Case based learning MSA
Inhaalonderwijs 11-11-20
Maak hierbij ook gebruik van de toetsmatrijs bij de praktijktoets.
1. Beschrijf welke structuren betrokken zouden kunnen zijn bij Peter zijn trauma
,2. Stel zo veel mogelijk hypotheses op bij deze casus (geef priotering aan)
● Er is sprake van een breukje in de enkel.
● Er is sprake van een zwelling, verkleuring, temperatuur
● Er is sprake van schade aan de laterale enkelbanden lig. talofibulare anterius. (als
eerste aangedaan); lig. calcaneofibulare. (als tweede aangedaan); lig. talofibulare
posterior. (als laatste aangedaan)
● Er is sprake van schade aan de mediale enkelbanden (lig. tibiotalaris anterior; lig.
tibiotalaris posterior; lig. tibiocalcanea; lig. tibionavicularis)
● Beperkte ROM (in/eversie; plantair/dorsaalflexie)
3. Beschrijf welke onderzoeksmiddelen je wilt toepassen om je hypothese te
bevestigen/verwerpen.
- Palperen
- Ottowa ankle rules
- Hydrops: fluctuatie test
- Loopanalyse
- Schuiflade test
- Fibular Translation test
, - Squeeze test (syndesmose)
- Exorotatie test
- Thomson test
4. Beschrijf/werk uit uit hoe je het onderzoek zou uitvoeren.
5. Stel een (globaal) behandelplan op.
- Leren lopen met elleboogkrukken
- Rustig bewegen binnen de pijngrens (tenen bewegen)
Inversietrauma
Persoon door door de enkel gegaan. Wat te vragen:
Patroonherkenning.
- Klikt die, kraakt die? (kalk ergens)
- Is die instabiel? (instabiliteit)
- Heeft u gelopen? (breuk)
- hoeveel kon je belasten
Waar denk je aan? → uitvragen
Heb je achter op je kuit geen pijn?/ geen knap gehoord? → geen thomson test doen (niet
nodig)
Weefselherstel
Voor spierweefsel , komt bindweefsel.
Voor bindweefsel komt bindweefsel.
Celweefsel komt niets in de plaats.
Advies: oefen transfers van anamnese naar diagnostiek en naar behandeling.
, Partieel aangedaan lig. talofibulare anterior
Begin remodelleringsfase (fase waarin het nieuwe weefsel weer in model wordt gebracht)
Omzetten type 3 naar type 1!!!
Behandeldoelen
● Verbeteren van de spierkracht
● Actieve (functionele) stabiliteit
● Beweeglijkheid en het verplaatsen (lopen, hardlopen en traplopen)
● perfect looppatroon aanleren (op eigen lichaamsgewicht)
Verrichtingen
● Voorlichten:
- Verstrek informatie over mogelijke preventieve maatregelen (tape of brace) bij het
hervatten van zwaardere belasting zoals (risicovolle) werkzaamheden en/of sportieve
activiteiten.
- Beoordeel of het (sport)schoeisel geschikt is voor de desbetreffende sport en
ondergrond; indien nodig aanpassingen voorstellen.
● Oefenen van functies en activiteiten:
- Oefen evenwicht, spierkracht, beweeglijkheid en verplaatsing. Streef naar een
symmetrisch looppatroon.
- Train de dynamische stabiliteit. Begin, zodra de belastbaarheid dit toelaat met actief
belaste oefeningen, voornamelijk gericht op evenwicht en coördinatie.
Voer de moeilijkheidsgraad en de belasting progressief op (op geleide van functionele
stabiliteit, mits er geen zwelling ontstaat): van statische naar dynamische en van partieel
belaste naar volledig belaste oefeningen, van enkelvoudige oefeningen naar functionele
oefeningen met dubbeltaken en oefeningen op verschillende ondergronden, en
daarnaast van cyclische naar niet-cyclische (abrupte en onregelmatige) bewegingen.
- Geef huiswerkoefeningen: instructies hierover vormen een essentieel onderdeel van de
behandeling.
● Tape/brace:
- Adviseer om bij sporten of anderszins zware lichamelijke belasting tape of een brace te
dragen. Deze maatregelen zijn nodig totdat de patiënt de statische en dynamische
evenwichts- en coördinatie oefeningen ter bevordering van de (functionele) stabiliteit
adequaat kan uitvoeren
Variabelen
● Verandering ondergrond
● Verandering hoeken (bal iets meer uitwijken, wreef trap bijvoorbeeld, aansluitpas en dan balletje
aan gooien aan beide zijden)
● Met en zonder schoenen
● Op zijsprongetje (voetbalspecifiek)
Spierkracht verbeteren:
● Beginnen met op de tenen lopen
● Calf raises
● In- en eversie trainen in een open keten (dit neem je al mee met het uitvoeren van oefeningen)
● One leg squat
● m. gluteus medius
Oefeningen:
> Op 1 been staan → uitbreiden met een balletje erbij gebruiken
Inhaalonderwijs 11-11-20
Maak hierbij ook gebruik van de toetsmatrijs bij de praktijktoets.
