Alle hoofdstukken tot 12 behalve 7 en 8 (die zijn geen examenstof).
Volgens het boek Seneca en ook nog extra uitleg erbij op VWO-niveau.
Manier van markeren:
Hoofdconcepten
Kernconcepten
Begrippen (moet je weten)
Belangrijk
Ik raad wel aan om van alle kernconcepten flashcards te maken :)
,1.1
Vorming= Het proces van verwerving van een bepaalde identiteit.
Referentiekader: geheel van kennis, ideeën, ervaringen en overtuigingen waaruit
iemand denkt en handelt. (Sociale bril). Iedereen kijkt, ziet en beleeft de wereld op zijn
eigen manier door zijn eigen sociale bril. Kort: over zelfde gebeurtenis kan men
verschillend denken en dat komt door verschillende referentiekaders.
Naam van een kind zegt iets over ouders hun referentiekader. Het maakt deel uit van
dat kind zijn identiteit.
Kernconcept identiteit= het beeld dat iemand van zichzelf heeft, uitdraagt en anderen
voorhoudt en dat die als kenmerkend beschouwd voor diens eigen persoon. Het beeld
is afgeleid van de perceptie over de groep(en) waar die wel of juist niet deel van
uitmaakt (beeld gebaseerd door groepen).
Frames: soort stereotype, hoe bepaalde groep wordt geframed, bv discriminerend.
Bubbel: jij en je eigen veilige, comfortabele wereldje waardoor je niet gefocust bent over
je omliggende omgeving (bv telefoon).
Aspecten (vormen) van identiteit:
- Persoonlijke identiteit: beeld wat iemand van zichzelf heeft die beïnvloed kan
worden door andere.
- Sociale identiteit: deel van iemands zelfbeeld wat past bij de groep waarbij
diegene hoort. (=groepsidentificatie), (Het beeld wat je van jezelf hebt wat
ontstaat door jou groep).
- Interne collectieve identiteit: gezamenlijke zelfbeeld en wij-gevoel van
meerdere mensen samen in een groep. (Sympathie, solidariteit). Wij zijn slimmer
en luisteren betere muziek dan zij.
- Externe collectieve identiteit: beeld/ verwachtingen wat de samenleving heeft
van die groep en die ze kenmerkend vinden. Bij leerling wordt verwacht dat die ze
best doet en over gaat. (Stereotype).
Collectieve identiteit= het beeld wat de samenleving heeft van die groep.
,Spanningen identiteit
- Spanning sociale en persoonlijke identiteit (arts die rookt)
- Loyaliteitsconflict: iemand die moet kiezen tussen twee groepen en hierover
conflictende gevoelens krijgt.
, 1.2
Onvolwassenheid --> periode waarin men de cultuur van anderen in hun omgeving
overnemen, van de socialisatoren (werk, vrienden, buurt, school, gezin).
Kernconcept socialisatie= proces van overdracht en verwerving van de cultuur van
groep(en) en samenleving waar men toe behoort, (bv praten met vrienden, boek lezen,
zelfde kledingstijl door vriendschap, kan met mensen en dingen gebeuren).
Het proces bestaat uit: opvoeding, opleiding en andere vormen van omgang met
anderen.
Socialisatie factoren: boeken, school, familie, sociale media, vrienden, onderwijs,
opvoeding, cultuur, beeld (die jij dan bv normaal gaat vinden), geschiedenis/verhalen,
overheid/ politiek, leren praten/taal.
Stopt bij dood
Elementen:
- Proces van overdracht: men brengt de cultuur van de groep/ samenleving over
aan nieuwkomers (baby’s, bruggers, migranten).
- Het proces van verwerving: proces waarin men zich de cultuur van de groep/
samenleving eigen maakt (internalisatie: cultuur eigen maken).
Meestal onbewust, vanzelfsprekend
Socialisatie af? ---> internalisatie= een langdurig proces waarbij mensen zich een
cultuur eigen maken, door te observeren, imiteren en sociale controle en zo heb je het
door. Hierdoor begrijp je alles en ben je op automatische piloot en word de cultuur
intern. Bv school, na een tijdje op een nieuwe school pas je aan, aan de cultuur enc,
daarna gaat automatische piloot aan en gaat dingen meer vanuit zichzelf.
Socialisatie gebeurt vaak via identificatie: mensen leren door de positie, het perspectief
en het gedrag over te nemen van iemand op wie ze willen lijken.