Aardrijkskunde
EXAMENINFORMATIE
AANDACHTSPUNT EN SAMENVAT T ING…………………………………………………………………………………………………………………………………………
GLOBALISERING
→ Globalisering leidt tot integratie van gebieden en samenlevingen.
→ Economische ontwikkelingen zijn de drijvende kracht achter globalisering.
→ Netwerken (van bedrijven, instellingen, migranten) omspannen de wereld en oefenen hun invloed uit
op steden en gebieden, op sociale groepen en op individuen.
→ Economische globalisering gaat vaak samen met culturele globalisering en politiek samenwerken
tussen gebieden of landen.
→ Economische globalisering leidt vaak tot grotere economische verschillen en concurrentie tussen
gebieden en groepen mensen.
→ Culturele globalisering leidt tot tegenreacties zoals de herwaardering van regionale (en nationale)
identiteiten.
→ Politieke globalisering leidt tot verandering van de positie van staten in politieke
samenwerkingsverbanden.
→ Globalisering werkt in verschillende gebieden anders uit wegens de specifieke regionale context.
→ Technologische ontwikkeling is een belangrijke motor achter globalisering.
→ Door technologische ontwikkelingen is de tijd ruimtecompressie snel toegenomen.
→ Het proces van globalisering is na 1980 in een stroomversnelling geraakt.
→ De basis van de mondiale centrum-periferie verhoudingen is gelegd in de koloniale periode.
→ De mondiale centrum-periferie verhoudingen veranderen omdat de internationale arbeidsverdeling
verandert.
→ Het merendeel van de internationale handels- en investeringsstromen voltrekt zich binnen en tussen de
drie kerngebieden (de triade).
→ Opkomende economieën en MNO’s uit deze landen spelen een steeds grotere rol in internationale
handels- en investeringsstromen en in de mondiale economie en politiek.
→ Zuid-Zuid handel en investeringen worden belangrijker.
POLARISATIE
→ Een wereldstad is een belangrijk mondiaal knooppunt op economisch, cultureel of politiek gebied.
→ Veranderingen, vernieuwingen en trends vinden hun oorsprong vrijwel altijd in grote steden.
→ New York is een mondiaal knooppunt op economisch, cultureel en politiek terrein, Washington op
politiek terrein en Los Angeles op cultureel en economisch terrein.
→ Wereldsteden kennen een sterke ruimtelijke segregatie en sociale polarisatie.
→ In grote steden ontwikkelt zich een schaduweconomie (informele sector) die enerzijds migranten
aantrekt en anderzijds migranten opvangt.
,ONTWIKKELING
→ In het algemeen geldt: hoe hoger het economische ontwikkelingspeil van een land is, des te hoger is de
verstedelijkingsgraad en des te lager het verstedelijkingstempo.
→ In het algemeen geldt: hoe hoger het economisch ontwikkelingspeil van een land is, des te lager zijn de
geboorte- en sterftecijfers.
→ In het algemeen geldt: naarmate het economisch ontwikkelingspeil van een land hoger is, werkt een
kleiner deel van de beroepsbevolking in de landbouw en een groter deel in de formele dienstensector.
AARDE
→ Het actualiteitsbeginsel: the present is the key to the past. (Het uitgangspunt dat fysische processen
zoals die nu plaatsvinden in het verleden ook zo plaatsvonden).
→ Platentektoniek is een systeem van interacties tussen delen van de aardkorst.
→ De beweging en de interactie worden veroorzaakt door de interne hitte van de aarde.
→ Plaatbewegingen zijn het resultaat van een duwkracht vanuit de (mid)oceanische rug (ridge push) en
een trekkracht als gevolg van het wegduiken van de oceanische korst bij een subductiezone (slab pull).
→ Door endogene processen ontstaan vulkanen, aardbevingen en gebergten en de bijbehorende
geomorfologische verschijnselen.
→ Het eruptietype van een vulkaan weerspiegelt zich in de vorm.
→ Door verwering en erosie worden gesteenten afgebroken.
→ Het verweringsmateriaal wordt getransporteerd en elders gesedimenteerd.
