T.50692
Naam: Lieke Hulshof
Studennummer: 325947
Toets: Dossier onderzoeksplan
Toetscode: T.50692
Opleiding: AMM - Social Work
Leerjaar: Vierde leerjaar
Saxion te Enschede
Enschede,
1
,Inhoudsopgave
Inhoudsopgave.............................................................................................2
1. Aanleiding onderzoek...............................................................................4
3. Onderzoeksvraag.....................................................................................7
3.1 hoofdvraag..........................................................................................7
3.2 Theoretische deelvragen.....................................................................7
3.3 Praktische deelvragen.........................................................................7
4. Onderzoeksmethode................................................................................8
4.4 Kwaliteitscriteria (Betrouwbaarheid, validiteit en ethische
verantwoording)......................................................................................11
5. Beantwoording theoretische deelvragen...............................................13
5.1 Wat houdt een persoonlijk begeleider/regiehouderschap in de
gehandicaptenzorg in?............................................................................13
5.1.1 Functieomschrijving begeleider A&B JP van den Bent.................13
5.1.2 Wat zegt overige literatuur hierover?..........................................14
5.2 In welke teamfase moet een team zitten, om werken met
regiehouders succesvol te maken?.........................................................15
5.3 Wat zijn randvoorwaarden uit de literatuur, die aangeven wat nodig
is om regiehouderschap/ werken met persoonlijk begeleiders goed vorm
te geven?................................................................................................17
6 Resultaten interviews..............................................................................19
6.1 Kenmerken respondenten.................................................................19
6.2 Interviews respondenten...................................................................19
7. Aanpassingen en evaluatie....................................................................20
8. conclusie................................................................................................22
9. discussie, aanbeveling & evaluatie........................................................23
8.1 Discussie...........................................................................................23
8.2 Aanbeveling......................................................................................23
8.3 Evaluatie...........................................................................................23
10. Kwaliteitscriteria HBO-onderzoek.........................................................24
Literatuurlijst..............................................................................................26
Bijlagen......................................................................................................28
1. Praktijkovereenkomst..........................................................................28
2. Overeenkomst verlenging...................................................................30
2
,3. Dataverzamelingstabel.......................................................................31
Zoektermen.............................................................................................31
Bron/website...........................................................................................31
Doel van Bron..........................................................................................31
Resultaat.................................................................................................31
4. codeerschema.....................................................................................33
5. Evaluatieformulier opdrachtgever.......................................................34
3
, 1. Aanleiding onderzoek
In dit hoofdstuk wordt de aanleiding van het onderzoek beschreven. Er wordt ingegaan op de
werkwijze binnen de JP van den Bent stichting en de verschillen tussen regiehouderschap en
persoonlijk begeleiderschap. Vervolgens wordt het probleem besproken en wordt duidelijk
gemaakt waarom het belangrijk is om meer inzicht te krijgen in deze verschillende vormen
van begeleiden, vanuit het perspectief van zowel de medewerkers als cliënten.
1.1 Onderzoeksorganisatie
Binnen JP van den Bent stichting wordt gewerkt met verschillende vormen van begeleiding,
waaronder regiehouders en persoonlijk begeleiders. Deze rollen verschillen in hoe de
ondersteuning van cliënten wordt georganiseerd en wordt uitgevoerd. In de praktijk kan het
per team of situatie verschillen welke vorm het best passend is. Dit roept de vraag op welke
manier van werken het meest passend is voor zowel medewerkers als cliënten op de
betreffende locaties.
Medewerkers kunnen verschillen ervaren in duidelijkheid van rollen, samenwerking en
verantwoordelijkheden. Tegelijkertijd kan de manier van begeleiden invloed hebben op hoe
cliënten de ondersteuning ervaren. Het is daarom belangrijk om inzicht te krijgen in hoe
beide vormen van begeleiding in de praktijk worden ervaren. Door regiehouderschap en het
werken met persoonlijk begeleiders met elkaar te vergelijken, kan beter worden gekeken wat
in welke situatie passend is.
Dit helpt om de begeleiding beter af te stemmen op wat cliënten nodig hebben en wat past
binnen een team. Daarom richt dit onderzoek zich op de mogelijkheden en beperkingen van
regiehouderschap en het werken met persoonlijk begeleiders, vanuit het perspectief van
zowel medewerkers als cliënten.
1.2 Context
De gehandicaptenzorg is de afgelopen jaren veranderd. Waar eerder de nadruk vooral lag op
het zorgen voor cliënten, ligt de focus nu meer op wat cliënten zelf kunnen en willen. Eigen
regie speelt hierin een belangrijke rol. Dit betekent dat cliënten, waar mogelijk, zelf keuzes
maken over hun leven en de ondersteuning die zij krijgen (Movisie, 2025)
Voor medewerkers betekent dit ook een andere manier van werken. In plaats van vooral te
sturen, wordt er meer verwacht dat zij ondersteunen en meedenken. De rol van de
begeleider verandert daardoor. Dit vraagt van medewerkers dat zij flexibel zijn en kunnen
afstemmen wat een cliënt nodig heeft. Binnen de JP van den Bent zie je dat deze manier van
werken op verschillende manieren wordt ingevuld. Eerder werd er voornamelijk gewerkt met
persoonlijk begeleiders. Zij hebben vaak een centrale rol rondom de cliënt, zijn het vaste
aanspreekpunt en houden overzicht over de begeleiding en afspraken. Dit kan zorgen voor
duidelijkheid en continuïteit voor zowel de cliënt als het netwerk. Persoonlijk JP-> passende
bron bij vinden
Tegelijkertijd wordt er binnen de JP van den Bent ook gewerkt met regiehouders. Deze
manier van werken is ontstaan vanuit de behoefte om de ondersteuning efficiënter en
passender te organiseren. Hierbij ligt de nadruk op het bewaken van de grote lijnen en het
afstemmen tussen verschillende betrokkenen. Daarnaast is het doel om medewerkers meer
4