Hoofdstuk 7 Experimentele designs....................................................................2
Hoofdstuk 10 Validiteit bij experimenten..........................................................12
Hoofdstuk 37 Wetenschappelijke integriteit......................................................16
Hoofdstuk 32 Power voor t-toetsen...................................................................19
Hoofdstuk 33 Power voor variantieanalyse.......................................................22
Hoofdstuk 23 T-toetsen en Cohen’s d...............................................................23
Hoofdstuk 19 Datascreening............................................................................. 36
Hoofdstuk 24 Variantieanalyse..........................................................................46
Hoofdstuk 27 Factorële ANOVA.........................................................................59
Hoofdstuk 28 Covariantie analyse.....................................................................67
Hoofdstuk 29 Single-case design.......................................................................77
Hoofdstuk 30 Anova voor herhaalde-metingen.................................................81
,Hoofdstuk 7 Experimentele designs
7.1 Inleiding
Doel van experimenten is causale relaties (oorzakelijk verband) empirisch te
observeren en te evalueren.
- In een ideaal experiment wordt alleen de onafhankelijke variabele (de
veronderstelde oorzaak) veranderd of gemanipuleerd, terwijl alle andere
mogelijke invloeden constant worden gehouden (“ceteris paribus”: alle
overige omstandigheden gelijkblijvend)
o Als concludeert wordt dat verandering in afhankelijke variabele
wordt veroorzaakt door de onafhankelijke variabele causaliteit
vastgesteld
Een causaal verband vereist:
Covariatie (X en Y hangen samen)
Tijdelijkheid (X komt vóór Y)
Controle voor alternatieve verklaringen (geen confounds)
Controlegroepen
Controlegroep (experimentele) conditie waarin de manipulatie niet wordt
toegepast, dient als referentiepunt voor vergelijking met de
conditie waarin manipulatie wel wordt toegepast.
Ook wel controleconditie genoemd
Mill’s methode
Mill filosoof die bekend werd met het idee van ‘controlegroep’ (methode van
Mill).
- Het concept van de controlegroep betekent dat een experiment niet alleen
moet aantonen dát een effect optreedt, maar ook het weerleggen van het
tegenovergestelde.
- Experimenten moeten twee vormen van bewijs leveren
o Overeenkomst: als X zich voordoet, moet Y zich ook voordoet.
Dus X is een voldoende (sufficiënt) voorwaarde voor Y.
o Verschil: als X zich niet voordoet (-X), doet Y zich ook niet voor.
Dus X is noodzakelijke voorwaarde voor Y
Experimenteel groep als X, dan Y
Controlegroep als -X, dan -Y
Invulling van de controlegroep/-conditie
Controlegroep moet zorgvuldig gekozen worden. Controlegroep betekent niet
altijd een groep waarin ‘niets’ gebeurt.
Niet altijd mogelijk door ethische of praktische redenen.
7.2 Typen experimentele ontwerpen
Doel experiment testen van een hypothese en het beantwoorden van een
onderzoeksvraag.
In psychologie uitdaging dat mensen van elkaar verschillen, los van manipulaties
die onderzoeker toepast. Leidt tot een signaal dat verstoort wordt door ruis.
Twee hoofdcategorieën van experimenten:
- Volledig gerandomiseerde experimenten
,- Quasi-experimenten
Deze categorieën kunnen vervolgens worden onderverdeeld in twee
soorten ontwerpen: tussen-proefpersoonsontwerpen en binnen-
proefpersoonsontwerpen
, 7.3 Volledig gerandomiseerd ontwerp vs quasi-experiment
Volledig gerandomiseerd zuiver experiment. Er wordt randomisatie gebruikt om
deelnemers willekeurig toe te wijzen.
Quasi experimenteel gebeurt randomisatie niet.
Randomisatie
Randomisatie zorgt ervoor dat elk waarnemingseenheid (meestal proefpersoon)
gelijke kans heeft om in een van experimentele condities terecht te komen.
- Van belang hoe ze worden toegewezen aan experimentele conditie, niet
van belang hoe ze in steekproef terechtkomen.
- Zolang er genoeg proefpersonen zijn, zorgt willekeurige toewijzing ervoor
dat verstorende kenmerken gelijk over de condities worden verdeeld.
Quasi-experiment
In een quasi experiment worden bestaande groepen geobserveerd en
gemanipuleerd.
Proefpersonen worden niet willekeurig toegewezen aan condities.
- Iets zwakker bij aantonen van causale relaties dan volledig
gerandomiseerd ontwerp.
- Ontbreken van randomisatie betekent dat onderzoeker niet de informatie
heeft om uitspraak te doen over causaliteit.
- Ondanks de mogelijke vertekening in de verdeling van
achtergrondkenmerken over de condities, biedt het vaak wel de
mogelijkheid om onderzoek uit te voeren in een natuurlijke omgeving.
kan meer zeggen over alledaagse praktijk, oftewel ecologische validiteit
neemt toe.
Gedeeltelijk randomiseren
Cluster randomisatie = gebruik gemaakt van bestaande clusters van deelnemers
(bijv. schoolklassen). Clusters worden vervolgens random verdeeld over
condities.
- Niet volledig random omdat het niet volledig willekeurig is.
Experimentele controle
Experimentele controle omvat alle maatregelen die onderzoekers nemen om de
invloed van storende variabelen te beperken.
- Storende variabele = (confounds) als het effect van de manipulatie op de
afhankelijke variabele kan beïnvloeden.
- Maatregelen van experimentele controle kunnen invloed van storende
variabelen minimaliseren en zo zorgen voor beter begrip van specifieke
effecten van de manipulatie