Leerdoelen
1. Het verkrijgen van inzicht in de werking van het ondernemingsrecht in de praktijk
aan de hand van de onderwerpen bevoegdheid, besluitvorming,
vertegenwoordiging en (interne en externe) aansprakelijkheid;
2. Het verkrijgen van inzicht in types van ondernemingsrechtelijke geschillen. Dit aan
de hand van de onderwerpen bevoegdheid, besluitvorming, vertegenwoordiging en
scheidingsmelding, omdat dit de terreinen zijn waaromheen conflicten zich
afspelen, alsmede aan de hand van de daardoor mogelijk spelende (interne en
externe) aansprakelijkheid;
3. Het verkrijgen van inzicht in de vraag hoe in statuten en contract onderwerpen als
bevoegdheid, besluitvorming, vertegenwoordiging en aansprakelijkheid geregeld
kunnen worden als de wettelijke regeling niet toereikend is;
4. Het verkrijgen van inzicht in de vraag hoe het risico van aansprakelijkheid (intern
en extern) kan worden beperkt;
5. Het verkrijgen van inzicht in de betekenis en functie van open normen en begrippen
binnen het ondernemingsrecht;
6. Het verkrijgen van inzicht in de werking van de wettelijke geschillenregeling en het
enquêterecht;
7. Het verkrijgen van inzicht in juridische en aan de psychologie ontleende
interventietechnieken en het kunnen toepassen daarvan
Hoorcollege 1
Betamelijkheid, scheidingsmelding en emotiemanagement in besloten verhoudingen in
de ondernemingsrechtpraktijk.
Betamelijkheid
Definitie: gepast gedrag in de context van het ondernemingsrecht.
- Voorbeeld: Op een hockeyveld accepteer je bepaalde risico’s – vergelijkbaar met hoe
je in ondernemingsrecht rekening houdt met het speelveld.
- Kernvraag: Hoe kan ik de situatie zo duiden dat ik het beste belang van mijn cliënt
dien?
- Focuspunten:
o Welke keuzemogelijkheden zijn er?
o Wat is passend gedrag in de gegeven omstandigheden?
Emoties spelen een grote rol bij geschillen (scheidingsmelding, opzegging), en dat de
aanpak vaak een combinatie moet zijn van juridische én psychologische interventies.
Voeg dit toe bij het beginstuk over betamelijkheid.
Juridische & Niet-juridische Instrumenten
1. Juridische instrumenten: wettelijke procedures, statuten, overeenkomsten.
2. Niet-juridische instrumenten: mediation, communicatie, onderhandelen.
3. In beide spectra: gebruik van interventietechnieken ter oplossing van geschillen.
4. Belangrijk: Oplossing is ruimer dan beslechting (niet altijd de rechter).
Ondernemingsrechtelijke Geschillenoplossing
- Interventietechnieken: vanuit juridische én psychologische invalshoek.
- Aanpak: combinatie van dogmatisch (juridisch) en pragmatisch (praktisch).
- Methode: DACCC
- Voorbeelden:
o Scheidingsmelding en de reactie daarop.
o Casus: “Pakje sigaretten halen” → check aannames.
DACCC
Duurzame en adequate conflictvoorkoming, conflictbeheersing en conflictoplossing
- Voor het oplossen van zakelijke conflicten
Essentie:
,Feiten en omstandigheden kunnen de zaak in verschillende richtingen sturen → belangrijk
voor het normatieve kader.
- Emoties spelen een grote rol bij de diagnose.
Lees deze artikelen en controleer op jurisprudentie
Art. 8, art. 9, art. 25 boek 2 BW.
Art. 3:33 BW. Art. 2:5 BW. Wil en verklaring. Vertegenwoordigingshandeling.
Hoge Raad ABN Amro, noot A.G. Timmerman. Ziet op het punt van bevoegdheid.
