Open Universiteit OpenMens & Brightspace
Nederlandse Samenvatting
Theorie en tutorial uitleg Jamovi
Gemaakt door Saartje Koning
Persoonlijke noot
In deze samenvatting volg ik de structuur van brightspace met daarin de thema’s en studietaken.
Het bevat de benodigde theorie uit OpenMenS en brightspace voor het tentamen en
uitgeschreven instructies voor de tutorials met daarbij de interpretaties van de resultaten. Aan
het einde van het document heb ik mijn cheatsheets bijgevoegd waarin ik alle informatie in een
super korte samenvatting heb gegoten die je kunt leren voor het tentamen. Daarbij heb ik
verduidelijkingen in het grijs toegevoegd bij bepaalde onderwerpen om deze aspecten beter te
begrijpen. Ik hoop dat deze verduidelijking jou net zo helpt als dat het bij mij heeft gedaan!
Thema 1 – Cross-sectioneel onderzoek
Studietaak 1.1 Wat is cross-sectioneel onderzoek
Cross-sectioneel onderzoek = kwantitatieve data wat verzameld is op één meetmoment
• Geen uitspraak over processen over tijd → dat is longitudinaal onderzoek
• Wel uitspraak over dat verbanden met elkaar samenhangen, maar geen uitspraak over
de causaliteit van dit verband → dat is experimenteel onderzoek
• Gebruik → ontwikkeling, optimalisatie en verificatie van meetinstrumenten
3 redenen waarom cross-sectioneel onderzoek belangrijk is:
1. Onderzoeksinstrumenten ontwikkelen en verifiëren
Longitudinale en experimentele studies vereisen meetinstrumenten om constructen te
kunnen meten. Voor het ontwikkelen van deze instrumenten is cross-sectioneel
onderzoek geschikt.
2. Efficiëntie
• 1 groep deelnemers nodig, omdat er niets gemanipuleerd wordt
• Geen persoonsgegevens verzamelen, omdat de deelnemers niet gevolgd dienen
te worden → minder belasting voor deelnemers
3. Toegepast onderzoek = op basis van een theorie worden aannames gedaan over het
verband tussen constructen
Cross-sectioneel onderzoek wordt gebruikt indien temporele of causale relaties niet zelf
worden onderzocht, maar worden aangenomen als een veronderstelling.
Let op! Cross-sectioneel kan zowel toegepast onderzoek als fundamenteel zijn,
→ dit is afhankelijk van de onderzoeksvraag
De gangbare analysemethode voor cross-sectioneel onderzoek → correlatieanalyse
In deze cursus wordt het uitgebreid naar de multiple regressieanalyse = regressieanalyse met
meerdere voorspellers
Studietaak 1.2 Constructen
Constructen = hetgeen wat bestudeerd wordt bij het bestuderen van mensen
4 perspectieven op constructen (ontologische standpunten):
1. Natuurlijke soorten
, = bestaan los van de mensheid, los van namen en definities
Voorbeeld: atomen en moleculen
Brightspace: appels, zwaartekracht en vrijheid
2. Sociale soorten
= veel dingen worden uitgevonden door mensen om de wereld om hen heen
overzichtelijker te maken → staan niet los van de mensheid
Voorbeeld: persoonlijkheid en psychologische constructen
Brightspace: ceasarsalade en vrijheid
3. Praktische soorten
= de waarde wordt ontleend aan hoe nuttig ze zijn in plaats van of ze wel of niet als
zodanig bestaan
Voorbeeld: methostatie wordt gezien als het gemiddelde van iemands score op 3
statistiek cursussen. Het is hier duidelijk dat methostatie niet werkelijk bestaat in het
hoofd van een persoon, maar het kan wel nuttig zijn om te berekenen en te voorspellen
wat het cijfer voor iemands scriptie kan zijn.
4. Complexe soorten
= een verzameling eigenschappen die vaak samen voorkomen, omdat ze elkaar
wederzijds beïnvloeden
Voorbeeld: koffieliefhebber kan een construct zijn wat een combinatie van
eigenschappen omvat die samen voorkomen. Zoals iemand die van de smaak van koffie
houdt, zal waarschijnlijk ook van de geur houden en waarschijnlijk regelmatig koffie
drinken
Brightspace: popmuziek, vrijheid en zelfvertrouwen
Psychologische constructen worden tegenwoordig steeds vaker onderzocht als → complexe
soorten, waarbij ze worden gezien als een netwerk van eigenschappen
Wat zijn psychologische constructen? → er is geen eenduidig antwoord op deze vraag en er is
geen ontologisch standpunt wat duidelijk het juiste perspectief biedt
Wat bepaald dan het construct? → het ontologische perspectief wat je hanteert in combinatie
met de definitie van het construct bepalen samen hoe je het construct het beste kunt
manipuleren of meten
Latente constructen = psychologische constructen zijn niet direct observeerbaar en worden
daarom latente constructen genoemd
3 verklaringen waarom het in de psychologie extra belangrijk is om de wetenschappelijke
methode rigoureus toe te passen:
1. Er zijn verschillende ontologische posities te verdedigen
2. Mensen zien regelmatig patronen die niet bestaan, omdat zij goed zijn in
patroonherkenning
3. Mensen kunnen voldoende nadenken over hoe zijzelf en anderen werken
Een metafoor om over constructen na te denken is een netwerk van psychologische
constructen wat visueel kan worden weergegeven.
• Maakt het makkelijker om na te denken over definities van constructen
• Elk metafoor heeft zijn beperkingen en kan arbitrair zijn
,1.3 Meetinstrumenten
Menselijke psychologie kan niet rechtstreeks worden onderzocht, daarom worden constructen
gedefinieerd die wel gemeten kunnen worden.
2 stappen uit dit proces:
1. Operationalisatie
= specificeren van een of meer dingen die wel rechtstreeks gemeten kunnen worden die
informatief zijn voor het construct
2. Meetinstrument selecteren of ontwikkelen
= meetinstrument om de operationalisatie te meten
Bij het meten van temperatuur kunnen natuurlijke soorten (zoals het kookpunt van water)
worden gebruikt, maar in de psychologie is er geen sprake van natuurlijke soorten. Wel worden
vaak getallen gebruikt om mogelijke responsen te representeren.
Probleem → het gebrek aan meeteenheden en mogelijkheden om te ijken maken het meten van
constructen problematisch. Zonder mogelijkheid om een meetinstrument te kalibreren is het
niet mogelijk om te weten of 2 meetinstrumenten hetzelfde meten of niet.
2 zaken die duidelijk dienen te zijn voor het bepalen van een meetinstrument:
1. Definitie van construct
= moet aangeven welke aspecten van de menselijke psychologie onder dat construct
vallen en welke niet
2. Definiëren van operationalisatie
= een operationalisatie definiëren die consistent is met de definitie van het construct
Het doel van meetinstrumenten → informatie krijgen over een construct en daarbij iets meten
en niet veranderen
Hoe wordt dit doel bereikt? → mensen blootstellen aan een procedure en vervolgens een
respons te registreren
2 onderdelen van meetinstrumenten van psychologische constructen:
1. Procedure → met of zonder stimuli
2. Responsregistratie
• Item = enkele responsregistratie, meestal vergezeld van een procedure om die
toe te passen en bijna altijd vergezeld van een of meerdere stimuli
Voorbeeld: hartslagmeting of een antwoord op een 5-keuze vraag
De procedure, stimuli en responsregistratie bepalen samen welke aspecten van de psychologie
een rol spelen bij het uiteindelijk produceren van de respons → het bepaalt de validiteit van het
item = of het item het construct echt meet
Een valide item vereist eerst een cognitieve validiteit = de stimulus, procedure en
responsregistratie worden door de deelnemers geïnterpreteerd zoals ze zijn bedoeld
Let op! → indien een item helemaal valide is, zal de respons toch nog willekeurig
variëren van meting tot meting. Er zullen meetfouten zijn en dit is het complement van
betrouwbaarheid.
Voorbeeld: Als een item 20% meetfout heeft, is de betrouwbaarheid .80 (80%)
Validiteit en betrouwbaarheid zijn geen kenmerken van een item, maar van een specifieke
toepassing van dat item. Validiteit is belangrijker dan betrouwbaarheid
Meetmodellen
Psychologische meetinstrumenten bestaan vaak uit meerdere items.
, Een meetmodel = beschrijft wat voor soort construct we meten op basis van onze oncologische
positie ten opzichte van dat construct.
3 meetmodellen:
1. Reflectief meetmodel
= er wordt aangenomen dat de scores op de items worden
veroorzaakt door het construct ofwel, de aanname is dat de scores
op de items een reflectie zijn van het onderliggende latente
construct
• Gewicht van de items → Validiteit en betrouwbaarheid
kunnen verschillen van item tot item, dus niet elk item telt
even zwaar mee
Oplossing → het gewicht van elk item moet worden
bijgesteld afhankelijk van de meetfout en validiteit
van dat item
• Ontologische soort → natuurlijk of sociaal
2. Formatief meetmodel
= het construct is de scores op de items
• Gewicht van de items → toegekend op basis van het aandeel
dat het item in dat construct moet hebben
• Ontologische soort → praktisch
3. Netwerkmodel
= het construct bestaat uit een patroon van samenhang tussen
verschillende aspecten van de menselijke psychologie die elkaar
wederzijds beïnvloeden
• Ontologische soort → complex
• Voorbeeld: depressie
Itemscores samenvoegen
Het meetmodel wat je hanteert bepaalt hoe je de scores op de items samenvoegt.
Die samenvoeging representeert de aannames over hoe de items en het construct
samenhangen.
3 aannames bij de modellen:
1. Reflectief meetmodel → het construct is onafhankelijk van de items en de scores op de
items worden veroorzaakt door het latente construct
2. Formatief meetmodel → construct is het aggregaat van de items en niet onafhankelijk
van de items
3. Netwerk-meetmodel → het construct is gedefinieerd als regelmatigheid in hoe de items
elkaar beïnvloeden en bestaat alleen in die verbanden
Bij een netwerk-meetmodel wordt er meestal niets samengevoegd en dit model verschilt
fundamenteel van de andere benaderingen in dit boek en wordt daarom niet verder behandeld.
Bij een reflectief of formatief meetmodel is samenvoeging wel gangbaar → elk item heeft een
bepaalde validiteit en betrouwbaarheid. Elk item kan worden beschouwd alsof het een sub-
construct meet.
Samenvoegen van items bij een reflectief meetmodel:
• Als een reflectief meetmodel wordt gebruikt, wordt aangenomen dat het construct voor
elk item hetzelfde is → elk item in een depressievragenlijst meet hetzelfde construct
‘depressie’