1. Waarom is het fonologische spellingsprincipe het eerste principe dat kinderen
leren?
A. Alle woorden zijn klankzuiver
B. Ieder foneem wordt gekoppeld aan een grafeem
C. Herkomst van woorden
D. Spellingsregels
Antwoord: B
2. Het woord 'grootte' is een voorbeeld van welk spellingsprincipe?
A. Fonologisch
B. Morfologisch
C. Etymologisch
D. Syllabisch
Antwoord: B
3. Waarom schrijf je 'webben' met twee b's?
A. Verdubbelingsregel
B. Regel van overeenkomst
C. Gelijkvormigheid
D. Uitspraak
Antwoord: C
4. Welke strategie gebruik je als je 'ei' uit je hoofd kent?
A. Regelstrategie
B. Woordbeeldstrategie
C. Fonologische
D. Analogiestrategie
Antwoord: B
5. Welke strategie splitst 'kat' in klanken?
A. Regel
B. Hulp
C. Fonologisch
D. Woordbeeld
Antwoord: C
6. Welke strategie: 'wand' via 'wanden'?
A. Woordbeeld
B. Analogiestrategie
C. Regel
D. Hulp
Antwoord: B