H1: BEGRIP EN AARD VAN HET IR
Internationaal Recht = verhoudingen tussen staten + andere subjecten IR
• Beschermt publieke belangen (veiligheid, welzijn etc.)
• Overkoepelende rechtsorde à bevoegdheden toekennen aan actoren in het
internationaal rechtsgebeuren + bepaalt juridisch kader bevoegdheden
Vroeger: ‘Volkenrecht’ = interstatelijk recht (relaties tussen staten)
• LET OP: hum-recht ¹ mensenrechten à = oorlogsrecht
o Ius ad bellum >< ius in bello
Internationaal privaatrecht >< publiekrecht
• Privaatrecht: privaatrecht met grensoverschrijdend karakter
o Voorbeeld: huwelijk tussen verschillende nationaliteiten
• Publiekrecht: andere soorten actoren en bronnen à art. 38 statuut IGH
o + extra bronnen niet vermeld in Art. 38 (tekst is verouderd)
o Geschillen tussen publieke entiteiten (¹ individuen onderling)
horizontaal rechtssysteem: staat is slechts gebonden door de staat zelf
• Ze leggen zichzelf het recht op
Oorspronkelijk: enkel staten waren subjecten van internationaal recht
• Later + andere subjecten à maar blijven ondergeschikt aan de staat (hiërarchie)
• Staten = volledige internationale rechtspersoonlijkheid
o >< andere subjecten: in de mate dat staten rechtspersoonlijkheid hebben
toegekend à omdat staten het zo gewild hebben.
• Zie ook reparation for injuries advisory opinion 1949 (verder)
1.1 ONTSTAAN EN EVOLUTIE
à eurocentrische oorsprongstheorie
Start I(P)R = ontstaan van de Staten; 1648 Vrede van Westfalen à ° Soevereine Staten
• = eind godsdienst- en burgeroorlogen Europa
• Voordien: geen soevereine staten à staten hadden zelf niet het hoogste gezag, maar
onderworpen aan de heerschappij van de Paus.
• ° soevereine staten
o Juridisch gelijk en onafhankelijk van elk ander gezag
• 17de tot 19de eeuw: gemeenschap soevereine staten beperkt tot Europa
o Buiten Europa = Terra Nullius: behoorden aan niemand toe à kolonisatie
à IPR = als instrument ontwikkeld in het belang van Europese staten om kolonisatie
gebieden te rechtvaardigen
1
, • Sommige gebieden snel onafhankelijk à nieuwe inwoners uit Europa verbreken
band met moederland (VS)
• Recht in gekoloniseerde gebieden = eurocentrisch: de kolonies werden onderworpen
aan de Europese tradities door de settlers
Begin 20ste eeuw = verandering in Europees gecentraliseerd recht
• Russische Revolutie à Marxistische approach internationaal recht
• 2de helft 20ste eeuw / Na WO II = dekolonisering à obv beginsel van zelfbeschikking
• Toename aantal landen in het internationaal recht (vooral niet-westerse)
o Passen IR aan omdat ze de meerderheid vormen à IR = minder het
instrument van de westerse belangen
o Op beperkt aantal domeinen succesvol, want basis van IR komt van westerse
staten
Koude Oorlog (’50-’80): Oost-West confrontatie = immobilisme IR
• Climax = val USSR (1989) à daarna weer beter functioneren IR, meer toepassing van
regels van IR
• Einde = aanleiding veel gewapende conflicten EU à ° nieuwe staten (Joegoslavië) die
ook lid worden van de VN
o = focus van conflicten verschuift van tussen staten à binnen staten
o = + aandacht voor niet-statelijke actoren à terroristen onderworpen aan IR?
à IR verandert van aard
• Staten die naast elkaar bestaan (co-existentie) à staten die samenwerken en
afspraken maken (coöperatie) voor het oplossen van gemeenschappelijke problemen
o Recht van co-existentie (passief IR): staten komen in contact met elkaar, maar
blijven soeverein; functie IR = vreedzaam samenleven van staten; afbakenen
van soevereiniteit
§ Oorlogsrecht, vredesverdragen, grensverdragen etc.
o Recht van coöperatie (actief IR): samenwerken om diverse problemen op te
lossen die men niet als soevereine staat kan oplossen à info uitwisselen,
beleid afstemmen om gemeenschappelijke belangen te beschermen
§ Milieuproblemen, internationale handel; ° veroordeling individuen
owv oorlogsmisdaden
§ Aanleiding = industriële revolutie à nieuwe uitdagingen
• Handel regelen over grenzen heen, grondstoffen = WTO
§ ° Internationale Organisaties = nieuwe actoren in het IR
• Eerste fase: technische organisaties die zich toespitsen op
bepaalde domeinen (WHO)
• Tweede fase: organisatie met ruime bevoegdheid zoals
VN/NATO
§ Overdragen soevereiniteit
• Intergouvernementele organisaties = adviezen geven; ¹
bindend optreden, ¹ afstand soevereiniteit
• Supranationale organisaties = staten staan stuk soevereiniteit
af, organisatie kan bindend optreden.