1. Beschrijf welke structuren betrokken zouden kunnen zijn bij Peter zijn trauma
,2. Stel zo veel mogelijk hypotheses op bij deze casus (geef priotering aan)
● Er is sprake van een breukje in de enkel.
● Er is sprake van een zwelling, verkleuring, temperatuur
● Er is sprake van schade aan de laterale enkelbanden lig. talofibulare anterius. (als
eerste aangedaan); lig. calcaneofibulare. (als tweede aangedaan); lig. talofibulare
posterior. (als laatste aangedaan)
● Er is sprake van schade aan de mediale enkelbanden (lig. tibiotalaris anterior; lig.
tibiotalaris posterior; lig. tibiocalcanea; lig. tibionavicularis)
● Beperkte ROM (in/eversie; plantair/dorsaalflexie)
3. Beschrijf welke onderzoeksmiddelen je wilt toepassen om je hypothese te
bevestigen/verwerpen.
- Palperen
- Ottowa ankle rules
- Hydrops: fluctuatie test
- Loopanalyse
- Schuiflade test
- Fibular Translation test
, - Squeeze test (syndesmose)
- Exorotatie test
- Thomson test
4. Beschrijf/werk uit uit hoe je het onderzoek zou uitvoeren.
5. Stel een (globaal) behandelplan op.
- Leren lopen met elleboogkrukken
- Rustig bewegen binnen de pijngrens (tenen bewegen)
Inversietrauma
Persoon door door de enkel gegaan. Wat te vragen:
Patroonherkenning.
- Klikt die, kraakt die? (kalk ergens)
- Is die instabiel? (instabiliteit)
- Heeft u gelopen? (breuk)
- hoeveel kon je belasten
Waar denk je aan? → uitvragen
Heb je achter op je kuit geen pijn?/ geen knap gehoord? → geen thomson test doen (niet
nodig)
Weefselherstel
Voor spierweefsel , komt bindweefsel.
Voor bindweefsel komt bindweefsel.
Celweefsel komt niets in de plaats.
Advies: oefen transfers van anamnese naar diagnostiek en naar behandeling.
, Partieel aangedaan lig. talofibulare anterior
Begin remodelleringsfase (fase waarin het nieuwe weefsel weer in model wordt gebracht)
Omzetten type 3 naar type 1!!!
Behandeldoelen
● Verbeteren van de spierkracht
● Actieve (functionele) stabiliteit
● Beweeglijkheid en het verplaatsen (lopen, hardlopen en traplopen)
● perfect looppatroon aanleren (op eigen lichaamsgewicht)
Verrichtingen
● Voorlichten:
- Verstrek informatie over mogelijke preventieve maatregelen (tape of brace) bij het
hervatten van zwaardere belasting zoals (risicovolle) werkzaamheden en/of sportieve
activiteiten.
- Beoordeel of het (sport)schoeisel geschikt is voor de desbetreffende sport en
ondergrond; indien nodig aanpassingen voorstellen.
● Oefenen van functies en activiteiten:
- Oefen evenwicht, spierkracht, beweeglijkheid en verplaatsing. Streef naar een
symmetrisch looppatroon.
- Train de dynamische stabiliteit. Begin, zodra de belastbaarheid dit toelaat met actief
belaste oefeningen, voornamelijk gericht op evenwicht en coördinatie.
Voer de moeilijkheidsgraad en de belasting progressief op (op geleide van functionele
stabiliteit, mits er geen zwelling ontstaat): van statische naar dynamische en van partieel
belaste naar volledig belaste oefeningen, van enkelvoudige oefeningen naar functionele
oefeningen met dubbeltaken en oefeningen op verschillende ondergronden, en
daarnaast van cyclische naar niet-cyclische (abrupte en onregelmatige) bewegingen.
- Geef huiswerkoefeningen: instructies hierover vormen een essentieel onderdeel van de
behandeling.
● Tape/brace:
- Adviseer om bij sporten of anderszins zware lichamelijke belasting tape of een brace te
dragen. Deze maatregelen zijn nodig totdat de patiënt de statische en dynamische
evenwichts- en coördinatie oefeningen ter bevordering van de (functionele) stabiliteit
adequaat kan uitvoeren
Variabelen
● Verandering ondergrond
● Verandering hoeken (bal iets meer uitwijken, wreef trap bijvoorbeeld, aansluitpas en dan balletje
aan gooien aan beide zijden)
● Met en zonder schoenen
● Op zijsprongetje (voetbalspecifiek)
Spierkracht verbeteren:
● Beginnen met op de tenen lopen
● Calf raises
● In- en eversie trainen in een open keten (dit neem je al mee met het uitvoeren van oefeningen)
● One leg squat
● m. gluteus medius
Oefeningen:
> Op 1 been staan → uitbreiden met een balletje erbij gebruiken