10-11-14
Samenvatting De Leeuw en Hox 31-53
§1 Inleiding
Non-respons: het niet kunnen verkrijgen van gegevens van potentiële respondenten.
Wanneer non-respons volstrekt toevallig is, niet gerelateerd aan enige onderzochte
variabele, dan is er geen wezenlijk probleem.
- De uiteindelijke gerealiseerde steekproef is kleiner
- Dit kan worden ondervangen door aanvankelijk een grotere steekproef te
kiezen
- De betrouwbaarheidsintervallen zijn hierdoor groter en precisie wordt kleiner
Nadeel: hogere kosten van het onderzoek.
Wanneer respondenten en non-respondenten van elkaar verschillen op belangrijke
variabelen ontstaat een ernstig probleem.
- Bepaalde groepen zijn onder- of oververtegenwoordigd
- Non-respons is dan selectief
Regel: Hoe groter de non-respons én hoe groter het verschil tussen respondenten en
non-respondenten op de uitkomstvariabele, hoe groter de vertekening is.
3 redenen - Overzichten van responstrends zijn relatief schaars doordat:
- Er gebruik wordt gemaakt van verschillende formules om een
responspercentage te berekenen
- Er vaak gegevens ontbreken om de gegeven getallen om te rekenen naar een
‘standaard’.
- Er belangrijke achtergrondgegevens voor een goede trendanalyse ontbreken.
§2 Overzicht van nationale en internationale gegevens over non-respons
Non-respons in Nederland is erg hoog.
Onderscheid in bereikbaarheid en bereidwilligheid.
Bereikbaarheid (grotere mobiliteit, lagere trefkans, problemen met
steekproefkader)
- Niet alle bereidwillige respondenten zijn bereikbaar.
- Dit zijn vaak kleine huishoudens, jongeren en werkenden
- Niet alleen het aantal contactpogingen, maar ook het tijdstip waarop deze
pogingen worden gedaan zijn van belang.
- Onbereikbaarheid is geen toevalsproces en kan leiden tot
ondervertegenwoordiging van groepen.
Bereidwilligheid (enquête-moe, te vaak belast, wantrouwend, privacygericht
etc.)
- Gerelateerd aan belangrijke achtergrondvariabelen.
- Expliciete weigering vooral in Randstad, grote steden, bewoners van dure
woningen.
- Ook ouderen willen vaak niet meewerken.
- Groepen die vaak moeilijk bereikbaar zijn (jongeren, hogere sociale klassen),
zijn wel het meer bereidwillig.
,10-11-14
De veranderde sociale structuur heeft geleid tot een toename van
bereikbaarheidsproblemen wat met name van invloed is bij face-to-face en
telefonisch onderzoek.
Andere maatschappelijke veranderingen spelen een rol die de respons bij interviews
negatief kunnen beïnvloeden.
§3 Theorieën over deelname aan onderzoek
Waarom zijn theorieën gericht op het terugdringen van weigering nuttig?
1. Nieuwe veldwerkprocedures kunnen ingezet worden om de non-respons tot
staan te brengen en medewerking te bevorderen.
2. Theorieën kunnen behulpzaam zijn bij de moeilijke beslissing om beperkte
financiële middelen zo effectief mogelijk te herverdelen voor veldwerk.
3. Theorieën over weigeringen én over onbereikbaarheid zijn van groot belang
bij het toepassen van wegingsmethoden na data-verzameling.
Sociaal-psychologische theorieën
Factoren die moeilijk zijn te beïnvloeden:
- de mate waarin iets interessant wordt gevonden
- de mate waarin iets van speciaal belang is voor de persoon in kwestie
- kosten in tijd
- inspanning
Daarnaast spelen 5 beginselen een belangrijke rol in individuele besluitvorming:
1. Reciprociteit (wederkerigheid) – Na een positieve actie (cadeautje, gunst,
dienst) zal men welwillend tot een wederdienst bereid zijn.
2. Omgevingsnormen – De normen, waarden en het gedrag van anderen worden
vaak gebruikt als ijkpunt om het eigen gedrag aan af te meten.
3. Autoriteit – Men gaat eerder op een verzoek in wanneer dat gedaan wordt
door een erkende legitieme autoriteit (overheidsonderzoeken)
4. Sympathie – Men is eerder geneigd om in te gaan op een verzoek van iemand
die vriendelijk is.
5. Schaarsheid – Naarmate iets schaarser is wordt iets ook gezien als
kostbaarder. Men is daarom eerder geneigd iets te doen als men het
percipieert als speciaal.