Inleiding
Ondernemingsrecht/ ondernemer/ onderneming
Ondernemingsrec Richt zich op de ondernemer en zijn onderneming in juridisch
ht perspectief
De ondernemer Kan een natuurlijk persoon of een rechtspersoon zijn die een
onderneming drijft
Een onderneming Organisatorische eenheid die voldoende zelfstandig opereert,
arbeid en middelen inzet en goederen of diensten levert met het
doel materieel voordeel te behalen (art. 2 lid 1
Handelsregisterbesluit 2008).
a. Eenmanszaak
b. VOF 7A:1655 BW en art 15 WvK
c. Naamloze vennootschap art 2:64 BW
d. Besloten vennootschap art 2:175 BW
Het ondernemingsrecht
Ondernemingsrecht omvat de juridische verhouding tussen ondernemer en onderneming
en de relatie met derden. Het regelt de:
a. Oprichting
b. Functioneren van rechtspersonen
c. Ontbinding van rechtspersonen
d. Samenwerking/ beëindiging van rechtspersonen
Het bestaat uit:
1. Rechtspersonenrecht
2. Personenvennootschapsrecht
3. Beurs- en effectenrecht
4. Medezeggenschapsrecht
5. Recht met betrekking tot inschrijving en publicatie bij de Kamer van Koophandel
Dwingend en regelend recht
Het ondernemingsrecht kent zowel dwingend recht als regelend recht (art. 2:25 BW, art.
7A:1655)
a. Dwingend recht zijn: de limitatieve opsomming van rechtspersonen of de
oprichting bij notariële akte (art. 2:64 lid 2 BW)
b. Regelend recht zijn bepalingen die partijen vrijheid geven (art. 2:192 BW of art.
2:250 lid 1 BW)
De open normen in artikelen zorgt voor flexibiliteit, zodat dezelfde regels gelden voor
zowel een kleine bakkerij als voor multinationals.
- Wel kent boek 2 een gesloten systeem: alleen de daarin genoemde rechtspersonen
kunnen worden opgericht
Ondernemer
Ondernemers kunnen onderverdeeld worden in en bestaan uit:
1. Natuurlijke personen
2. Rechtspersonen
3. Samenwerkingsverbanden: personenvennootschap zijn contractuele
samenwerkingsverbanden gericht op beroeps- of bedrijfsuitoefening (Boek 7A BW
en WvK)
,Rechtspersonen
Privaatrechtelijke Kunnen ondernemer zijn met wettelijke beperkingen (art 2:3 BW)
rechtspersonen - Stichtingen
- Coöperaties
- Verenigingen
Kapitaalvennootsch Rechtspersonen opgericht bij notariële akte (art 2:64 BW en
ap 2:175 BW)
- BV
- NV
Publiekrechtelijke Staan in art 2:1 BW
rechtspersonen
Het functioneren van rechtspersonen en personenvennootschappen
Rechtspersonen
Ondernemer is rechtspersoon
Art. 2:5 BW: bepaalt dat de rechtspersoon in vermogensrecht gelijk staat aan een
natuurlijk persoon. Een rechtspersoon kan dus:
a. Rechtshandelingen verrichten
b. Contracten sluiten
c. Eigenaar zijn
d. Zekerheden vestigen
e. Aansprakelijk zijn uit wanprestatie of onrechtmatige daad
f. Failliet worden verklaard
Verrichten van rechtshandelingen door een rechtspersoon
Een rechtshandeling vereist een wil en een verklaring (art. 3:33 BW)
- Bij rechtspersonen wordt de (interne) wil gevormd door een besluit van een daartoe
bevoegd orgaan (bestuur, ava, ledenvergadering, RvC)
- Die interne wil wordt extern kenbaar gemaakt door vertegenwoordiging, meestal door
het bestuur (art. 2:240 BW voor de B.V.)
Bevoegdheden van het bestuur
Het bestuur is belast met het besturen van de vennootschap (art. 2:239 BW voor de B.V.)
a. Voeren van beleid
b. Nemen van besluiten
c. Vertegenwoordigen van de vennootschap
d. Voeren van een behoorlijke administratie (art. 2:10 BW).
