.2 Zwam-wortel-symbiose (Mycorrhiza)..........................................10
1.3.3 Planteneters en protisten...........................................................11
1
, Microbiologie microbiële ecologie
1.1 Mineralisatie en C- en N-cyclus
Groei en leven van planten enkel mogelijk door opname van
anorganische (minerale) stoffen
Voorraad hiervan dient continu aangevuld te worden=> enkel
mogelijk wanneer de organische stoffen (plantaardig en dierlijk
materiaal) bij afsterven afgebroken worden tot de oorspronkelijke
minerale verbindingen
Mineralisatie= de afbraak van organische stoffen tot anorganische
stoffen
Alle chemische stoffen moeten in de natuur een kringloop of cyclus
ondergaan: cyclus van C, N, S, P, water
Relatie tussen producenten, consumenten en de
afbraakprocessen in een ecosysteem
1.1.1Mineralisatie van organische verbindingen
Mineralisatie gebeurt door saprofytische micro-
organismen (vooral bacteriën en fungi)
Ontwikkelen zich op dode organismen of op dode
organische stoffen zoals hout, papier,
uitwerpselen, melk…
Vooral in bodem en water
Sommige saprofytische bacteriën=> in darmkanaal van
herkauwers=> produceren cellulase => vertering
celluloserijk gras
Resten van afgestorven planten en dieren bestaan uit complexe
verbindingen (vb. cellulose, lignine, vetten, zetmeel, eiwitten,
pectinestoffen, cutine, chitine, …)
Bacteriën/fungi kunnen deze complexe verbindingen als
voedingsstoffen verwerken en zo mineraliseren
Rotting of vertering of mineralisatie
anorganische verbindingen/ionen CO2, H2O, NH3, NH4+, NO2-,NO3-,
H2S, SO42-, CO
beschikbaar voor planten (autotrofe)
1.1.2Koolstofcyclus
C =meest essentiële element in vorming organische verbindingen
(KWS)
2