Rationele keuze-theorie
Attitude t.o.v. meewerken aan onderzoek (behavioral beliefs)– bepaald door
overtuigingen over de consequenties van het gedrag, zoals ingeschatte inspanning,
eerdere ervaringen, nut.
Normen t.o.v. meewerken aan onderzoek (normative beliefs) – bepaald door
inschatting van opvattingen en verwachtingen van relevante anderen t.a.v. het
individuele gedrag.
, 10-11-14
Couper en Groves model
- nadruk ligt op face-to-face interactie aan de deur.
- Tailoring: het aanpassen van interviewgedrag aan de sociale situatie en aan
de respondent
- Het open houden van mogelijkheden tot interactie
§4 Optimalisatie van veldwerkprocedures door interviews
3 strategieën om een hoger contactpercentage te krijgen:
1. optimaliseren van de contactpogingen
2. gebruik van combinaties van methoden
3. omgaan met antwoordapparaten in telefonisch onderzoek
Optimaliseren van de contactpogingen
Meer contactpogingen leidt niet alleen tot meer potentiële respondenten, maar de
samenstelling van de verkregen steekproef is ook beter.
Kanttekening:
Contactpogingen moeten zoveel mogelijk worden gemaakt op tijdstippen waarop de
kans iemand te treffen het grootst is.
Tussen 17.00 en 18.00 is de bereikbaarheid het grootst
Tussen 19.00 en 21.00 is de bereidwilligheid het grootst
Combinatie van dataverzamelingsmethoden
- Vaak ingezet om hogere respons te verkrijgen.
- Sterke punten van methoden worden gecombineerd.
Antwoordapparaten
- Beste strategie na het krijgen van een antwoordapparaat is opnieuw bellen na
acht uur.
- Korte boodschap achterlaten bij het eerste contact heeft positief effect op de
respons.
Er zijn 3 strategieën om het percentage interviews na contact omhoog te krijgen
1. aanschrijfbrieven en herhalingsbrieven
2. gebruik van incentives
3. speciaal trainen van interviewers
Aanschrijfbrieven en herhalingsbrieven
Aankondigingsbrief dient voor:
1. introductie
2. benadrukking van legitimiteit
Punten in een aankondigingsbrief
- vermelding waar het onderzoek over gaat
- vermelding wat er precies van respondenten wordt verwacht en wat er met
gegevens gebeurt
- verzekering van vertrouwelijkheid
Samenvatting De Leeuw en Hox 31-53
§1 Inleiding
Non-respons: het niet kunnen verkrijgen van gegevens van potentiële respondenten.
Wanneer non-respons volstrekt toevallig is, niet gerelateerd aan enige onderzochte
variabele, dan is er geen wezenlijk probleem.
- De uiteindelijke gerealiseerde steekproef is kleiner
- Dit kan worden ondervangen door aanvankelijk een grotere steekproef te
kiezen
- De betrouwbaarheidsintervallen zijn hierdoor groter en precisie wordt kleiner
Nadeel: hogere kosten van het onderzoek.
Wanneer respondenten en non-respondenten van elkaar verschillen op belangrijke
variabelen ontstaat een ernstig probleem.
- Bepaalde groepen zijn onder- of oververtegenwoordigd
- Non-respons is dan selectief
Regel: Hoe groter de non-respons én hoe groter het verschil tussen respondenten en
non-respondenten op de uitkomstvariabele, hoe groter de vertekening is.
3 redenen - Overzichten van responstrends zijn relatief schaars doordat:
- Er gebruik wordt gemaakt van verschillende formules om een
responspercentage te berekenen
- Er vaak gegevens ontbreken om de gegeven getallen om te rekenen naar een
‘standaard’.
- Er belangrijke achtergrondgegevens voor een goede trendanalyse ontbreken.
§2 Overzicht van nationale en internationale gegevens over non-respons
Non-respons in Nederland is erg hoog.
Onderscheid in bereikbaarheid en bereidwilligheid.
Bereikbaarheid (grotere mobiliteit, lagere trefkans, problemen met
steekproefkader)
- Niet alle bereidwillige respondenten zijn bereikbaar.
- Dit zijn vaak kleine huishoudens, jongeren en werkenden
- Niet alleen het aantal contactpogingen, maar ook het tijdstip waarop deze
pogingen worden gedaan zijn van belang.
- Onbereikbaarheid is geen toevalsproces en kan leiden tot
ondervertegenwoordiging van groepen.
Bereidwilligheid (enquête-moe, te vaak belast, wantrouwend, privacygericht
etc.)
- Gerelateerd aan belangrijke achtergrondvariabelen.
- Expliciete weigering vooral in Randstad, grote steden, bewoners van dure
woningen.