Bestuurders moeten zich bij hun taak richten naar het belang van de vennootschap en de
daarmee verbonden onderneming, wat ook de belangen van stakeholders omvat.
Art. 2:9 BW verplicht bestuurders hun taak behoorlijk te vervullen. De Corporate
Governance Code legt nadruk op continuïteit en lange termijn waardecreatie.
HR Chipshol Forward: vennootschappelijke zorgvuldigheidsnorm en doorwerking in de
rechtspersoon
Feiten: Chipshol Forward maakt deel uit van de Chipshol-groep van Poot sr. en houdt
zich bezig met grondverwerving rond Schiphol. Voor de financiering wordt in 1991
Landinvest N.V. opgericht als “landbank”. Aan de oprichting gaat een
afsprakenmemorandum vooraf. Daarin staat o.a. in art. 8(c) dat de gedelegeerd
commissaris van Landinvest “onverbonden met de betrokken partijen” moet zijn en
acceptabel moet zijn voor alle partijen. Van Andel is destijds statutair directeur van
Chipshol en onderhandelt namens Chipshol mee over deze overeenkomst. Later treedt
hij als directeur van Chipshol terug. In Landinvest ontstaat een conflict tussen de
Chipshol-groep en Wyler c.s.; Landvision wordt door de AvA als bestuurder ontslagen. In
de AvA van 8 april 1993 wordt Pierson Trust tot directeur benoemd en Van Andel tot
commissaris én gedelegeerd commissaris. In eerdere vergaderingen heeft Van Andel
expliciet gezegd dat hij optreedt namens Granaria/Wyler c.s. Chipshol stelt: Van Andel
is duidelijk verbonden met Wyler c.s. en valt daardoor onder de contractuele afspraak
dat de gedelegeerd commissaris juist onverbonden moet zijn. Zij vordert in kort geding
, een verbod voor Van Andel om als gedelegeerd commissaris op te treden én een
verbod voor Landinvest om hem te laten functioneren. De president wijst af; het hof
wijst de verboden toe. In cassatie gaat het o.a. over (1) onrechtmatigheid van Van
Andels aanvaarding, (2) onrechtmatig nalaten van Landinvest en (3) rechtsverwerking
door Chipshol doordat zij niet direct bezwaar maakte.
Rechtsregel: De Hoge Raad maakt duidelijk dat een gedelegeerd commissaris
onrechtmatig kan handelen door een benoeming te aanvaarden waarvan hij wéét dat
die in strijd is met een eerder gemaakte afspraak tussen de betrokken partijen – hier de
afspraak dat de gedelegeerd commissaris “onverbonden” moet zijn. Dat geldt ook als
hij zelf geen partij was bij die overeenkomst: door in deze omstandigheden toch de
functie te accepteren, handelt hij in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in
het maatschappelijk verkeer jegens de benadeelde aandeelhouder betaamt (art. 6:162
BW). Verder geldt dat een aandeelhouder die zich, op grond van onrechtmatige daad,
wil verzetten tegen een volgens wet en statuten rechtsgeldig tot stand gekomen
benoemingsbesluit van de algemene vergadering, zijn bezwaren en zijn voornemen om
daartegen op te komen onverwijld kenbaar moet maken; blijft hij stil, dan ligt
rechtsverwerking op de loer. Ten slotte kan ook de vennootschap zelf onrechtmatig
handelen: als vaststaat dat het functioneren van de gedelegeerd commissaris jegens
een aandeelhouder onrechtmatig is, mag het bestuur niet passief blijven, maar moet
het met de beschikbare vennootschapsrechtelijke middelen (zoals het agenderen en
toelichten van een ontslagvoorstel in de AvA) optreden. Het feit dat formeel alleen de
AvA benoemt en ontslaat, verhindert niet dat het uitblijven van een ontslagbesluit aan
de vennootschap wordt toegerekend als onrechtmatig nalaten.
