Hoofdstuk 1: tijd van jagers en boeren (tot
3000 v. Chr. voor Lage Landen tot 50 v.
Chr. )
Kenmerkende aspecten:
- De levenswijze van jagers en verzamelaars
- Het ontstaan van landbouw en landbouwsamenleving
Canonvensters:
- Trijntje. De jagers en verzamelaars
- Hunebedden. De eerste boeren
Op de tijdlijn:
- Prehistorie
Verre weg het langste tijdvak uit de geschiedenis. Er bestond toen nog geen land
dat Nederland heet, de uithoek wordt Lage Landen genoemd. In de tijd van jagers
en boeren leven hier eerst mensen die rondtrekken als jagers-verzamelaars.
Daarna komen er boeren naar de Lage landen. De jagers-verzamelaars hebben
een nomadische leefwijze, de boeren een agrarische leefwijze.
Ontstaan
5 miljard jaar geleden Aarde
65 miljoen jaar geleden Dino’s uitgestorven
3 à 2 miljoen jaar geleden Mens op aarde
Nomadische samenleving
250.000 jaar geleden Jagers-verzamelaars laten sporen na
bij Maastricht
40.000 jaar geleden Homo sapiens komt naar Europa
35.000 jaar geleden Neanderthalers sterven uit
8000 v Chr. Einde laatste ijstijd; rendierjagers
trekken weg
Agrarische samenleving
9000 v Chr. Oudste sporen van akkerbouw in
Nabije Oosten
7500 v Chr. Oudste sporen van veeteelt in het
Nabije Oosten
5300-4900 v Chr Bandkeramiekers, eerste
landbouwers in Lage landen
3400-2850 v Chr. Hunebedbouwers
2100 v Chr. Einde steentijd (voor lage landen)
2100-700 v Chr. Bronstijd (voor Lage Landen)
700-50 v Chr. IJzertijd (voor lage landen)
50 v Chr. Romeinen veroveren het noorden van
Gallië
1.1 ooit is alles begonnen
,Eerste leven in aarde ontstaan in zeeën, algen zijn de eerste planten. Vanaf 400
miljoenjaar geleden ontstaat er leven op het land: planten zonder bladeren. Ook
de eerste dieren leefden in het water: eerst kwallen, dan amfibieën, reptielen.
Dinosaurus betekent letterlijk ‘verschrikkelijke hagedis’ en is verzamelnaam. Zij
leefde tussen 220 miljoen jaar en 65 miljoen jaar geleden. Aan hun leven kwam
abrupt einde à meteorietinslag die mega stofwolk veroorzaakte. Hierna steeds
meer zoogdieren.
Ontstaan van mens ligt verder terug, in de tijd van 4000 v. Chr. nog veel
onduidelijkheid over de menselijke stamboom. Gaan uit van ontstaan mens in
Afrika. Tot de mensachtige (hominden) behoren de mensen, chimpansees en
gorilla’s. de homo sapiens onderscheidde zich door de herseninhoud en door
ontwikkeling van handen. Denkende mens is een geode jager en maakt prachtige
werktuigen.
1.2 jagers-verzamelaars rendierjagers
Alles wordt zo’n 2 miljoen jaar lang door verandering in klimaat beheerst. In deze
tijd zijn er koude perioden (glacialen), IJstijden, afgewisseld door warmere
perioden (interglacialen). Zo’n ijscyclus duurt ongeveer 100.000 jaar. In
voorlaatste ijstijd bedekt omstreeks 150.000 jaar geleden het ijs van Noord-
Europa tot de lijn Düsseldorf, Nijmegen, Haarlem. Omstreeks 10.000 jaar geleden
stijgt temperatuur opnieuw en begint interglaciaal dat vandaag de dag nog
steeds is. Het rendier trekt met de ijsgrens naar het noorden van Scandinavië.
Oudste sporen van menselijke activiteiten in Europa dateren van ongeveer
700.000 jaar geleden. Het gaat om sporen in Italië. Voor Noord-Europa gaat het
terug tot 400.000 jaar geleden.
Steentijd want steen zal lange tijd naast hout het belangrijkste materiaal zijn voor
de mens.
Oudste mensen zijn jagers-verzamelaars en leven als nomaden. De kenmerken
van nomadische levenswijze:
- Voedsel wordt verkregen door verzamelen, jagen en vissen
- Mensen wonen in tijdelijke kampementen in nabijheid voedsel
- Mensen volgen kudden dieren
- Enige sporen die ze achterlaten zijn van kampementen.
Tot 10.000 jaar geleden was deze levenswijze de enige op de hele wereld. Begin
21e eeuw leefde nog niet eens 0,0001% op deze manier. Door chimpansees en
bavianen observaties en door studies van hedendaagse nomadische
samenlevingen is er geprobeerd invulling aan te geven hoe dit er uit zag. Vanaf
30.000 jaar geleden maakt de homo sapiens afbeeldingen van de werkelijkheid.
De afbeeldingen zijn onder te verdelen in twee groepen: beeldjes (draagbare
kunst) en schilderingen op grot- en rotswanden.
Omstreeks 12.000 jaar geleden lopen bij een stijgende temperatuur in de lage
landen waarschijnlijk nog wolharige mammoeten rond, maar dat zijn de laatste.
Vanaf 10.000 jaar geleden begint het ijs op grote schaal te smelten. Met stijging
van temperatuur komen ook de mensen vanuit warmere streken in Europa terug
in de Lage Landen. Deze mensen worden Rendierjagers genoemd. Wanneer
omstreeks 8000 v. Chr. de temperatuur stijgt, trekken de rendierkudden met de
, trekkende ijsrand naar het noorden. De toendra verdwijnt en in het huidige
Nederland komt weer plaats voor bomen. Het wordt het woongebied van jagers-
verzamelaars die leven van jagen op wild, vissen en verzamelen. De belangrijkste
sporen die rendierjagers hebben nagelaten zijn sporten van hun kampementen
die meestal in de buurt van water liggen; een vuurplaats omgeven door
vuurstenen, werktuigen en afslagen; gevonden in Friesland, Drenthe en Brabant.
Tussen 7600 en 6000 v. Chr. loopt het Noordzeelandschap onder water.
Geleidelijk ontstaat kustlijn van Nederland: strandwallen met forse zee inhammen
en achter de strandwallen wadden, kwelders en veen. In het landschap rukt eerst
de berk op, gevolgd door de den. Vanaf ongeveer 6000 v. Chr. loofbossen.
In dit landschap trekken jagers-verzamelaars rond, niet langer achter de kudden
aan, maar in hun eigen jachtgebied.
1.3 de eerste boeren: bandkeramiekers en hunebedbouwers
Ontwikkeling van jagen en verzamelen naar landbouw. Ze gaan hun eerste
voedsel produceren en zo ontstaat landbouw. De ontwikkeling wordt ook
Agrarische Revolutie genoemd, andere benaming is Neolithische revolutie, omdat
deze revolutie de start is van de Jonge Steentijd, het Neolithicum.
De oudste sporen van akkerbouw stammen uit 9000 v. Chr. de veeteelt uit
ongeveer 7500 v. Chr. De voorwaarden voor het overgangsproces zijn aanwezig
in het Nabije Oosten, het gebied dat wel de vruchtbare Halve Maan genoemd
wordt: het gebied dat zich uitstrekt van de Perzische Golf via de noordpunt van
Syrië tot aan de grens met Egypte.
De aanwezigheid van grote schaal granen en dieren maakt mogelijk dat jagers-
verzamelaars minder nomadisch gaan leven. Een belangrijke factor is het
ontstaan van (semi)permanente nederzetting.
In Midden-Europa ontstaat een cultuur van landbouwers, die genoemd is naar
hun aardewerk: de Bandkeramische cultuur. Omstreeks 5300 v. Chr. vestigen ze
zich in het huidige Zuid-Limburg. Deze eerste boeren trekken naar een
lössplateau tussen de Maas en Geleenbeek. Het plateau bestaat uit een flinke
laag löss, waarop dichte bossen – vooral linde – groeien. Het plateau is omgeven
door beek- en rivierdalen met een meer afwisselend bos. Ze bouwen lange,
rechthoekige huizen, waarvan plattegrond teruggevonden zijn dankzij verkleuring
grond. Ondanks grootste deel op landbouw gaat, jagen en verzamelen ze ook
nog.
De jagers-verzamelaars in het westen van het huidige Nederland worden naar
vindplaatsen van hun nederzetting genoemd (swifterband, vlaardingen). De
eerste echte agrarische samenleving ten noorden van de grote rivieren is die van
de Hunebedbouwers met als kerngebeid de provincie Drenthe. Een andere naam
voor de cultuur is Trechterbekercultuur, vernoemd naar veel voorkomende pot.
Ze wonen op een zandgrond, begroeid met open bos. De balngrijkste overblijvers
zijn de hunebedden. Veel gebruiksvoorwerpen zijn van vuursteen en maken ook
fraai versierd aardewerk.
Nieuwe bewoners komen omstreeks 3000 v. Chr. uit Oost-Europa naar de Lage
Landen. Zij hebben de naam Strijdhamer- of Strandvoetbekervolk gekregen. Het
zijn vooral veeboeren. Ongeveer 2300 v. Chr. begint de bloeitijd van een ander