→ De verweringsvorm die overheerst in een gebied wordt hoofdzakelijk bepaald door de klimatologische
omstandigheden.
→ In de aride zone overheerst in het algemeen mechanische verwering.
→ In de aride zone wordt verweringsmateriaal door gebrek aan vegetatie minder goed vastgehouden dan
in de gematigde zone.
→ Stroomsnelheid en transportmechanisme bepalen de korrelgrootte(verdeling) van het sediment.
→ Veranderingen van het aardoppervlak ontstaan door de opbouwende werking van endogene processen
en de afbrekende werking door exogene processen.
→ Door platentektoniek ontstaan gebergten.
→ De gesteenten in deze gebergten worden onder invloed van met name de hydrologische kringloop
afgebroken.
→ Het verweringsmateriaal uit gebergten wordt onder invloed van met name de hydrologische kringloop
getransporteerd naar lager gelegen gebieden en daar gesedimenteerd.
→ Stollings- en sedimentgesteenten kunnen onder langdurige invloed van hoge druk en/of warmte
omgezet worden tot metamorfesteenten.
→ Platentektoniek, de gesteentekringloop en de hydrologische kringloop spelen zich af op verschillende
tijd- en ruimteschalen.
→ Op mondiale schaal is er een dynamisch evenwicht tussen inkomende zonnestraling en uitgaande
warmtestraling.
→ Zee- en luchtstromen verdelen de warmte over het aardoppervlak.
→ De ligging van oceanen, continenten en gebergten beïnvloedt op diverse schalen het mondiale klimaat
patroon .
→ Zeestromen worden aangedreven door de wind.
→ Daarnaast is er een thermohaliene circulatie aangedreven door verschillen in dichtheid van het
zeewater.
, LANDSCHAP
→ Het landschap is een dynamisch systeem: als één van de geofactoren verandert, leidt dat tot
veranderingen van de andere factoren.
→ De theoretische grenzen tussen de landschapszones zijn in de praktijk geleidelijke (diffuse)
overgangen.
→ Landschapszones veranderen door (intensief) menselijk gebruik.
→ De gevoeligheid voor landdegradatie verschilt per landschapszone.
→ Duurzaam landgebruik kan processen van landdegradatie stoppen of voorkomen.
→ Als gevolg van klimaatverandering kunnen de (grenzen tussen) landschapszones verschuiven.
→ De plaattektonische situatie in het Middellandse Zeegebied is o.a. door de aanwezigheid van een aantal
microplaten complexen.
→ De jaarlijkse verschuiving van de grote luchtdruksystemen leidt tot een nat en droog seizoen.
→ De wederzijdse beïnvloeding tussen natuur en de mens kan juist in deze landschapszone leiden tot
landdegradatie.
→ Duurzaam gebruik van beschikbare watervoorraden kan zorgen voor een balans tussen
beschikbaarheid van water en het menselijke gebruik ervan.
→ Goed hazard management kan de negatieve gevolgen van natuur- en milieurampen enigszins beperken.
ZUID AMERIKA CULTUUR
→ Cultuurelementen als muziek, dans, sport, kleding en religie spelen een belangrijke rol in het
stereotiepe beeld van Zuid-Amerika en dit beeld wordt door media en reizen vaak bevestigd.
→ Vanuit de dimensie natuur is het beeld van Zuid-Amerika dat van een grote biodiversiteit, die onder
druk staat.
→ Het imago van Zuid-Amerika kent paradoxen: gated communities naast krottenwijken, dictaturen naast
democratieën, ongelijkheid naast herverdeling.
→ Het beeld van Zuid-Amerika is in de loop van de tijd veranderd van instabiele corrupte landen met een
grote sociale ongelijkheid tot politiek en economisch stabielere landen.
→ Over de toekomst van Zuid-Amerika lopen de meningen sterk uiteen; van een tweederangs rol in het
mondiale krachtenveld tot een veelbelovende regio.
→ Zowel stereotiepe beelden als geografische beelden van Zuid-Amerika zijn van invloed op het
ruimtelijk gedrag van actoren zoals bedrijven en consumenten, politici en burgers.
→ Dat blijkt onder andere uit investeringsbeslissingen en de keuze voor toeristische bestemmingen.