Bevoegdheden van de aandeelhoudersvergadering (ava)
De ava heeft alle bevoegdheden die niet door wet of statuten aan bestuur of RvC zijn
opgedragen (art. 2:217 lid 1 BW)
a. Omzetting (art. 2:18)
b. Ontbinding (art. 2:19)
c. Uitgifte en inkoop van aandelen (art. 2:206–207)
d. Statutenwijziging (art. 2:231)
e. Fusie (art. 2:317)
f. Splitsing (art. 2:334m)
g. Benoemen en ontslaan van bestuurders(art. 2:242–244 BW)
h. Jaarrekening vaststellen (art. 2:210 BW)
De ava heeft geen algemene instructiebevoegdheid tegenover het bestuur, behalve als
dit in de wet of statuten is bepaald (art. 2:129/239 lid 4 BW).
Raad van Commissarissen (RvC)
De RvC houdt toezicht op en adviseert het bestuur (art. 2:250 BW)
- Voor instelling is een statutenwijziging nodig, waarna de ava de commissarissen
benoemt (art. 2:252 BW)
- De RvC kan bestuurders schorsen (art. 2:257 BW).
- Een bestuurder kan niet tegelijk commissaris zijn bij dezelfde vennootschap (art.
2:250 lid 2 BW).
Structuurvennootschap en structuurregeling
Een vennootschap valt onder de structuurregeling indien zij gedurende drie
opeenvolgende jaren een eigen vermogen heeft van ten minste €16 miljoen, meer dan
100 werknemers in Nederland en een ondernemingsraad (art. 2:153 en 2:263 BW).
- In dat geval is een RvC verplicht met ten minste drie leden (art. 2:158, 2:268 BW)
- De RvC benoemt en ontslaat bestuurders (art. 2:162, 2:272 BW), wat normaal een
ava-bevoegdheid is.
- De ondernemingsraad heeft een versterkt aanbevelingsrecht bij benoeming van
commissarissen (art. 2:158 lid 6, 2:268 lid 6 BW).
1. Het verkrijgen van inzicht in de werking van het ondernemingsrecht in de praktijk
aan de hand van de onderwerpen bevoegdheid, besluitvorming,
vertegenwoordiging en (interne en externe) aansprakelijkheid;
2. Het verkrijgen van inzicht in types van ondernemingsrechtelijke geschillen. Dit aan
de hand van de onderwerpen bevoegdheid, besluitvorming, vertegenwoordiging en
scheidingsmelding, omdat dit de terreinen zijn waaromheen conflicten zich
afspelen, alsmede aan de hand van de daardoor mogelijk spelende (interne en
externe) aansprakelijkheid;
3. Het verkrijgen van inzicht in de vraag hoe in statuten en contract onderwerpen als
bevoegdheid, besluitvorming, vertegenwoordiging en aansprakelijkheid geregeld
kunnen worden als de wettelijke regeling niet toereikend is;
4. Het verkrijgen van inzicht in de vraag hoe het risico van aansprakelijkheid (intern
en extern) kan worden beperkt;
5. Het verkrijgen van inzicht in de betekenis en functie van open normen en begrippen
binnen het ondernemingsrecht;
6. Het verkrijgen van inzicht in de werking van de wettelijke geschillenregeling en het
enquêterecht;
7. Het verkrijgen van inzicht in juridische en aan de psychologie ontleende
interventietechnieken en het kunnen toepassen daarvan
Hoorcollege 1
Betamelijkheid, scheidingsmelding en emotiemanagement in besloten verhoudingen in
de ondernemingsrechtpraktijk.
Betamelijkheid
Definitie: gepast gedrag in de context van het ondernemingsrecht.
- Voorbeeld: Op een hockeyveld accepteer je bepaalde risico’s – vergelijkbaar met hoe
je in ondernemingsrecht rekening houdt met het speelveld.
- Kernvraag: Hoe kan ik de situatie zo duiden dat ik het beste belang van mijn cliënt
dien?
