Jagers-Verzamelaars
Vanaf 300.000 v.Chr.
- Eerste groepjes mensen ontstaan
- Trekken rond en zijn nomadisch
- Kleine groepen mensen
- Duidelijke taakverdeling
- Géen hiërarchische samenleving (egalitair)
- GEEN schrift (prehistorie)
Ontstaan van landbouw en landbouwsamenleving
Rond 11.000 v.Chr.
- In MO( Midden-Oosten) wordt landbouw uitgevonden Neolithische revolutie
Belangrijke consequenties:
- Mensen worden sedentair
- Grotere groepen
- Stammen worden dorpen worden steden
- Verspreiding landbouw naar andere delen in wereld
- meer oogst →status →hiërarchische samenleving
Ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen
- Dorpen groeien uit tot clusters en steden
- Midden-Oosten de eerste stadstaten
- v.b. Jericho (8000 v.Chr.)
kenmerken stedelijke gemeenschappen / staten
1. Schriftgebruik
2. Hiërarchie
3. Specialisatie
4. Eigen bestuur
5. Afgebakend gebied
6. Geldeconomie
,Tijdvak 2
De Grieken: Wetenschap, burgerschap & Politiek
Oude Grieken leefden in verschillende stadstaten (= stad met het omringende platteland
met een gemeenschappelijke taal en cultuur + eigen bestuur)
Kenmerken van de Griekse stadstaat:
- Relatief klein in oppervlakte en inwoneraantal
- Grotendeels autarkisch
- Grotendeels autonoom
. Voorbeelden van stadstaten:
- Athene (grootste stadstaat)
- Sparta
Athene stond bekend om bijzondere situatie (EXAM)
- Wetenschap
- Burgerschap
- Politiek
Wetenschap
- Grieken hadden twee manieren om natuurlijke verschijnselen te verklaren
- 1. Godenverklaring
- 2. Observeren en redeneren → Filosofen (= proberen de wereld te verklaren op een
rationele manier) → Wetenschap kwam op, zoals de natuurwetenschap, wiskunde en
geneeskunde.
Deze wetenschap werd verspreid door kolonisatie + veroveringen van Alexander de Grote
(hellenisme,(= het verspreiden van de Griekse cultuur)
Burgerschap & Democratie
- Vorm van directe democratie
- Mannen met burgerschap (vrouwen, slaven, kinderen, niet-Atheneërs niet)
- Meepraten & stemmen
Bestuursvormen Romeins Rijk (750-500)
- Koninkrijk (750-500)
- Alleenheersers (koningen)
Gaat fout → hekel aan alleenheersers → opstand
- Republiek (500-0)
- Senaat
- 2 consuls (legerleiders)
Gaat fout → generaals krijgen te veel macht (uitbreiding RR) en concurreren met senaat
- Keizerrijk (0-500)
- Keizer
- Senaat
,Gaat fout → Strijd om macht, economische crisis. Germanen
Grieks-Romeinse cultuur (EXAM)
- Niets anders dan klassieke cultuur in al haar uitingsvormen
- Taal, beelden, bouwkunst etc.
Redenen voor de groei van het Romeinse rijk
- Sterk en gedisciplineerd leger
- Goede infrastructuur (goed netwerk via de Middelandse zee)
- Goed georganiseerd bestuur en rechtssysteem
- Open houding tegenover andere culturen
Als veroverde vorsten meewerkten, behielden zij hun macht en kregen zij het Romeinse
burgerschap → Romanisering (= het overnemen van de Romeinse cultuur)
Grote crisismomenten (2) ontstaan
CM1 ± 250
- Invallen Germanen (= stam uit het noorden, vrijwel barbaars, onbeschaafd en weinig
ontwikkeling heeft er plaatsgevonden)
- Druk op grenzen
- Strijd tussen legerleiders
- Economische crisis
- Oplossing: tetrarchie (splitsing van het Romeinse Rijk in vier delen)
CM2 ± 400
- Volksverhuizingen Germanen → Germanen worden aangevallen door de Hunnen
- ‘Staat in staat’
- Wereldrijk komt ten val
Ontwikkeling van het christendom
- Ontstaan van christendom (monotheïsme) (= het geloof in een god)
- van 0-100
- Jezus trekt als leraar rond met leerstellingen
- Het christendom wint veel terrein in het Romeinse Rijk.
- vooral bij armen, vrouwen en slaven → iedereen is gelijk in de hemel
- Christenen worden vervolgd in het Romeinse Rijk → polytheïsme vs.
monotheïsme
- Later werd het Romeinse Rijk ook christelijk
- Hemel & hel Vagevuur (Niet slecht geleefd of niet goed geleefd)
- Goed leven is hemel, slecht leven is hel
- Vergeven is van groot belang
- Hoe slechter nu hoe beter in de hemel
, Organisatie van rooms-katholieke Kerk
- Paus
- Kardinalen
- (aarts)Bisschoppen
- Priesters
- Kloosterlingen
Tijdvak 3
Ontstaan van het hofstelsel
Romeinse Rijk valt uit elkaar
- Germanen vallen binnen
- Centraal gezag verdwijnt
- Geen leger → geen veiligheid
- Handel stort in → voedselvoorziening in steden stort in
- Mensen meten uit steden weg → platteland
- Eigen voedselvoorziening
Hofstelsel (economisch stelsel) ontstaat
- Mensen op het platteland gaan bij rijke boer wonen
- Verbouwen op land voor zichzelf èn boer
- Boer geeft bescherming
- Horige boeren raken gebonden aan de grond
- Geldeconomie wordt veel minder belangrijk!
Feodaal-/leenstelsel (politiek stelsel)
- Romeinen werden verslagen door de Germanen
- Germaanse koningen krijgen land niet bestuurd
- Land wordt uitgeleend (leenstelsel)
- Mensen van adel besturen in naam koning
- Adel: bijstand in raad en daad & eed van trouw !
- Als adellijke persoon sterft → gebied terug aan koning
- Het wordt erfelijk negatief
- Onder Leenman negatief
Ontstaan en verspreiding islam
Ontstaan islam
- Arabisch schiereiland
- Polytheïsme
- 6e eeuw: ontstaan
- Mohammed, belangrijkste profeet binnen de islam
- Mohammed kreeg een visioen en zijn boodschap werd opgeschreven in de Koran
- Mohammed als handelsjongen en boodschapper/profeet
- De islam verspreidde zich erg snel → omliggende rijken waren vrij zwak
- Jihad (= verplichting tot inspanning om het geloof te verspreiden)