- Heeft een complex vorm
- De vier binnenkomende longvene bepalen deels de vorm van het
dak en de achterzijde van het LA.
o Rechterbovenste en onderste longvene
o Linkerbovenste en onderste longvene
- Achterzijde ligt tegen de aorta descendens en slokdarm aan.
- Bij volume toename bolt het LA uit naar boven en links
- Thoraxbouw beïnvloed ook de vorm van LA
10.1.1 het normale linkeratrium
- Het opmeten van de grootte het linkeratrium gebeurd in de PLAX
- De maximale voor-achterwaartse diameter wordt aan het einde van LV-
systole achter de aortawortel gemeten.
Normaalwaarde Linkeratrium diameter:
o Vrouwen 27-38 mm
o Mannen 30-40 mm
o 15-23 mm/m2
- Dit wordt gemeten middels een M-mode meting
- Bij standaard echocardiografisch onderzoek wordt volume van LA
berekend met methode van Simpson of met 3D-volumemeting
- Bij de biplane methodiek wordt de basis gevormd door de
mitralisklepannulus, niet door het dak van het Linkeratrium.
Linkeratrium maximaal volume:
o Vrouwen 22-52 ml
o Mannen 18-58 ml
- Dit moet altijd geïndexeerd worden, bedraagt dan 16-34 ml/m2 bij
beide geslachten.
- LA-volume van > 34 ml/m2 is vergroot (gedilateerd), heeft
prognostische betekenis:
o Verhoogde kans op hartfalen ontwikkelen
o Atriumfibrilleren
o Mortaliteit na infarct
, - Bij groot slagvolume kan er een fysiologische dilatatie worden
gezien.
o Atleten
o Zwangerschap
o Hyperthyreoïdie
o Permanente bradycardie
- Functie van LA kan ook worden bepaald door volumemetingen van
het LA en strainanalyse.
o Minimale LA volume begin QRS-complex
o Pre-ejectie of pre A-LA-volume begin P-top
- Wordt gebruikt om LA-functie te bepalen.
- Atriumwand is niet betrouwbaar te meten, atriumseptum wel.
o Bij vettige degeneratie van de atriumwand neemt de dikte van
het atriumseptum toe.
10.1.2 het linkerhartoor:
- Is een veellobbige structuur, met sterk wisselend volume
o 0,7-19,2ml
- Atriumdeel met de grootste rekbaarheid
o Bevat rekreceptoren en ANP-producerende cellen
(atriumnatriuretischepeptide)
30% wordt geproduceerd in het LAA
Speelt een rol bij regulatie en vulling van de circulatie
en de drukken in het hart.
- Normale doorsnede is:
o Ostium 0,5-4cm, lengte 1,6-5,1cm
- Ruim de helft bestaat uit twee lobben, vier is ook mogelijk.
- De normale bloedstroomsnelheid in het LAA is 64 ± 19 cm/s
o Snelheid neemt af bij hogere drukken in de atria
- Bij ouder worden en chronische rek van de atria verouderd de
atriumwand kan op atriumfibrilleren neemt toe.
o Door hypertensie of kleplijden
o Bloedstroomsnelheden kunnen fors afnemen, consequenties
voor LA en de LAA-functie.
- Bloedstroomsnelheid in LAA met TTE en TEE meetbaar.
o Hoogste snelheden doen zich voor bij sinusritme na de P-top
en bij atriumfibrilleren in de vroege diastole.
- Trombus niet goed zichtbaar in LAA met TTE.
o Bij snelheid hoger dan 30 cm/s bij TTE, onwaarschijnlijk dat
zich een trombus vormt
- Spontaan contrast niet zichtbaar op TTE
- Spontaan contrast hangt samen met: