Tentamen Burgerlijk procesrecht
Vraag 1 (60 punten) tijdsindicatie 70 minuten
Mara is op zoek naar een woning. Zij geeft aan Ruut Sticht, makelaar, opdracht om te bemiddelen bij
de aankoop van een appartement aan de Oudegracht in Utrecht. Bij de bezichtiging – in het bijzijn
van: Mara, haar makelaar Sticht, de verkoper en diens makelaar – zijn in de muren (vocht)sporen
van een lekkage te zien. Bij vragen daarover geeft de verkoper te kennen dat dit een oude lekkage
betreft, die inmiddels volledig is gerepareerd. Voorts zegt de verkoper toe dat hij de vochtplekken
zal laten verwijderen en alles nog eens zal nalopen vÛÛr de eigendomsoverdracht. Mara is erg
enthousiast en besluit de volgende dag het appartement te kopen. Kort nadien bereiken partijen
volledige overeenstemming. Na de eigendomsoverdracht laat Mara – voor de zekerheid – nog een
bouwtechnisch onderzoek doen. Daaruit blijkt dat de oude lekkage nooit is gerepareerd en dat
verder nog diverse reparaties nodig zijn. De kosten van dit alles worden begroot op € 100.000,-. Voor
deze kosten blijkt de verkoper geen verhaal te bieden, waarna Mara besluit haar pijlen te richten op
makelaar Sticht, die alle bezwaren van Mara tegen hem naast zich neerlegt. Mara laat daarop aan
Sticht rechtsgeldig een dagvaarding betekenen, waarin als roldatum wordt genoemd woensdag 12
augustus 2020. In de dagvaarding wordt Sticht verweten dat hij niet heeft gehandeld zoals een
redelijk bekwaam en een redelijk handelend vakgenoot zou hebben gehandeld; doordat Sticht Mara
vÛÛr het aangaan van de koopovereenkomst niet heeft geadviseerd nader onderzoek te verrichten
naar de bouwkundige staat van het appartement. In het petitum wordt een veroordeling van Sticht
gevorderd tot het betalen van een bedrag van € 100.000,-.
Sticht roept de hulp van advocaat Gonz·lez in. Gonz·lez bestudeert de dagvaarding en constateert
dat hierin de vermelding ontbreekt dat Sticht op de in de dagvaarding genoemde roldatum – 12
augustus 2020 – bij advocaat moet verschijnen. Gonz·lez geeft aan Sticht in overweging om op 12
augustus 2020 in het geheel niet te verschijnen.
a) Wat zal de rechter beslissen als hij constateert dat zich op 12 augustus 2020 geen
advocaat stelt voor Sticht, en welk procesrechtelijk beginsel ligt daaraan ten
grondslag? (11 punten)
Stel: de aan Sticht betekende dagvaarding vertoont geen gebreken, advocaat Gonz·lez stelt zich op
12 augustus 2020 namens Sticht, voldoet het griffierecht en dient tijdig een conclusie van antwoord
in. Hierin wordt elke aansprakelijkheid van Sticht afgewezen. Sticht valt niets te verwijten, omdat hij
Mara vÛÛr het aangaan van de koopovereenkomst uitdrukkelijk had geadviseerd een bouwtechnisch
rapport te laten opmaken. Tijdens de mondelinge behandeling voert Mara tegen dit laatste aan dat
dit allemaal is verzonnen en dat Sticht jegens haar toerekenbaar is tekortgeschoten en dus – kort
gezegd – wanprestatie heeft gepleegd. Sticht blijft bij zijn eerdere standpunt. Na de mondelinge
behandeling geeft de rechter aan partijen te kennen dat hij met een vonnis zal komen met daarin
een bewijsopdracht. Bij het opstellen van het vonnis vraagt de rechter zich af hoe hij de bewijslast
moet verdelen, meer in het bijzonder ten aanzien van de door Mara gestelde wanprestatie van
Sticht en het in dat kader door Sticht gevoerde verweer.
b) Hoe luidt uw antwoord? (10 punten)
De rechtbank wijst enige tijd later vonnis. In het dictum wordt aan ÈÈn van de partijen een
bewijsopdracht gegeven en verder niets. Mara is diep teleurgesteld dat haar vordering niet direct is
toegewezen. Zij heeft het gevorderde bedrag van € 100.000,- hard nodig om de reparaties te kunnen
laten verrichten en wil zo snel mogelijk hoger beroep instellen.
Gedownload door S. Aas ()