HBO Bachelor Facility Management
Specialisatie AI en Verandermanagement
Examennummer: 5521158
Datum: 12 juni 2026
Tijd: 13:00 uur - 14:30 uur
Met docent antwoordmodel
Dit examen bestaat uit 9 pagina’s.
De opbouw van het examen is als volgt:
- 40 meerkeuzevragen (maximaal 40 punten)
Heeft u minimaal 28 vragen correct beantwoord, dan heeft u een voldoende
behaald. De antwoorden dienen ingevuld te worden op bijgevoegd examenpapier.
Schrijf duidelijk leesbaar.
Toegestane hulpmiddelen
- Geen
Wij wensen u veel succes!
,Examenresultaat
Totaal aantal vragen: 40
Heeft u ≤ 27 vragen correct beantwoord, dan heeft u een onvoldoende behaald. Heeft u ≥ 28 vragen correct
beantwoord, dan heeft u een voldoende behaald.
De uitslag van uw examen wordt uitsluitend bekendgemaakt via e-Connect.
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in
een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt in enige vorm of op welke wijze dan
ook zonder voorafgaande toestemming van NCOI Opleidingsgroep.
, Meerkeuzevragen (40 punten)
De antwoorden dienen ingevuld te worden op bijgevoegd examenpapier.
Vermeld het meest juiste antwoord.
Docent antwoordmodel einde
Voor een correct antwoord: 1 punt.
Management en Organisatie
Vraag 1
Een facilitaire organisatie groeit snel en besluit verantwoordelijkheden lager in de organisatie te beleggen.
Tegelijkertijd worden afdelingen multidisciplinair ingericht. Welk organisatiemodel sluit hier het beste op
aan?
A. Lijnorganisatie met centrale besluitvorming
B. Matrixorganisatie met gedeelde verantwoordelijkheden
C. Functionele organisatie met volledige specialisatie
D. Staf-lijnorganisatie waarbij alle beslissingen via directie verlopen
Vraag 2
Een organisatie wil haar strategische doelstellingen vertalen naar concrete prestaties van de facilitaire
afdeling. Welk instrument biedt hiervoor de meest integrale benadering?
A. Balanced Scorecard
B. SWOT-analyse
C. Business Model Canvas
D. RACI-matrix
Vraag 3
Een manager constateert dat medewerkers uitsluitend handelen volgens procedures en nauwelijks
initiatief nemen. Welke managementtheorie verklaart dit gedrag het beste?
A. Theorie X van McGregor
B. Situationeel leiderschap
C. Servant Leadership
D. Theorie Z
Vraag 4
Welke combinatie van factoren vergroot de kans dat een organisatie succesvol verandert?
A. Draagvlak, urgentiebesef, duidelijke visie en betrokken leiderschap
B. Meer controle, meer regels, minder autonomie
C. Extra budget en nieuwe software
D. Alleen een uitgebreide projectplanning
Specialisatie AI en Verandermanagement
Examennummer: 5521158
Datum: 12 juni 2026
Tijd: 13:00 uur - 14:30 uur
Met docent antwoordmodel
Dit examen bestaat uit 9 pagina’s.
De opbouw van het examen is als volgt:
- 40 meerkeuzevragen (maximaal 40 punten)
Heeft u minimaal 28 vragen correct beantwoord, dan heeft u een voldoende
behaald. De antwoorden dienen ingevuld te worden op bijgevoegd examenpapier.
Schrijf duidelijk leesbaar.
Toegestane hulpmiddelen
- Geen
Wij wensen u veel succes!
,Examenresultaat
Totaal aantal vragen: 40
Heeft u ≤ 27 vragen correct beantwoord, dan heeft u een onvoldoende behaald. Heeft u ≥ 28 vragen correct
beantwoord, dan heeft u een voldoende behaald.
De uitslag van uw examen wordt uitsluitend bekendgemaakt via e-Connect.
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in
een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt in enige vorm of op welke wijze dan
ook zonder voorafgaande toestemming van NCOI Opleidingsgroep.
, Meerkeuzevragen (40 punten)
De antwoorden dienen ingevuld te worden op bijgevoegd examenpapier.
Vermeld het meest juiste antwoord.
Docent antwoordmodel einde
Voor een correct antwoord: 1 punt.
Management en Organisatie
Vraag 1
Een facilitaire organisatie groeit snel en besluit verantwoordelijkheden lager in de organisatie te beleggen.
Tegelijkertijd worden afdelingen multidisciplinair ingericht. Welk organisatiemodel sluit hier het beste op
aan?
A. Lijnorganisatie met centrale besluitvorming
B. Matrixorganisatie met gedeelde verantwoordelijkheden
C. Functionele organisatie met volledige specialisatie
D. Staf-lijnorganisatie waarbij alle beslissingen via directie verlopen
Vraag 2
Een organisatie wil haar strategische doelstellingen vertalen naar concrete prestaties van de facilitaire
afdeling. Welk instrument biedt hiervoor de meest integrale benadering?
A. Balanced Scorecard
B. SWOT-analyse
C. Business Model Canvas
D. RACI-matrix
Vraag 3
Een manager constateert dat medewerkers uitsluitend handelen volgens procedures en nauwelijks
initiatief nemen. Welke managementtheorie verklaart dit gedrag het beste?
A. Theorie X van McGregor
B. Situationeel leiderschap
C. Servant Leadership
D. Theorie Z
Vraag 4
Welke combinatie van factoren vergroot de kans dat een organisatie succesvol verandert?
A. Draagvlak, urgentiebesef, duidelijke visie en betrokken leiderschap
B. Meer controle, meer regels, minder autonomie
C. Extra budget en nieuwe software
D. Alleen een uitgebreide projectplanning