2
,à beide rechten enten zich op elkaar
• Staten blijven nog steeds soevereine staten; + consensualisme blijft bestaan
1.2 BASISKENMERKEN IR
1. Publiek recht (tussen juridische gelijke staten)
a. Vertaald en omgezet worden in NR à dualistische staat
b. IR werkt door in NR à monistische staat
2. Werkt gedecentraliseerd en horizontaal (>< NR)
a. Geen centrale wetgever
i. Principe: alle staten gelijk (>< praktijk: sommige staten meer rechten)
ii. Wordt ook bevestigd in Handvest VN
b. Geen centrale rechter
c. Geen centrale instantie voor rechtshandhaving; maar:
i. Eigenrichting
ii. Retorsie
iii. Represaille
Consensualisme
NR = parlement dat regels uitvaardigt à recht wordt opgelegd aan rechtsonderhorigen
><
IR = geen centrale wetgever à recht wordt gecreëerd door rechtsonderhorigen op
consensuele en gedecentraliseerde basis
• AV VN ¹ internationaal parlement
• Staten zelf = hoogste gezag IR; zijn hun eigen wetgever
Staten = hoogste autoriteit à dus IR is maar bindend voor een staat op voorwaarde dat die
staat wenst gebonden te worden door dat IR = consensualisme
• Lotus Case 1927 – Permanent Hof Justitie
o international law governs relations between independent States. The rules of
law binding upon States therefore emanate from their own free will as
expressed in conventions or by usages generally accepted as expressing
principles of law and established in order to regulate the relations between
these co-existing independent communities or with a view to the achievement
of common aims. Restrictions upon the independence of States therefore
cannot be presumed.
• Statuut Internationaal Strafhof à personen die misdaden tegen mensheid begaan
o Belg pleeg misdaad à kan voor het Strafhof vervolgd worden want BE heeft
dit statuut geratificeerd (>< VSA)
Ius cogens = bindend voor staten ook al geven ze geen instemming
• Uitzondering consensualisme
• = hoogte rang in hiërarchie internationale rechtsnormen
Een staat kan wel zelf beslissen een deel van haar soevereiniteit af te staan.
3
, • Kan zelf beslissen een OH te creëren die boven de staten staat = supranationale
organisatie
• Staat beschikt over volle bevoegdheid, maar kan bevoegdheden afstaan zodat
organisatie zelf rechtsregels kan creëren
• Staat = blijft hoogste macht
Afwezigheid van een centrale rechter en geen verplichte rechtsmacht
Geschillen beslechten à staten beslissen zelf hoe ze conflicten oplossen en al dan niet voor
het IGH brengen
• Meeste gevallen: keuze voor sancties en diplomatieke acties = andere staten
dwingen IR na te leven
Geen rechter bevoegd à staten moeten rechter bevoegd maken à gevolg consensualisme
• Staten kunnen kiezen zich al dan niet te onderwerpen aan rechtsmacht/jurisdictie
van een gerechtshof
• Eerste vraag: is deze rechter/hof bevoegd uitspraak te doen over het geschil?
• Rechter bevoegd maken
o Op voorhand; à compromis dat ze zaak voor IGH brengen
§ Compromis bevat welke rechtsregels toegepast zullen worden
o Na het geschil
Afwezigheid van een centraal gezag voor rechtshandhaving (gedecentraliseerd)
¹ internationale “politie” à maar door staten zelf; hoe?
• Staten respecteren IR uit eigen belang (“als jij het doet, wij ook”)
• Eigenrichting (self-help):
o Retorsie = geen schending IR
§ Staat 1 schendt IR, staat 2 maakt Staat 1 door onvriendelijke daad
§ Voorbeeld= terugroepen van diplomaat; diplomaat persona on grata
verklaren
o Represailles = schending het IR door antwoordende partij, maar het mag
§ Staat 1 schendt het IR, staat 2 zal ook een schending bestaan = wel
geoorloofd, om schending van Staat 1 duidelijk te maken
§ MAAR: zekere proportionaliteit nodig
Staten in IR = wetgever én rechter à Nationale rechtsorde
• Wél noodzakelijke wisselwerking NR en IR: Ir heeft NR nodig om effectief te zijn
(doorwerking)
Geen hiërarchie in het IR: want indien een staat bevoegdheden zou kunnen uitoefenen op
een andere staat, wil dat zeggen dat die andere staat niet onafhankelijk is.
EU-recht à apart
• Nauwe samenwerking tussen staten à geleid tot relatief geïntegreerde rechtsorde
waarin staten meer en meer bevoegdheden overdragen aan EU
• Burgers hebben rechtstreeks toegang tot dit recht
4