OWG 1 ................................................................................................................................................................... 1
OWG 2 .............................................................................................................................................................. 11
OWG 3 .............................................................................................................................................................. 13
OWG 4 ................................................................................................................................................................. 22
OWG 5 ................................................................................................................................................................. 25
Inhoudelijk ..................................................................................................................................................... 32
Uitleg in eigen woorden ............................................................................................................................. 32
OWG 6 ................................................................................................................................................................. 34
OWG 7 ................................................................................................................................................................. 36
OWG 8 ............................................................................................................................................................ 45
OWG 9 .............................................................................................................................................................. 54
OWG 10 ............................................................................................................................................................ 61
OWG 11 ............................................................................................................................................................ 68
OWG 1
Probleemstelling: Hoe wordt de zorg gefinancierd?
Brainstorm:
• niet invasieve prenatale test (NIPT)
• zorgverzekering
• overheid
• zorgtoeslag
• zorgpremie
, • eigen risico
• aanvullende verzekering
• politieke kwestie
• wet langdurige zorg (wlz)
• zorgverzekeringswet
• wet maatschappelijke ondersteuning (wmo)
• veranderingen wetten (zorgverzekeringswet)
Leerdoelen:
1. Wat is de zorgverzekeringswet? (uitgebreid)
a. Hoe is die tot stand gekomen?
Vanuit het veld was er een toenemende roep voor verandering.
Dit komt doordat het oude systeem was vastgelopen en faalde op het gebied van
transparantie.
Er was nood aan meer solidariteit en toegankelijkheid.
Als eerste vond er een samenvoeging van het ziekenfondsen particuliere verzekering
plaats voor de Zvw.
De Zvw verplicht elke burger tot het afsluiten van een basisverzekering. De keuze van
verzekeraard en type verzekering is echter vrij.
Iedereen die in Nederland woont of in Nederland loonbelasting betaalt, is verplicht een
zorgverzekering af te sluiten. Iedereen is verzekerd voor een zogenoemd basispakket
van zorg;
- Geneeskundige zorg door, HA Drs, GGZ en verloskundigen.
- Basis GGZ.
- Wijkverpleegkunde en kraamzorg
- Ziekenhuisverblijf en eerste 3 jaar in een GGZ-instelling.
- Fysiotherapie tot 18 jaar, na 21+ behandelingen van chronische
aandoeningen.
- Logopedie, ergotherapie, dieetadvisering en stoppen met roken.
- Tandheelkunde
- Hulpmiddelen voor behandeling, verpleging, revalidatie, verzorging of
specifieke beperking.
- Medicijn en ziekenvervoer.
- Vergoeding van 3 ivf-behandeling.
, - Zintuigelijk gehandicaptenzorg en revalidatiezorg voor ouderen.
Zorgverzekeraars hebben een acceptatieplicht, iedereen moet een basisverzekering
kunnen afsluiten. Er is een verzekeringsplicht eigen risico van 385 euro voor de
huisartsenzorg, verloskundige zorg, kraamzorg en mondzorg tot 18 jaar.
Er bestaat een zorgtoeslag bij de belastingdienst voor de verzekeringsplicht van de
zorgverzekering, voor individuen met een lager inkomen. Een aanvullende
verzekering is indien gewenst.
De Nederlandse overheid verwacht dat dit nieuwe zorgsysteem voor een betere
efficiëntie, innovatieve en gebruik-gedreven zorgsysteem.
Er wordt verwacht dat er een marktcompetetie komt bij de verschillende
verzekeringsmaatschappij over o.a de prijs en kwaliteit van zorg, dit heeft voordeel
voor de consument.
De Nederlandse Gezondheid Zorg autoriteit is verantwoordelijk voor de bewaking van
eerlijke zorg.
In 2013 bedroeg de zorguitgaven in Nederland 12,9% van het BBP, het hoogst in de
EU. Er is met name een toename in uitgave door de langdurige zorg. De zorg werd
ronduit 79,9% gefinancierd door publieke middelen.
Iedereen dient een verplicht eigen risico van 385 euro per jaar te betalen. Na
uitgaven van deze zorgkosten betaalt de zorgverzekering (indien binnen zorgpakket).
De zorgverzekeringswet kortom;
• Risicoverevening voorkomt dat verzekeraars alleen gezonde mensen willen
• Verzekeraars moeten iedereen accepteren en gelijke premie vragen
• Compensatie voor “duurdere” verzekerden (zoals chronisch zieken)
• Doel: concurrentie op efficiëntie, niet op gezondheid van klanten
Ex ante systeem:
• Geld vooraf op basis van verwachte kosten
• Gebaseerd op factoren zoals leeftijd, gezondheid, regio
Ex post systeem:
• Achteraf compensatie grotendeels afgeschaft (behalve bij sommige zorg)
, • GGZ en langdurige zorg krijgen soms nog extra bescherming.
In/voor een ziekenhuis zorgverzekeringswet geldt;
1. Vast (gereguleerd) segment;
Dit betreft zorg waarvoor vrije prijsafspraken niet wenselijk of mogelijk zijn, zoals
complexe zorg (bijv. transplantaties) of spoedzorg (trauma). Deze zorg wordt altijd
vergoed door de verzekeraar (behalve het eigen risico).
2. Vrij onderhandelbaar segment (±70% van de zorg)
Hier onderhandelen zorgverzekeraars en ziekenhuizen over prijs en/of volume. Dit
aandeel is gegroeid van 10% in 2006 naar 70% in 2013, zodat partijen konden
wennen aan onderhandelingen.
Het CBS had in 2016 een berekening van 96,7 miljard aan de totale zorguitgaven.
Het VWS gaat in een begroting van 2018 uit van 48,5 miljard euro aan zorg die door de Zvw
wordt vergoed.
De Zvw wordt gefinancierd door 50% belasting looninhouding werkgevers en 50% premie
van burgers.
Er is een gemiddelde uitgave van 25 miljard euro per jaar voor
ziekenhuiskosten. Zorgverzekeraars kopen de ziekenhuiszorg in bij het
ziekenhuis. Het declareren van ziekenhuiszorg verloopt via het systeem
‘’diagnosebehandelcombinaties’’→ DBC.
Bij de zorgverzekeringswet kan de patiënt/ de verzekerde persoon kiezen uit;
- Naturapolis; de verzekeringsmaatschappij betaalt de kosten rechtstreeks aan
de zorgaanbieder. Voordeel= geen gedoe rondom rekeningen/bonnetjes.