De (normale) ontwikkeling van een kind
De ontwikkeling van een kind verloopt continu in een vaste volgorde via
mijlpalen. Ontwikkeling is ook cumulatief; er komen steeds meer vaardigheden
bovenop. Hoe de ontwikkeling verloopt is afhankelijk van veel factoren; het is
multidimensionaal. Ook de erfelijke aanleg i.c.m. de omgevingsfactoren zijn
belangrijk.
De ontwikkeling kent verschillende domeinen: motoriek, taal-spraak, cognitie en
sociaal-emotioneel. Het sociale-emotionele aspect zegt hoe je je verhoud tot
anderen. Temperament, zelfbeeld en emoties vormen je
persoonlijkheidsontwikkeling.
Paiget: “Een kind is geen klein volwassene. Ze hebben een eigen patroon van
ontwikkeling, met mijlpalen per fase.” Ook beschreef hij het principe van object
permanentie, waarbij het gaat om het begrip dat een voorwerp/persoon
bestaat, zonder dat je het ziet. Hij beschreef de volgende fasen van ontwikkeling:
Sensomotorische fase (0-2 jr.): zintuigen, motoriek, object permanentie
Pre-operationele fase (2-7 jr.): egocentrisme, magisch denken,
symbolisch spel, theory of mind (“jij denkt anders dan ik”, empathie)
Concreet-operationele fase (7-12 jr.): logisch denken
Formeel operationele fase (> 12 jr.): abstract redeneren, reflectie
Erikson: “Mijlpalen zijn uitdagingen, waar je bepaalde skills voor nodig hebt.
Kinderen hebben een natuurlijke drive om deze te behalen.”
0-1 jr.: vertrouwen vs. wantrouwen -> basisvertrouwen, hechting
1-3 jr.: autonomie vs. schaamte/twijfel -> zelfstandigheid
3-6 jr.: initiatief vs. schuld -> doelgerichtheid
6-12 jr.: vlijt vs. minderwaardigheid -> competentie
12-18 jr.: identiteit vs. rolverwarring -> identiteitsvorming
Peuters (1,5-3 jr.) Kleuters (4-6 jr.)
Basishechting Theory of mind voltooid
Vertrouwen Sociale interactie
Taal Emotieregulatie
Autonomie Rollenspel/fantasie
Samen-/symbolisch spel Sociale regels
Theory of mind begint
Schiavio & van der Schyff model:
Embodied (het lichaam): de psyche wordt ervaren met het lichaam
Embedded (de context): de psyche heeft een geschiedenis met
herinneringen
Extended (“telefoon”): de psyche kent geen grenzen, uiting kan overal
Enactive (relaties): de psyche bestaat niet zonder relatie/interactie. Dit is
een ermergente eigenschap. Emergentie wilt zeggen dat een
eigenschap ontstaat door samenvoeging van alle losse onderdelen.
, Hechting
Hechting is een biologisch proces in het kader van overleven en veiligheid, maar
wordt heir in context gebracht om een duurzame, liefdevolle en betekenisvolle
relatie aan te gaan met een ouder/opvoeder.
Gehechtheidsignaal -> sensitiviteit ouders -> handelen ouders ->
geruststelling kind
Edward: “Een goede interactie is een voorwaarde voor een goede hechting. De
mate van hechting is een voorspellende waarde voor de emotionele ontwikkeling
van een kind.” Bij het still face experiment en het strange situation
experiment wordt aangetoond hoe geen-interactie het kind in stress kan
brengen, andersom kalmeert interactie het kind weer. Als het kind niet kalmeert
of geen affect toont, zijn dit tekenen dat de hechting is gestoord.
Veilige hechting heeft als basis het sensitief en responsief reageren op een kind.
Het kind krijgt hierbij drie belangrijke boodschappen mee:
Bestaansrecht
Persoonsrecht
Onvoorwaardelijke acceptatie
Een goede hechtingsrelatie is een voorspeller voor gezonde relaties van het kind
in de toekomst, omgang met emoties en eigen identiteit/verhouding tot anderen.
Factoren die storend kunnen zijn voor de hechtingsrelatie:
Kind factoren: medisch probleem, temperament, schokkende gebeurtenis,
ontwikkelingsstoornis
Ouderfactoren: stress, gehechtheid bij hun ouders, trauma’s, afwezigheid
Omgevingsfactoren van stress/onveiligheid
Moeite met hechting is niet onherstelbaar.
Abnormale ontwikkeling
De ontwikkeling verloopt op een eigen tempo, maar als de ontwikkeling sterk
afwijkt van de leeftijdsnorm is dat niet adequaat (=
ontwikkelingsachterstand). Je ziet dan bijvoorbeeld dat oudere kinderen
(pubers) nog geen reflectiegedrag kunnen vertonen, of dat er bij tieners nog
geen theory of mind is. Ook als een kind terugvalt in de ontwikkeling, door verlies
van vaardigheden, is een slecht verschijnsel.
*Disclaimer: je beoordeeld een kind in een vreemde setting, het is een
momentopname.
Ervaringen van een kind/ouder beïnvloeden de ontwikkeling:
Adverse childhood experiences: misbruik, verwaarlozing, uitdagingen
van het gezin/huis
Positive childhood experiences: sterke thuisbasis, school,
omgevingsfactoren, aanwezigheid van ouders
Bij de anamnese van de ontwikkeling wordt er gevraagd naar alle gebeurtenissen
van voor de geboorte tot nu toe. Een premature geboorte met het begin van het
leven in de couveuse, kan bijvoorbeeld voor hechtingsproblematiek zorgen.
Daarnaast wordt het verloop van de mijlpalen besproken, patronen/rode vlaggen
uitgevraagd en de context van de opvoeding in beeld gebracht. Deze anamnese
is zeer uitgebreid.