Gemaakt door Tess Prins
Parlementaire democratie
Hoe zit het bestuur nu eigenlijk?
Parlementaire democratie is dat het volk vertegenwoordigers kiest voor in het parlement.
Het landelijke bestuur zit in den haag maar alle provincies en gemeenten hebben een eigen
bestuur. Nederland is een gedecentraliseerde eenheidsstaat, dit betekent dat we
verschillende bestuurslagen hebben.
Burgers mogen stemmen op de gemeenteraad, deze nemen beslissingen die in de gemeente
uitgevoerd moeten worden. Het uitvoeren wordt gedaan door wethouders. De
burgemeester is de voorzitter van de raad en van het college van wethouders. Maar de
burgemeester is dus niet de baas, want de gemeenteraad beslist.
De provinciale staten vertegenwoordigen de burgers in de provincie, deze nemen de
beslissingen in de provincie die door de gedeputeerde staten en de commissaris van de
koning worden uitgevoerd.
De ministers en staatsecretarissen vormen samen het kabinet. Zij bedenken de plannen
voor het land, die door de tweede en eerste kamer moeten worden goedgekeurd. De
tweede kamer wordt gekozen door de burgers en de eerste kamer door de provinciale
staten.
Ook moet Nederland zich houden aan de regels die worden gemaakt vanuit de Europese
unie.
Nu kijken we wat dieper op de taken in:
Gemeenteraad: De gemeenteraad geeft aan wat er in een gemeente moet gebeuren en ziet
toe op het werk van de burgemeester en wethouders. Een gemeenteraad wordt door de
inwoners van een gemeente gekozen en bestaat uit 9 tot 45 raadsleden, afhankelijk van
hoeveel inwoners een gemeente heeft; altijd een oneven aantal.
Provinciale Staten: De Provinciale Staten stellen het beleid van de provincie vast en
controleren de uitvoering daarvan door de Gedeputeerde Staten. Het aantal leden van
Provinciale Staten hangt af van het aantal inwoners van de provincie. De commissaris van
de koning is de voorzitter van de provinciale staten. Hij kan adviseren en bemiddelen bij
bestuurlijke problemen, ook houdt de cvdK toezicht op het beleidsproces van de
provincie. De gedeputeerde staten voeren de beslissingen die door de provinciale staten
zijn gemaakt uit.
Kabinet: ministers en staatsecretarissen. De belangrijkste taak van het kabinet is beleid
maken. Ieder kabinetslid is verantwoordelijk voor zijn/haar onderdeel en moet zorgen dat
de wetgeving daar in orde is.
Parlement: eerste en tweede kamer. Zij hebben een medewetgevende taak, dit betekent
dat zij nieuwe wetten goed- of afkeuren, maar ook zelf wetten kunnen maken. Ook hebben
ze een controlerende taak. Kamerleden controleren of het kabinet haar werk goed doet, als
dat niet zo is kunnen Kamerleden ingrijpen.
- Het parlement heeft bij de controlerende taak verschillende rechten:
o Vragenrecht: het recht om vragen te stellen
o Enquêterecht: de mogelijkheid om zelfstandig onderzoek te doen als de
kamer te weinig info krijgt van de regering.
o Motierecht: de mogelijkheid om een schriftelijke uitspraak te doen over het
beleid van een minister.
Parlementaire democratie
Hoe zit het bestuur nu eigenlijk?
Parlementaire democratie is dat het volk vertegenwoordigers kiest voor in het parlement.
Het landelijke bestuur zit in den haag maar alle provincies en gemeenten hebben een eigen
bestuur. Nederland is een gedecentraliseerde eenheidsstaat, dit betekent dat we
verschillende bestuurslagen hebben.
Burgers mogen stemmen op de gemeenteraad, deze nemen beslissingen die in de gemeente
uitgevoerd moeten worden. Het uitvoeren wordt gedaan door wethouders. De
burgemeester is de voorzitter van de raad en van het college van wethouders. Maar de
burgemeester is dus niet de baas, want de gemeenteraad beslist.
De provinciale staten vertegenwoordigen de burgers in de provincie, deze nemen de
beslissingen in de provincie die door de gedeputeerde staten en de commissaris van de
koning worden uitgevoerd.
De ministers en staatsecretarissen vormen samen het kabinet. Zij bedenken de plannen
voor het land, die door de tweede en eerste kamer moeten worden goedgekeurd. De
tweede kamer wordt gekozen door de burgers en de eerste kamer door de provinciale
staten.
Ook moet Nederland zich houden aan de regels die worden gemaakt vanuit de Europese
unie.
Nu kijken we wat dieper op de taken in:
Gemeenteraad: De gemeenteraad geeft aan wat er in een gemeente moet gebeuren en ziet
toe op het werk van de burgemeester en wethouders. Een gemeenteraad wordt door de
inwoners van een gemeente gekozen en bestaat uit 9 tot 45 raadsleden, afhankelijk van
hoeveel inwoners een gemeente heeft; altijd een oneven aantal.
Provinciale Staten: De Provinciale Staten stellen het beleid van de provincie vast en
controleren de uitvoering daarvan door de Gedeputeerde Staten. Het aantal leden van
Provinciale Staten hangt af van het aantal inwoners van de provincie. De commissaris van
de koning is de voorzitter van de provinciale staten. Hij kan adviseren en bemiddelen bij
bestuurlijke problemen, ook houdt de cvdK toezicht op het beleidsproces van de
provincie. De gedeputeerde staten voeren de beslissingen die door de provinciale staten
zijn gemaakt uit.
Kabinet: ministers en staatsecretarissen. De belangrijkste taak van het kabinet is beleid
maken. Ieder kabinetslid is verantwoordelijk voor zijn/haar onderdeel en moet zorgen dat
de wetgeving daar in orde is.
Parlement: eerste en tweede kamer. Zij hebben een medewetgevende taak, dit betekent
dat zij nieuwe wetten goed- of afkeuren, maar ook zelf wetten kunnen maken. Ook hebben
ze een controlerende taak. Kamerleden controleren of het kabinet haar werk goed doet, als
dat niet zo is kunnen Kamerleden ingrijpen.
- Het parlement heeft bij de controlerende taak verschillende rechten:
o Vragenrecht: het recht om vragen te stellen
o Enquêterecht: de mogelijkheid om zelfstandig onderzoek te doen als de
kamer te weinig info krijgt van de regering.
o Motierecht: de mogelijkheid om een schriftelijke uitspraak te doen over het
beleid van een minister.