Met genoegen presenteer ik mijn afstudeerscriptie voor de opleiding Toegepaste Psychologie
aan de Hanzehogeschool Groningen. Dit onderzoek richt zich op de ervaringen van
slachtoffers van ex-partnerstalking, met bijzondere aandacht voor de betekenis die zij
geven aan het proces dat zij hebben doorgemaakt, van het begin van de relatie tot aan hun
huidige situatie, en de psychologische en sociale factoren die daarop van invloed zijn.
Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de Innovatiewerkplaats Zorg & Veiligheid en
onder begeleiding van Xen X. De bevindingen leveren een bijdrage aan de kennisbasis van
het Lectoraat Verslavingskunde en Forensische Zorg en kunnen bijdragen aan vroegtijdige
signalering en effectievere interventies.
Mijn interesse in dit onderwerp komt voort uit mijn fascinatie voor forensische psychologie
en de complexe dynamiek tussen pleger en slachtoffer. Tijdens mijn stage als forensisch
onderzoeksassistent werd duidelijk hoe belangrijk het is slachtoffers echt te begrijpen. Deze
overtuiging werd versterkt door persoonlijke ervaringen binnen mijn familie, waar ik van
dichtbij zag welke impact ex-partnerstalking kan hebben. Dit onderzoek gaf mij de kans om
die betrokkenheid om te zetten in iets betekenisvols: het zichtbaar maken van de ingrijpende
impact van een onderbelicht maatschappelijk probleem, en het ontwikkelen van een model
waarmee professionals hun ondersteuning beter kunnen afstemmen op de behoeften van
slachtoffers. Deze bijdrage aan het professionaliseren van de problematiek maakte dit
onderzoek voor mij van groot belang.
Graag bedank ik mijn scriptiebegeleider X voor zijn betrokkenheid en waardevolle feedback
gedurende dit afstudeertraject. Daarnaast wil ik X en Xbedanken voor hun ondersteuning en
het mogelijk maken van dit onderzoek.
Speciaal wil ik X, hulpverlener bij Slachtofferhulp Nederland, bedanken voor haar scherpe
blik, waardevolle aanbevelingen en het aandragen van de titel van dit onderzoek. Daarnaast
ben ik X, medestudente Toegepaste Psychologie, zeer dankbaar voor de prettige
samenwerking bij het afnemen van de interviews met professionals.
Daarnaast dank ik de betrokken professionals: politie, Slachtofferhulp Nederland en Veilig
Thuis. Hun inzichten zijn van grote waarde geweest voor het verdiepen van de thematiek.
In het bijzonder ben ik dankbaar voor alle deelnemers die hun persoonlijke verhalen met mij
deelden; hun openheid en vertrouwen geven deze scriptie betekenis.
Ik wens u veel leesplezier toe!
,Samenvatting
Deze scriptie onderzoekt hoe slachtoffers van ex-partnerstalking in Nederland betekenis
geven aan het proces dat zij doormaakten, vanaf het begin van de relatie tot aan hun huidige
situatie, en welke psychologische en sociale factoren dit proces beïnvloeden. In tegenstelling
tot bestaande literatuur, die vooral de pleger of impact belicht, staat hier het perspectief van
het slachtoffer centraal. Vanwege de maatschappelijke urgentie rondom vertraagde erkenning
en tekortschietende hulp, is dit onderzoek uitgevoerd binnen de Innovatiewerkplaats Zorg &
Veiligheid, met als doel bij te dragen aan beter begrip en effectievere ondersteuning.
In deze kwalitatieve studie zijn tien slachtoffers en zes professionals geïnterviewd.
Thematische analyse van de data leidde tot het Belevingsmodel van Ex-partnerstalking (zie
Bijlage 1: Belevingsmodel van Ex-partnerstalking), dat het proces beschrijft in acht
opeenvolgende fasen, verdeeld in een pre- en post-fase. In de pre-fase ontwikkelt zich een
relatie met een sterke hechting die geleidelijk verandert in ongemak en controlerend gedrag,
resulterend in een confrontatie en relatiebreuk. De post-fase start met zichtbaar
stalkingsgedrag, gevolgd door het besef van de ernst, het stellen van grenzen, het ondernemen
van actie, en uiteindelijk het herstel waarbij slachtoffers hun leven opnieuw vormgeven.
Hoewel de fasen elkaar logisch opvolgen, verschillen de ervaringen, emoties en
handelingsbereidheid sterk. Psychologische factoren zoals angst, schuld, schaamte, loyaliteit,
zelftwijfel en uitputting beperken het vermogen van slachtoffers om hun situatie als onveilig
te herkennen en hierop te reageren. Deze interne barrières worden versterkt door sociale
invloeden zoals manipulatie door de (ex-)partner, gedeeld ouderschap, sociale isolatie,
maatschappelijke verwachtingen en gebrek aan erkenning. Erkenning en actie volgen vaak
pas na een doorbraakmoment, meestal getriggerd door escalatie of dreiging richting naasten,
waarbij externe validatie een cruciale rol speelt.
