Schooltaal: Formeel, precies, bondig en bevat veel nieuwe moeilijke begrippen.
Thuistaal: Hoe er thuis gesproken wordt, informele manier.
3 aandachtspunten voor taal ontwikkelende interactie in de klas:
Organiseer je lessen zo dat de leerlingen veel aan het woord zijn.
Voer ‘echte’ gesprekken: Stel veel vragen.
Wees bij alle lessen alert op de taalontwikkelingskansen de zich voordoen.
Taalgroeipakket: Hiermee kun je op elk moment de taalvaardigheid van iedere leerling mee
vergroten.
- Altijd toepasbaar, elke leerling
- Het brengt structuur aan taalonderwijs.
Het taalgroeipakket bestaat uit 3 krachtige groeimiddelen.
Taalaanbod: voorziet leerlingen van de taal die ze nodig hebben voor hun taalontwikkeling.
Taalruimte: Biedt leerlingen de gelegenheid om taal te produceren en om met taal te
experimenteren.
Feedback: Biedt leerlingen reacties op hun taaluitingen waardoor ze deze kunnen verbeteren,
uitbreiden en verfijnen.
Taalaanbod: Biedt de leerlingen de taal waar ze iets aan hebben.
- Betrokkenheid: het onderwerp moet de leerlingen interesseren.
Breng betrokkenheid tot stand
Houdt betrokkenheid
Herstel betrokkenheid
- Begrijpelijkheid: de leerlingen moeten het taalaanbod snappen.
Stem je taalaanbod af op het niveau van de leerlingen
Benadruk belangrijke delen uit de informatie
Bied contexten aan
- Boven niveau: leerlingen moeten op taalgebied een stukje verder komen. Als het niet boven
niveau ligt, dan leren de leerlingen niets nieuws.
Bied nieuwe woorden aan
Bied functiewoorden aan in zinnen
Laat geleidelijk contextuele ondersteuning achterwege
Taalruimte: Biedt leerlingen de gelegenheid om taal te gebruiken.
- Beurtruimte: kinderen de beurt geven om te praten. Geef ook vooral de mindertaalvaardige
leerlingen de beurt.
Schep beurtruimte
Stimuleer beurtinitiatief bij stille leerlingen
Bewaak spreekbeurten
- Onderwerpsruimte: Leerlingen stimuleren om op het onderwerp in te gaan. Stel als
leerkracht vragen over het onderwerp en toon interesse in het onderwerp.
Stimuleer en honoreer onderwerpsinitiatief
Stimuleer leerlingen hun onderwerp uit te bouwen
Stimuleer leerlingen op elkaar in te gaan
Thuistaal: Hoe er thuis gesproken wordt, informele manier.
3 aandachtspunten voor taal ontwikkelende interactie in de klas:
Organiseer je lessen zo dat de leerlingen veel aan het woord zijn.
Voer ‘echte’ gesprekken: Stel veel vragen.
Wees bij alle lessen alert op de taalontwikkelingskansen de zich voordoen.
Taalgroeipakket: Hiermee kun je op elk moment de taalvaardigheid van iedere leerling mee
vergroten.
- Altijd toepasbaar, elke leerling
- Het brengt structuur aan taalonderwijs.
Het taalgroeipakket bestaat uit 3 krachtige groeimiddelen.
Taalaanbod: voorziet leerlingen van de taal die ze nodig hebben voor hun taalontwikkeling.
Taalruimte: Biedt leerlingen de gelegenheid om taal te produceren en om met taal te
experimenteren.
Feedback: Biedt leerlingen reacties op hun taaluitingen waardoor ze deze kunnen verbeteren,
uitbreiden en verfijnen.
Taalaanbod: Biedt de leerlingen de taal waar ze iets aan hebben.
- Betrokkenheid: het onderwerp moet de leerlingen interesseren.
Breng betrokkenheid tot stand
Houdt betrokkenheid
Herstel betrokkenheid
- Begrijpelijkheid: de leerlingen moeten het taalaanbod snappen.
Stem je taalaanbod af op het niveau van de leerlingen
Benadruk belangrijke delen uit de informatie
Bied contexten aan
- Boven niveau: leerlingen moeten op taalgebied een stukje verder komen. Als het niet boven
niveau ligt, dan leren de leerlingen niets nieuws.
Bied nieuwe woorden aan
Bied functiewoorden aan in zinnen
Laat geleidelijk contextuele ondersteuning achterwege
Taalruimte: Biedt leerlingen de gelegenheid om taal te gebruiken.
- Beurtruimte: kinderen de beurt geven om te praten. Geef ook vooral de mindertaalvaardige
leerlingen de beurt.
Schep beurtruimte
Stimuleer beurtinitiatief bij stille leerlingen
Bewaak spreekbeurten
- Onderwerpsruimte: Leerlingen stimuleren om op het onderwerp in te gaan. Stel als
leerkracht vragen over het onderwerp en toon interesse in het onderwerp.
Stimuleer en honoreer onderwerpsinitiatief
Stimuleer leerlingen hun onderwerp uit te bouwen
Stimuleer leerlingen op elkaar in te gaan