Anatomie, fysiologie en pathologie vaattoegang
De anatomie van het oppervlakkige en diepe arteriële en veneuze systeem van
de arm, centrale vaten en liesvaten.
Arteriën in de arm
Waar de borstspieren stoppen verandert de naam van de arterie axillaris
naar de brachialis.
Belangrijke zijtak is de arterie profunda brachii, belangrijk voor de
doorbloeding naar de hand. Nieuwe anastomose moet dan ook weer boven
deze zijtak gemaakt worden.
Regelmatig stenose bij de overgang in de arterie subclavia bij de 1 e rib en
de spieren bij het sleutelbeen. Stent en dotter behandeling hebben daar
niet veel zin, soms moet een bot weggehaald worden.
Thorax loop wordt op de arteria axillaris aangesloten.
Brachialis loopt aan de binnenkant van de bicepspier. Bindvlies moet daar
open geknipt worden om een shunt aan te kunnen leggen.
Arteria radialis(duimkant) ligt meer aan de oppervlakte dan de a. ulnaris
(pinkkant), deze wordt zelden gebruikt voor de aanleg van een shunt.
De a.ulnaris splitst al snel na de elleboog in een zijtak, waar helemaal nooit
een shunt wordt aangelegd.
A.brachialis hoge bifurcatie
Hoge bifurcatie = hogere anastomose, dan de elleboog plooi. Hierbij is de
kans op problemen met de maturatie groter, maar de kans op slechte
doorbloeding naar de hand kleiner.
Dominante arterie = arterie met de grootste diameter.
Bij de pols ligt de a. radialis subcutaan.
,Handarcade
Handarcade is waar de a.radialis en a.ulnaris samenkomen. Als een
bloedvat dichtzit dan is er nog een ander bloedvat dat bloed naar de hand
laat stromen.
Het bloed kan in een radiocephalica shunt omgekeerd stromen door een
complete handarcade. Bloed stroomt dan via de a.ulnaris de shunt in ipv
de shunt uit. Er kan dan gekozen worden om de a.ulanaris af te sluiten.
Venen
Cephalica aan de buitenzijde van de arm, is oppervlakkig. Vene hoeft niet
verplaatst te worden om een shunt aan te leggen
Vena basilica ligt dieper en meer aan de binnenzijde van de arm. Hiervoor
is een transpositie nodig om een shunt aan te kunnen leggen.
Vena brachialis en axillaris ligger nog dieper en worden over het algemeen
niet gebruikt voor een shunt van eigen vat, maar wel voor grafts.
Bij het derde plaatje kan meer stuwing naar de hand verwacht worden.
, Waar de v. cephalica tussen de spieren loopt, heet het de cephalic arch.
Hier treden regelmatig stenoses op, omdat het hier ingepakt is in bindvlies
van de spieren.
Bifide arcus: c spephalic arch splitst zich
Duplicaties vena jugularis = diverse anatomische variaties (splitsingen)
Thoracale venen
Type 1: 1 vene is aangedaan, geeft niet veel problemen voor de patiënt
Type 2: meerdere venen, nog wel een rechtstreekse doorgang naar het hart. Ook
weinig gevolgen voor de patiënt als goed wordt nagedacht over de plek van de
shunt
Type 3: beide venen zijn dicht, waardoor er geen shunt aangelegd kan worden
Type 4 : vena cava superior is dicht. Bloeding tijdens dotter is gevaarlijk, omdat
bloed in het hartzakje terecht kan komen harttamponade.
Symptomen thoracale obstructie
Gezwollen arm
Collateralen in de hals
Behandeling thoracale obstructie
Milde symptomen geen behandeling
Symptomen & flow > 1500 ml/min operatie om flow te reduceren
Symptomen & flow 500-1500 ml/min ballon angioplastiek
o Stent overwegen bij centraalveneuze occlusie, terugkomen binnen 3
maanden of meer dan 50% resterende stenose
o Stent vermijden wanneer deze de bloedtoevoer naar de jugularis of
brachialis blokkeert of het de pacemakerdraden in de weg zit
Zenuwen