- Focuspunten:
o Welke keuzemogelijkheden zijn er?
o Wat is passend gedrag in de gegeven omstandigheden?
Emoties spelen een grote rol bij geschillen (scheidingsmelding, opzegging), en dat de
aanpak vaak een combinatie moet zijn van juridische én psychologische interventies.
Voeg dit toe bij het beginstuk over betamelijkheid.
Juridische & Niet-juridische Instrumenten
1. Juridische instrumenten: wettelijke procedures, statuten, overeenkomsten.
2. Niet-juridische instrumenten: mediation, communicatie, onderhandelen.
3. In beide spectra: gebruik van interventietechnieken ter oplossing van geschillen.
4. Belangrijk: Oplossing is ruimer dan beslechting (niet altijd de rechter).
Ondernemingsrechtelijke Geschillenoplossing
- Interventietechnieken: vanuit juridische én psychologische invalshoek.
- Aanpak: combinatie van dogmatisch (juridisch) en pragmatisch (praktisch).
- Methode: DACCC
- Voorbeelden:
o Scheidingsmelding en de reactie daarop.
o Casus: “Pakje sigaretten halen” → check aannames.
DACCC
Duurzame en adequate conflictvoorkoming, conflictbeheersing en conflictoplossing
- Voor het oplossen van zakelijke conflicten
Essentie:
,Feiten en omstandigheden kunnen de zaak in verschillende richtingen sturen → belangrijk
voor het normatieve kader.
- Emoties spelen een grote rol bij de diagnose.
Lees deze artikelen en controleer op jurisprudentie
Art. 8, art. 9, art. 25 boek 2 BW.
Art. 3:33 BW. Art. 2:5 BW. Wil en verklaring. Vertegenwoordigingshandeling.
Hoge Raad ABN Amro, noot A.G. Timmerman. Ziet op het punt van bevoegdheid.
Inleiding
Ondernemingsrecht/ ondernemer/ onderneming
Ondernemingsrec Richt zich op de ondernemer en zijn onderneming in juridisch
ht perspectief
De ondernemer Kan een natuurlijk persoon of een rechtspersoon zijn die een
onderneming drijft
Een onderneming Organisatorische eenheid die voldoende zelfstandig opereert,
arbeid en middelen inzet en goederen of diensten levert met het
doel materieel voordeel te behalen (art. 2 lid 1
Handelsregisterbesluit 2008).
a. Eenmanszaak
b. VOF 7A:1655 BW en art 15 WvK
c. Naamloze vennootschap art 2:64 BW
d. Besloten vennootschap art 2:175 BW
Het ondernemingsrecht
Ondernemingsrecht omvat de juridische verhouding tussen ondernemer en onderneming
en de relatie met derden. Het regelt de:
a. Oprichting
b. Functioneren van rechtspersonen
c. Ontbinding van rechtspersonen
d. Samenwerking/ beëindiging van rechtspersonen
Het bestaat uit:
1. Rechtspersonenrecht
2. Personenvennootschapsrecht
3. Beurs- en effectenrecht
4. Medezeggenschapsrecht
5. Recht met betrekking tot inschrijving en publicatie bij de Kamer van Koophandel
Dwingend en regelend recht
Het ondernemingsrecht kent zowel dwingend recht als regelend recht (art. 2:25 BW, art.
7A:1655)
a. Dwingend recht zijn: de limitatieve opsomming van rechtspersonen of de
oprichting bij notariële akte (art. 2:64 lid 2 BW)
b. Regelend recht zijn bepalingen die partijen vrijheid geven (art. 2:192 BW of art.
2:250 lid 1 BW)
De open normen in artikelen zorgt voor flexibiliteit, zodat dezelfde regels gelden voor
zowel een kleine bakkerij als voor multinationals.
- Wel kent boek 2 een gesloten systeem: alleen de daarin genoemde rechtspersonen
kunnen worden opgericht
Ondernemer
Ondernemers kunnen onderverdeeld worden in en bestaan uit:
1. Natuurlijke personen
2. Rechtspersonen
3. Samenwerkingsverbanden: personenvennootschap zijn contractuele
samenwerkingsverbanden gericht op beroeps- of bedrijfsuitoefening (Boek 7A BW
en WvK)
,Rechtspersonen
Privaatrechtelijke Kunnen ondernemer zijn met wettelijke beperkingen (art 2:3 BW)
rechtspersonen - Stichtingen
- Coöperaties
- Verenigingen
Kapitaalvennootsch Rechtspersonen opgericht bij notariële akte (art 2:64 BW en
ap 2:175 BW)
- BV
- NV
Publiekrechtelijke Staan in art 2:1 BW
rechtspersonen
Het functioneren van rechtspersonen en personenvennootschappen
Rechtspersonen
Ondernemer is rechtspersoon
Art. 2:5 BW: bepaalt dat de rechtspersoon in vermogensrecht gelijk staat aan een
natuurlijk persoon. Een rechtspersoon kan dus:
a. Rechtshandelingen verrichten
b. Contracten sluiten
c. Eigenaar zijn
d. Zekerheden vestigen
e. Aansprakelijk zijn uit wanprestatie of onrechtmatige daad
f. Failliet worden verklaard
Verrichten van rechtshandelingen door een rechtspersoon
Een rechtshandeling vereist een wil en een verklaring (art. 3:33 BW)
- Bij rechtspersonen wordt de (interne) wil gevormd door een besluit van een daartoe
bevoegd orgaan (bestuur, ava, ledenvergadering, RvC)
- Die interne wil wordt extern kenbaar gemaakt door vertegenwoordiging, meestal door
het bestuur (art. 2:240 BW voor de B.V.)
Bevoegdheden van het bestuur
Het bestuur is belast met het besturen van de vennootschap (art. 2:239 BW voor de B.V.)
a. Voeren van beleid
b. Nemen van besluiten
c. Vertegenwoordigen van de vennootschap
d. Voeren van een behoorlijke administratie (art. 2:10 BW).
Bestuurders moeten zich bij hun taak richten naar het belang van de vennootschap en de
daarmee verbonden onderneming, wat ook de belangen van stakeholders omvat.
Art. 2:9 BW verplicht bestuurders hun taak behoorlijk te vervullen. De Corporate
Governance Code legt nadruk op continuïteit en lange termijn waardecreatie.
HR Chipshol Forward: vennootschappelijke zorgvuldigheidsnorm en doorwerking in de
rechtspersoon
Feiten: Chipshol Forward maakt deel uit van de Chipshol-groep van Poot sr. en houdt
zich bezig met grondverwerving rond Schiphol. Voor de financiering wordt in 1991
Landinvest N.V. opgericht als “landbank”. Aan de oprichting gaat een
afsprakenmemorandum vooraf. Daarin staat o.a. in art. 8(c) dat de gedelegeerd
commissaris van Landinvest “onverbonden met de betrokken partijen” moet zijn en
acceptabel moet zijn voor alle partijen. Van Andel is destijds statutair directeur van
Chipshol en onderhandelt namens Chipshol mee over deze overeenkomst. Later treedt
hij als directeur van Chipshol terug. In Landinvest ontstaat een conflict tussen de
Chipshol-groep en Wyler c.s.; Landvision wordt door de AvA als bestuurder ontslagen. In
de AvA van 8 april 1993 wordt Pierson Trust tot directeur benoemd en Van Andel tot
commissaris én gedelegeerd commissaris. In eerdere vergaderingen heeft Van Andel
expliciet gezegd dat hij optreedt namens Granaria/Wyler c.s. Chipshol stelt: Van Andel
is duidelijk verbonden met Wyler c.s. en valt daardoor onder de contractuele afspraak
dat de gedelegeerd commissaris juist onverbonden moet zijn. Zij vordert in kort geding
, een verbod voor Van Andel om als gedelegeerd commissaris op te treden én een
verbod voor Landinvest om hem te laten functioneren. De president wijst af; het hof
wijst de verboden toe. In cassatie gaat het o.a. over (1) onrechtmatigheid van Van
Andels aanvaarding, (2) onrechtmatig nalaten van Landinvest en (3) rechtsverwerking
door Chipshol doordat zij niet direct bezwaar maakte.
Rechtsregel: De Hoge Raad maakt duidelijk dat een gedelegeerd commissaris
onrechtmatig kan handelen door een benoeming te aanvaarden waarvan hij wéét dat
die in strijd is met een eerder gemaakte afspraak tussen de betrokken partijen – hier de
afspraak dat de gedelegeerd commissaris “onverbonden” moet zijn. Dat geldt ook als
hij zelf geen partij was bij die overeenkomst: door in deze omstandigheden toch de
functie te accepteren, handelt hij in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in
het maatschappelijk verkeer jegens de benadeelde aandeelhouder betaamt (art. 6:162
BW). Verder geldt dat een aandeelhouder die zich, op grond van onrechtmatige daad,
wil verzetten tegen een volgens wet en statuten rechtsgeldig tot stand gekomen
benoemingsbesluit van de algemene vergadering, zijn bezwaren en zijn voornemen om
daartegen op te komen onverwijld kenbaar moet maken; blijft hij stil, dan ligt
rechtsverwerking op de loer. Ten slotte kan ook de vennootschap zelf onrechtmatig
handelen: als vaststaat dat het functioneren van de gedelegeerd commissaris jegens
een aandeelhouder onrechtmatig is, mag het bestuur niet passief blijven, maar moet
het met de beschikbare vennootschapsrechtelijke middelen (zoals het agenderen en
toelichten van een ontslagvoorstel in de AvA) optreden. Het feit dat formeel alleen de
AvA benoemt en ontslaat, verhindert niet dat het uitblijven van een ontslagbesluit aan
de vennootschap wordt toegerekend als onrechtmatig nalaten.
Bevoegdheden van de aandeelhoudersvergadering (ava)
De ava heeft alle bevoegdheden die niet door wet of statuten aan bestuur of RvC zijn
opgedragen (art. 2:217 lid 1 BW)
a. Omzetting (art. 2:18)
b. Ontbinding (art. 2:19)
c. Uitgifte en inkoop van aandelen (art. 2:206–207)
d. Statutenwijziging (art. 2:231)
e. Fusie (art. 2:317)
f. Splitsing (art. 2:334m)
g. Benoemen en ontslaan van bestuurders(art. 2:242–244 BW)
h. Jaarrekening vaststellen (art. 2:210 BW)
De ava heeft geen algemene instructiebevoegdheid tegenover het bestuur, behalve als
dit in de wet of statuten is bepaald (art. 2:129/239 lid 4 BW).
Raad van Commissarissen (RvC)
De RvC houdt toezicht op en adviseert het bestuur (art. 2:250 BW)
- Voor instelling is een statutenwijziging nodig, waarna de ava de commissarissen
benoemt (art. 2:252 BW)
- De RvC kan bestuurders schorsen (art. 2:257 BW).
- Een bestuurder kan niet tegelijk commissaris zijn bij dezelfde vennootschap (art.
2:250 lid 2 BW).
Structuurvennootschap en structuurregeling
Een vennootschap valt onder de structuurregeling indien zij gedurende drie
opeenvolgende jaren een eigen vermogen heeft van ten minste €16 miljoen, meer dan
100 werknemers in Nederland en een ondernemingsraad (art. 2:153 en 2:263 BW).
- In dat geval is een RvC verplicht met ten minste drie leden (art. 2:158, 2:268 BW)
- De RvC benoemt en ontslaat bestuurders (art. 2:162, 2:272 BW), wat normaal een
ava-bevoegdheid is.
- De ondernemingsraad heeft een versterkt aanbevelingsrecht bij benoeming van
commissarissen (art. 2:158 lid 6, 2:268 lid 6 BW).