Hoewel de bevindingen aansluiten bij bestaande theorieën zoals het Transtheoretisch Model
van Gedragsverandering, de Cyclus van Geweld en traumabinding, biedt dit onderzoek ook
nieuwe inzichten. Ex-partnerstalking is een langdurig, emotioneel complex proces waarin
slachtoffers worden belemmerd door een samenspel van psychologische en sociale factoren.
Drie onderbelichte aspecten springen daarbij naar voren. Ten eerste ontwikkelen slachtoffers
ambivalente gevoelens door subtiele manipulatie en hun eigen intuïtie, wat leidt tot twijfel aan
hun waarneming en vervreemding van grenzen; erkenning door een autoriteit is daarbij
cruciaal om slachtofferschap te bevestigen en actie te kunnen ondernemen. Daarnaast ontstaat
er een behoefte aan schijnveiligheid, waardoor contact met de ex-partner blijft bestaan en dit
vaak onterecht wordt gezien als medeplichtigheid. Tot slot leidt langdurige stalking tot
psychische uitputting, waardoor slachtoffers de energie en het vertrouwen missen om
juridische stappen te zetten.
Op basis van de bevindingen wordt aanbevolen het Belevingsmodel van Ex-partnerstalking
verder te vertalen naar concrete interventies en preventieve maatregelen per fase, zodat
professionals gerichter kunnen signaleren en begeleiden, en beter aansluiten bij de beleving
en behoeften van slachtoffers. Daarbij is traumabewuste, vasthoudende ondersteuning
essentieel, net als aandacht voor de rol van naasten in het bevorderen van bewustwording en
erkenning. Voor vervolgonderzoek is validatie van het model gewenst, evenals aandacht voor
mannelijke en cultureel diverse slachtoffers, zodat ondersteuning inclusiever en effectiever
kan worden ingericht.
, Inhoudsopgave
H1. Inleiding.....................................................................................................................................................1
§1.1 Definitie en prevalentie.................................................................................................................................1
§1.2 Impact en acties van slachtoffers van ex-partnerstalking............................................................................2
§1.3 Probleemstelling, doelstelling en hoofdvraag..............................................................................................3
§1.4 Wat is er al bekend?.....................................................................................................................................3
§1.5 Vooruitblik op het rapport............................................................................................................................4
H2. Methode......................................................................................................................................................5
§2.1 Onderzoeksopzet...........................................................................................................................................5
§2.2 De doelgroep en afbakening.........................................................................................................................5
§2.3 Werfwijze en steekproefomvang....................................................................................................................5
§2.3.1 Werving van slachtoffers.......................................................................................................................5
§2.3.2 Werving van professionals....................................................................................................................6
§2.4 Dataverzameling en meetinstrument.............................................................................................................6
§2.4.1 Interviews met slachtoffers....................................................................................................................6
§2.4.2 Interviews en focusgroep met professionals.........................................................................................7
§2.5 Thematische analyse en eindproduct............................................................................................................7
§2.6 Ethische aspecten.........................................................................................................................................8
H3. Resultaten..................................................................................................................................................9
§3.1 Deelvraag 1: “Hoe beschrijven slachtoffers van ex-partnerstalking hun proces, en welke patronen,
kenmerken en betekenissen kunnen worden onderscheiden in de fasen die zij doormaakten?”
..............................................................................................................................................................................
9
§3.2 Deelvraag 2: “Welke psychologische factoren beïnvloedden het proces dat slachtoffers doormaakten en
hoe kwamen deze tot uiting?”
............................................................................................................................................................................
13
§3.3 Deelvraag 3: “Welke sociale factoren hadden invloed op het verloop van het proces en in hun ervaring,
en hoe kwamen deze tot uiting?”
............................................................................................................................................................................
15
H4. Conclusie, discussie en aanbevelingen..................................................................................................18
§4.1 Conclusie....................................................................................................................................................18
§4.2 Koppeling met de literatuur........................................................................................................................19
§4.2.1 Aanvulling op literatuur......................................................................................................................20
§4.3 Discussie.....................................................................................................................................................21
§4.3.1 Sterke punten van het onderzoek........................................................................................................21
§4.3.2 Beperkingen van het onderzoek..........................................................................................................21
§4.4 Aanbevelingen.............................................................................................................................................22
§4.4.1 Aanbevelingen voor de praktijk..........................................................................................................22
§4.4.2 Aanbevelingen voor vervolgonderzoek...............................................................................................22
Literatuurlijst.................................................................................................................................................24