Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Volledige samenvatting module 7 Gerontologie en Geriatrie jaar 2 master physician assistant HU

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
25
Geüpload op
09-07-2026
Geschreven in
2025/2026

Volledige samenvatting van jaar 2025/2026

Voorbeeld van de inhoud

Module 7. Gerontologie en geriatrie
Thema 1. Inleiding gerontologie en geriatrie

Gerontologie en geriatrie
De student kan de kenmerken van gerontologie en geriatrie uitleggen en onderscheiden
Gerontologie = wetenschap die zich richt op menselijke veroudering, bestudeert vooral de (patho)fysiologie
van de verouderingsmechanismen.

Geriatrie = medisch specialisme dat zich richt op aandoeningen bij ouderen. Het richt zich op lichamelijke-,
psychische-, sociale- en functionele factoren, met de levensduur in het achterhoofd houden.

De student kan uitleggen wat de belangrijkste demografische veranderingen van de vergrijzing zijn
Demografische veranderingen van vergrijzing
 Ontgroening = afnemen van jongere populatie
 Vergrijzing = het ouder worden van de populatie
 Grijze druk = 1:4 voor 1 oudere persoon zijn er 4 jongere, dit zal later verschuiven naar 1:2
 Dubbele vergrijzing = steeds meer ouderen, die steeds ouder worden en die steeds meer mee doen in de
maatschappij

De student kan uitleggen wat bij de oudere patiënt de belangrijkste factoren zijn bij gezondheid, levensloop en
de laatste levensfase
De student kan het normale verouderingsproces en -mechanismen uitleggen en de verschijnselen die hierbij
optreden benoemen en verklaren
Ouder worden kan op 2 manieren bekeken worden
1. De klachten horen bij oudere zijn (behandelbare) ziekte = pathologie, gaat uit van een ziekte die behandeld
moet worden. Dit kan leiden tot overbehandeling, zinloze of zelfs schadelijke zorg.
2. Klachten horen bij het ouder worden = fysiologie, beperkt medisch beleid, meer aandacht voor kwaliteit van
leven. Kan leiden tot onderbehandeling zoals leeftijdsdiscriminatie.

Biologische- en kalenderleeftijd = de eigenlijke leeftijd en hoe mensen eruitzien bij hun leeftijd. Deze variatie in
het optreden van verouderingsverschijnselen komt doordat het hier gaat om een reeks van tijdsafhankelijke,
maar interindividueel sterk variabele processen, die leiden tot een geleidelijke afname van de omvang en
functie van tal van organen. Bijvoorbeeld in nieren neemt het aantal nefronen af en dus ook de nierfunctie met
de leeftijd.

Systematische- stochastische processen = bij ouder worden vertragen processen in het lichaam, waardoor
bijvoorbeeld de turnover van eiwitten vertraagd en er dus ook minder vaak fouten in op kunnen treden, dit is
systematische veroudering. Daarbij zijn bepaalde eiwitten ook veel gevoeliger voor verandering waardoor ze
sneller ouder worden. Stochastische processen zijn processen die bepaalde kansen hebben met
kansberekening.

Apoptose = afbreken van cellen, geprogrammeerde celdood. Dit wordt gestuurd vanuit het DNA door 'death
signals', bijvoorbeeld tumornecrosefactor (TNFalpha). Uiteindelijk wordt de cel afgebroken in kleine stukjes en
opgeruimd door fagocyten. Dit proces levert geen ontstekingsreactie in het lichaam en dus geen bijkomende
schade.

Necrose = stochastisch proces, als gevolg van kansen komen er opeens cellen in de problemen waardoor die
cellen doodgaan. Hierbij ontstaat er wel een immuunrespons en ontstekingsreactie.

Moleculaire verouderingsmechanisme
 Oxidatieve stress = met name door reactieve zuurstofmoleculen bij inspanning die ontstaan in de
citroenzuurcyclus. Bijvoorbeeld bij langdurig stress.
 Maillard-reactie = ontstaan van glycolyseringsproducten. Suikers en aminozuren (eiwitten) gaan een
andere vorm nemen onder invloed door warmte en druk. Dit wordt vaak gezien in de huid en bloedvaten.
 Eiwitaggegregatie = vooral amyloïd hoopt zich op in verschillende organen, waaronder de hersenen

, Ontsteking = chronische ontstekingsreactie op toenemende schadeprikkels, bijvoorbeeld in de
bloedvatwand
 Wear en tear = mechanische slijtage, bijvoorbeeld artrose
 Somatische mutaties = veranderingen in het DNA door bijvoorbeeld
uv-straling, waaronder kanker kan ontstaan. Eiwitten veranderen bij
ouder worden, dit kan pretranslationeel (voor het vormen van het
eiwit) wat leidt tot mutaties of postranslationeel (na het vormen van
het eiwit) wat leidt tot functieverlies.
 Restafvalstapeling = stofwisselingsproducten hopen zich op,
intracellulair in bijvoorbeeld lipofyscinekorrels, extracellulair
bijvoorbeeld seniele plaques.

Veroudering per orgaansysteem
 Immuunsysteem = leidt tot vaker infecties en vorming van maligniteit
door verminderde functie en productie van B- en T-celllen.
 Zenuwstelsel = afname groeven, hersenen nemen 10% af in gewicht bij het ouder worden. De
hippocampus verliest wel tot 80%. Synapsen en neurotransmitters nemen ook af, met name het excitoire
gedeelte van synapsen. Het afremmende gedeelte blijft behouden. Hierdoor wordt het zenuwstelsel
minder prikkelbaar, minder reactief maar meer remmend opgebouwd. Dit leidt tot verlies van motorische
functies (houding, evenwicht en gang), slapen (ouderen hebben minder slaap nodig),
kortetermijngeheugen en emoties (depressies, angst, agressie).
 Hart = daling maximale hartfrequentie en vermindering contractiekracht
 Longen = structurele gevolgen van thorax (verminderde beweeglijkheid gewrichten, verstijving
thoraxwand, vergroting in voor- achterwaartse richting. Dit leidt tot toename van restvolume en dus
afname van functionele residu) en structurele gevolgen longen (vergroting alveoli, respiratoire oppervlak
daalt, verslapping longweefsel).

De student kan uitleggen waar een geriatrische patiënt door wordt
gekenmerkt
De student kan uitleggen welke ouderen kwetsbaar genoemd worden en hoe
je dit objectiveert
Kenmerken geriatrische patiënt
 Hoge leeftijd = meestal 80+
 Multimorbiditeit = geeft meer last van klachten en minder kwaliteit van
leven, ingewikkelde diagnostiek, interactie tussen ziekte, behandeling en
medicijnen (polyfarmacie)
 Kwetsbaarheid/frailty = afname van kwantiteit functionele eenheden in
organen en kwaliteit van overgebleven eenheden. Hierdoor is er een
afname in homeostatische regelmechanismen, minder veerkracht en
vitaliteit en wordt het een instabiele situatie. Is te meten via Fried
(beschrijving beeld) of Rockwood (lijst van deficits) echter is het niet hard
vast te stellen.
 Andere ziektepresentatie dan bij jongere mensen
- Symptoomarmoede = zoals een stil myocardinfarct
- Symptoomomkering = hyperthyreoïdie geeft apathie in plaats van
onrust
- Symptoomverschuiving = delier bij onderliggende symptoomarme
urineweginfectie
- Symptoomvermeerdering = toename dyspneu bij patiënt met COPD
na myocardinfarct
 Aanwezigheid van een of meerdere geriatrische syndromen
 Interactie = biologische, psychische, sociale en functionele problematiek,
verouderingsmechanismen en ziekte en gebruikte medicijnen onderling en
met veel klachten. Dit kan leiden tot:
- Synergie = opeenstapeling van niet aan elkaar gerelateerde
problemen die leiden tot functionele achteruitgang

, - Causale keten = een aandoening zorgt voor achteruitgang maar ook met een nieuw probleem, die
weer voor achteruitgang zorgt etc.
- Attributie/toekenning = klacht wordt toegeschreven aan een bekend probleem, maar
(mede)veroorzaakt door een nieuw nog niet bekend probleem, waardoor de klacht toeneemt.
Bijvoorbeeld nachtelijke paniek, geduid bij bekende paniekaanvallen, terwijl de klachten eigenlijk
worden veroorzaakt bij dyspneu.
- Ontmaskerend voorval = een ziekte/aandoening wordt gecompenseerd en niet herkend, tot er door
een gebeurtenis de ziekte niet langer gemaskeerd wordt en het wel herkend wordt
 Behandeldoelen vaak meer gericht op welzijn dan op genezing = comfort vs genezing, wordt besloten
middels shared decision making en advance care planning.

De student kan aangeven wat kenmerken en de gevolgen van de meest voorkomende acute en chronische
geriatrische syndromen zijn
Geriatrische syndromen = veelvoorkomende problemen bij kwetsbare ouderen. Het is anders dan een
syndroom in de algemene geneeskunde. Voor een geriatrisch syndroom kunnen 1 of meer symptomen het
gevolg zijn van meerdere aandoeningen tegelijkertijd. Syndromen kunnen elkaar ook overlappen.

Kenmerken
 Symptomen of klinische tekenen die veel voorkomen bij ouderen
 Multifactoriele pathogenese met meerdere bijdragende, maar niet strikt noodzakelijke factoren
 Komen vooral voor in combinatie met kwetsbaarheid en afname veerkracht
 Prognostische markers voor verhoogd risico op complicaties, bijwerkingen en hogere mortaliteit
 Komen vaak voor in combinatie met andere geriatrische syndromen

Syndroom Acuut Chronisch
Duizeligheid X X
Incontinentie X
Vallen X
Delier X
Ondervoeding X
Syncope X
Immobiliteit/bedlegerigheid X
Osteoporose X
Dehydratie X X
Dysfagie X X
Loopstoornissen X
Dementie X
Depressie X
Decubitus X
Slaapstoornis X
Zelfverwaarlozing/afhankelijkheid X
Jeuk X
Bloedarmoede/hartdecompensatie X X

De student kan aangeven wat multimorbiditeit en polyfarmacie zijn en hoe deze factoren van belang zijn
binnen het geneeskundig proces
Bij multimorbiditeit kunnen ziekten elkaar beinvloeden, waardoor diagnoses en behandeling ingewikkelder
worden. Bij polyfarmacie is er een verhoogd risico op geneesmiddeleninteracties, bijwerkingen en verminderde
therapietrouw. Deze factoren maken het geneeskundig proces dus complexer.

De student kan uitleggen wat de meest gebruikte diagnostische middelen zijn in de geriatrie en wat de klinische
relevantie hiervan is
De student kan uitleggen hoe men gezamenlijke besluitvorming kan inzetten als methode om vorm en richting
te geven aan persoonsgerichte zorg

Documentinformatie

Geüpload op
9 juli 2026
Aantal pagina's
25
Geschreven in
2025/2026
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

€14,66
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF


Ook beschikbaar in voordeelbundel

Thumbnail
Voordeelbundel
Samenvattingen jaar 2 MPA HU module 5 t/m 8
-
4 2026
€ 36,05 Meer info

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
jadithdv Hogeschool Utrecht
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
20
Lid sinds
1 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
8
Laatst verkocht
3 weken geleden

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen