Hoofdstuk 3: Morfologie
Inhoud
1.1 Inleiding..............................................................................................2
1.2 Microscopische hulpmiddelen (enkel slides).......................................2
1.2.1 Lichtmicroscopie...........................................................................2
1.2.2 Confocale scanning laser microscopie..........................................4
1.2.3 Elektronenmicroscopie..................................................................5
1.3 Schimmels en aanverwanten..............................................................5
1.3.1 Schimmels....................................................................................5
1.3.2 Slijmzwammen (myxomyceten)....................................................8
1.3.3 Lichenes (korstmossen)..............................................................10
1.4 Gisten................................................................................................10
1.5 Bacteriën...........................................................................................11
1.6 Overgangsgroepen...........................................................................13
1.7 Protozoa............................................................................................14
1.8 Wieren...............................................................................................15
1.9 Virussen............................................................................................16
1.10 Viroïden...........................................................................................19
1.11 Prionen............................................................................................19
1
,Microbiologie morfologie
1.1 Inleiding
Morfologie = vormleer
De leer van de uitwendige vorm van organismen
o Microscoop en elektronenmicroscoop essentieel bij de studie
van de microbiële morfologie
o Rol bij de identificatie en indeling van M.O.
1.2 Microscopische hulpmiddelen (enkel slides)
Microscoop= instrument waarmee voorwerpen (micro-organismen), die
wegens te kleine afmetingen voor het oog niet waarneembaar zijn, door
vergroting zichtbaar worden gemaakt
De grootte van micro-organismen:
Virussen: gem. 5à-100nm
Bacteriën: gem. 2 μm
Gistcellen: gem. 7 μm
Schimmels: gem. 10 μm
Belangrijke types microscopie:
Lichtmicroscopie (vergroting: x 1000)
Confocale scanning laser microscopie
Elektronenmicroscopie (vergroting: x500
000)
1.2.1Lichtmicroscopie
Via zichtbaar licht (golflengte 400 tot 700 nm) de cellen belichten
Kleine vergroting (10 tot 1000x)
o Totale vergroting = vergroting oculair x vergroting objectief
Voor het bekijken van…
Verschillende types:
A. Klaarveldmicroscopie
B. Donkerveldmicroscopie
C. Fasecontrastmicroscopie
D. Fluorescentiemicroscopie
2
, Microbiologie morfologie
Klaarveldmicroscopie
Cellen te zien als gevolg van contrastverschil tussen cel en
zijn omgeving
Vaak moeilijk te zien wegens gebrek aan contrast: verschil
in brekingsindex tussen cellen en omgevingsvloeistof of
tussen celstructuren onderling is te klein=> kleuren van
cellen is nodig voor contrast
Wel duidelijk bij gepigmenteerde cellen
Donkerveldmicroscopie
Ontwikkeld om contrast te verbeteren tussen cellen en hun
omgeving en dus cellen te zien zonder te kleuren
Speciale (donkerveld)condensor: geen lichtstralen rechtstreeks in
objectieflens maar enkel de stralen die door de cellen in het
preparaat afgebogen worden, komen in het objectief
terecht: cellen zijn licht op donkere achtergrond
Voor onderzoek naar niet-gekleurde cellen
Principe
Fasecontrastmicroscopie
Ontwikkeld om cellen/interne celstructuren beter zichtbaar
te maken
Het gering verschil in brekingsindex tussen cel en omgeving
wordt versterkt door
o Aangepaste condensor met fase-ring: produceert licht
in fae
o Aangepast objectief met fase-plaatje in de
objectieflens
Hierdoor worden faseverschillen opgewekt en onstaat een voor het
oog duidelijk waarneembaar contrast
Donker beeld op lichte achtergrond
3