- Ook ouderen willen vaak niet meewerken.
- Groepen die vaak moeilijk bereikbaar zijn (jongeren, hogere sociale klassen),
zijn wel het meer bereidwillig.
,10-11-14
De veranderde sociale structuur heeft geleid tot een toename van
bereikbaarheidsproblemen wat met name van invloed is bij face-to-face en
telefonisch onderzoek.
Andere maatschappelijke veranderingen spelen een rol die de respons bij interviews
negatief kunnen beïnvloeden.
§3 Theorieën over deelname aan onderzoek
Waarom zijn theorieën gericht op het terugdringen van weigering nuttig?
1. Nieuwe veldwerkprocedures kunnen ingezet worden om de non-respons tot
staan te brengen en medewerking te bevorderen.
2. Theorieën kunnen behulpzaam zijn bij de moeilijke beslissing om beperkte
financiële middelen zo effectief mogelijk te herverdelen voor veldwerk.
3. Theorieën over weigeringen én over onbereikbaarheid zijn van groot belang
bij het toepassen van wegingsmethoden na data-verzameling.
Sociaal-psychologische theorieën
Factoren die moeilijk zijn te beïnvloeden:
- de mate waarin iets interessant wordt gevonden
- de mate waarin iets van speciaal belang is voor de persoon in kwestie
- kosten in tijd
- inspanning
Daarnaast spelen 5 beginselen een belangrijke rol in individuele besluitvorming:
1. Reciprociteit (wederkerigheid) – Na een positieve actie (cadeautje, gunst,
dienst) zal men welwillend tot een wederdienst bereid zijn.
2. Omgevingsnormen – De normen, waarden en het gedrag van anderen worden
vaak gebruikt als ijkpunt om het eigen gedrag aan af te meten.
3. Autoriteit – Men gaat eerder op een verzoek in wanneer dat gedaan wordt
door een erkende legitieme autoriteit (overheidsonderzoeken)
4. Sympathie – Men is eerder geneigd om in te gaan op een verzoek van iemand
die vriendelijk is.
5. Schaarsheid – Naarmate iets schaarser is wordt iets ook gezien als
kostbaarder. Men is daarom eerder geneigd iets te doen als men het
percipieert als speciaal.
Rationele keuze-theorie
Attitude t.o.v. meewerken aan onderzoek (behavioral beliefs)– bepaald door
overtuigingen over de consequenties van het gedrag, zoals ingeschatte inspanning,
eerdere ervaringen, nut.
Normen t.o.v. meewerken aan onderzoek (normative beliefs) – bepaald door
inschatting van opvattingen en verwachtingen van relevante anderen t.a.v. het
individuele gedrag.
, 10-11-14
Couper en Groves model
- nadruk ligt op face-to-face interactie aan de deur.
- Tailoring: het aanpassen van interviewgedrag aan de sociale situatie en aan
de respondent
- Het open houden van mogelijkheden tot interactie
§4 Optimalisatie van veldwerkprocedures door interviews
3 strategieën om een hoger contactpercentage te krijgen:
1. optimaliseren van de contactpogingen
2. gebruik van combinaties van methoden
3. omgaan met antwoordapparaten in telefonisch onderzoek
Optimaliseren van de contactpogingen
Meer contactpogingen leidt niet alleen tot meer potentiële respondenten, maar de
samenstelling van de verkregen steekproef is ook beter.
Kanttekening:
Contactpogingen moeten zoveel mogelijk worden gemaakt op tijdstippen waarop de
kans iemand te treffen het grootst is.
Tussen 17.00 en 18.00 is de bereikbaarheid het grootst
Tussen 19.00 en 21.00 is de bereidwilligheid het grootst
Combinatie van dataverzamelingsmethoden
- Vaak ingezet om hogere respons te verkrijgen.
- Sterke punten van methoden worden gecombineerd.
Antwoordapparaten
- Beste strategie na het krijgen van een antwoordapparaat is opnieuw bellen na
acht uur.
- Korte boodschap achterlaten bij het eerste contact heeft positief effect op de
respons.
Er zijn 3 strategieën om het percentage interviews na contact omhoog te krijgen
1. aanschrijfbrieven en herhalingsbrieven
2. gebruik van incentives
3. speciaal trainen van interviewers
Aanschrijfbrieven en herhalingsbrieven
Aankondigingsbrief dient voor:
1. introductie
2. benadrukking van legitimiteit
Punten in een aankondigingsbrief
- vermelding waar het onderzoek over gaat
- vermelding wat er precies van respondenten wordt verwacht en wat er met
gegevens gebeurt
- verzekering van vertrouwelijkheid